Sla links over

Hoofdinhoud

Scheppingsorde in 1 Timoteüs 2:13?

Jan_portret.jpgvrijdag 09 september 2016 18:43

Een paar oplettende lezers misten in mijn vorige blog over het gebruik van (het woord) ‘scheppingsorde’ in de discussie rond vrouwen en hun rol in de kerk een verwijzing naar 1 Timoteüs 2:13. Dat was natuurlijk met opzet.

Het was een keuze die ik maakte om daarmee te laten zien dat een tekst die Paulus twee- à drieduizend jaar na het ontstaan van Genesis schreef, gebruikt wordt als hermeneutische sleutel voor het verstaan van Genesis 1-3. De vraag is dan of dat eigenlijk wel legitiem is? Of dat openbarings-historisch gezien wel klopt? (Lees vorige blog)

Blijkbaar is het voor mensen lastig om Genesis 1-3 nog onbevangen (zonder culturele bril) te lezen. Dus wordt een veronderstelde scheppingsorde vanuit 1 Timoteüs 2:13 terug- en ingelezen in die eerste hoofdstukken van de Bijbel. Om dat te vermijden heb ik bewust 1 Timoteüs 2 er even buitengelaten en me eerst gericht op de vraag: Als je Genesis 1-3 leest, moet je dan uitkomen bij de scheppingsorde van man en vrouw, waarbij de man de eerste en dus de beste is? Mijn conclusie was: niet per se! Het is veeleer: last but not least!

Maar goed, de vraag is me te na aan het hart gelegen om haar te laten schieten na zo’n dertig jaar studie op de geschiedenis van de exegese van de twee ‘zwijgteksten’ bij Paulus waarvan 1 Timoteüs 2:11-15 er één is (vergelijk ook 1 Korintiërs 14:34-35). De vraag is dus: hoe lezen we 1 Timoteüs 2:13 in het licht van Genesis 1-3? Dus niet andersom!

Ervaren debater

Nadat we eerst gezien hebben dat er in Genesis geen sprake is van ‘scheppingsorde’ als basis voor de rol van de vrouw als ‘eeuwige ondergeschikte’, integendeel zelfs (zie bijv. Genesis 2:24), en dat die onderschikking op geen enkele manier geboden is - ook niet in Genesis 3 - wordt het inderdaad interessant hoe Paulus in 1 Timoteüs 2 zijn argumenten neerzet. Hij ‘verdraait’ daar toch als het ware het scheppingsverhaal! En ik kan me niet voorstellen dat hij dat onbewust doet als doorgewinterde schriftgeleerde.

Nee, ik heb geen kritiek op Paulus. Ik vind het eigenlijk geniaal wat hij doet. Het is een associatieve manier van lezen van het scheppingsverhaal, die hij als ervaren debater gebruikt om zijn argument kracht bij te zetten dat vrouwen in de kerk niet te hoog van de toren mogen blazen (onderwijs geven en de baas spelen over mannen).

Dat Paulus dit zegt in zijn persoonlijke brief aan Timoteüs, de jonge voorganger van Efeze, en niet in bijvoorbeeld de super ‘kerkelijke’ brief aan de Efeziërs zelf, of in een van zijn andere brieven, valt op. Blijkbaar was het een delicate kwestie waar Timoteüs mee te maken had in zijn werk. Titus had dat probleem niet en het was zeker ook geen algemeen probleem in de door Paulus gestichte kerken. Paulus geeft zijn protegé hiermee wat ‘tools’ in handen om het gesprek hierover in de gemeente aan te gaan. Dat doet hij privé in een persoonlijke brief.

Voortgang van het evangelie

Belangrijk is echter het kader waarin dit staat. 1 Timoteüs 2 gaat helemaal over de voortgang van het evangelie. God wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen (vers 2). Dat kan alleen als er geen heibel is in de samenleving en in de kerk. Daarom moet er ook gebeden worden voor de mensen en vooral voor de overheden. Maar het zegt ook iets over het gedrag van ‘kerkmensen’: zij moeten zich ‘rustig en waardig’ gedragen, zodat de mensen om hen heen respect voor hen (kunnen) hebben.

  • Vers 8: mannen moeten niet overal bovenop springen en heftig discussiëren: hete hoofden, koude harten! En je ziet het zomaar voor je: het Mediterrane temperament. Hoe kun je dan nog fatsoenlijk bidden? Eerst heftig ruzie zoeken en dan met een vroom gezicht in de kerkbanken schuiven! Dat doet het evangelie en de voortgang er van geen goed.

  • Vers 9 en verder: vrouwen moeten in hun kleding en opstelling laten zien dat ze respectabel zijn. Dus geen opzichtige kleren en haarmode et cetera. Maar ook: niet (te veel) op de voorgrond dringen, doen alsof je de wijsheid in pacht hebt en dan anderen (vooral mannen) ‘beleren’ (leren op een autoritaire en dominerende manier). Nogmaals: dat doet het evangelie geen goed en houdt de voortgang ervan tegen. Het zet de gemeente in die tijd in een verkeerd daglicht.

Kortom: het gaat bij dit alles om de voortgang van het evangelie. Het was wel een heel andere tijd met andere normen en andere vormen. Wie zal er vandaag nog iets van zeggen dat vrouwelijke gemeenteleden zich opmaken, aandacht besteden aan hun kleding en sieraden dragen. Tegelijkertijd, zouden we daar misschien ook best nog weleens wat meer over na kunnen denken: wat kleding, maar ook onze manier van kerk zijn doet met ‘buitenstaanders’. Ik wil maar zeggen: 1 Timoteüs 2 is vandaag nog net zo relevant als in Paulus’ tijd.

De vraag is echter wel, hoe we de teksten moeten uitleggen naar vandaag toe en hoe we ze moeten toepassen in onze tijd. En dan zou het zomaar kunnen zijn dat juist de uitsluiting van vrouwen of het terugdringen van vrouwen in de kerk een veel groter probleem vormt voor de voortgang van het evangelie in deze tijd, dan het volledig inschakelen van vrouwen:

  • Sociaal en cultureel gezien is het geen enkel probleem meer. Het is volkomen geaccepteerd en wordt zelfs gestimuleerd in de maatschappij (wie laat zijn dochter niet studeren als het mogelijk is) dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn (ok, in de praktijk is dat nog best wel weerbarstig, maar principieel is het geen enkel probleem).

  • In deze tijd waarin vrouwen maatschappelijk gezien dus volledig geëmancipeerd zijn (en wie is daar nog echt tegen?) is het juist een affront voor het evangelie als vrouwen naar het tweede plan worden verwezen.

  • Als het gaat om de verspreiding van het goede nieuws zijn in deze tijd zijn ‘alle hens aan dek’ nodig. Hoe bestaat het dat de helft van Gods ‘taskforce’ op een zijspoor wordt gezet, waarbij ze wel bijna alles mogen doen als het om het fysieke werk gaat (alle tegen het ambt aan liggende taken en functies), van koffie zetten tot lesgeven aan theologiestudenten, maar het ‘ambt’ voor hen onbereikbaar blijft. Eerlijk gezegd: ik kan me voorstellen dat mensen, met name jonge, hoogopgeleide vrouwen, hierom de kerk de rug toekeren. Dit is dus een missionair argument.

  • Ten slotte is het historisch niet hard te maken dat wanneer er meer ruimte komt voor (de gaven van) vrouwen als leiders in de kerk, het verkeerd gaat. In veel opwekkingsbewegingen en op het zendingsveld hebben vrouwen als leiders gefunctioneerd. Kerken die de ambten hebben opengesteld voor vrouwen zijn niet minder schriftgetrouw. Integendeel: ik ken heel veel ‘evangelische’ voorgangers in de Protestantse Kerk in Nederland, die vrouw zijn.

Daarbij blijft 1 Timoteüs 2 dus helemaal staan: onverkort en letterlijk. Nog steeds - en misschien wel meer dan in de eeuwen hiervoor - gaat het om de voortgang van het evangelie in het geseculariseerde Nederland, waarin het grootste deel van de bevolking niets meer heeft met de kerk, de Bijbel of met Jezus Christus. Mensen voor wie de manier waarop we met elkaar omgaan/omgingen in de kerk (de splitsingen en conflicten, hete hoofden en koude harten, de manier waarop vrouwen werden/worden behandeld, waarin de vloek van Genesis 3:16 gebruikt werd als een gebod) misschien wel juist een extra reden was om de kerk te verlaten. Voor wie de manier waarop we vrouwen bepaalde ‘rechten’ onthouden vandaag de dag juist een stok is om mee te slaan!

Argumenten van Paulus

Ok, maar wat doen we dan met de argumenten die Paulus gebruikt: de ‘scheppingsorde’ en de zondeval?
Welnu, de ‘scheppingsorde’ zoals wij die vanuit de traditie vaak invullen hebben we vanuit Genesis 1-3 al naar het ‘rijk der fabelen’ verwezen (zie vorige artikel). Paulus gebruikt de volgorde in de schepping even op een typisch rabbijnse manier om zijn punt te maken (ik verwijs nogmaals naar Talmud tractate Sanhedrin viii. 4-9). Hij geeft hier zeker geen leer van de schepping, want daar is vanuit Genesis 1-3 veel meer en ook heel andere dingen over te zeggen.

En ‘Eva verleid’? Zeker, maar zij bood volgens de geschiedenis tenminste nog weerstand (Genesis 3:2-3). Van Adam horen we helemaal niets in Genesis 3: geen vragen, geen verzet. Hij stond erbij en keek ernaar en toen Eva hem de vrucht gaf, zette hij er zonder meer zijn tanden in. Natuurlijk bedoelt Paulus niet te zeggen dat Adam niet gezondigd heeft (vergelijk Romeinen 5:12-19). Opnieuw: Paulus wil een punt maken! ‘Waar hebben we dat ook al weer eerder gezien dat een vrouw het voortouw nam en het verkeerd ging? Dus lieve zusters, niet te hoog van de toren blazen!’ Nogmaals: geen leer over de zondeval want dat ligt toch echt veel complexer.

1 Timoteüs 2 is zonder meer een van de moeilijkste teksten in dit verband. Maar het is absoluut te simpel om dit gedeelte zomaar in te zetten als het ‘zware geschut’ tegen de vrouw in het ambt. Tegenover deze tekst staat immers Galaten 3:28. En het is te simpel om vanuit 1 Timoteüs 2:13 een fundamentele scheppingsorde te verdedigen en terug te lezen in de eerste drie hoofdstukken van de Bijbel. In ieder geval is dat hermeneutisch en openbarings-historisch gezien onmogelijk te verdedigen.

Genesis 1-3 moeten niet uitgelegd worden vanuit 1 Timoteüs 2, maar juist andersom. En dan wordt duidelijk dat Paulus geen fundamentele en onweerspreekbare scheppingsleer biedt, met een massieve ‘scheppingsorde’, zoals die in de traditie gehanteerd is, maar dat hij een punt wil maken. Het punt is: hoog van de toren blazen is schadelijk voor de voortgang van het evangelie. Toen en nu. Trouwens, dat geldt niet uitsluitend voor vrouwen! Ook voor mannen.

Drs. Jan Wessels
Algemeen secretaris MissieNederland

Labels
Kerk & Samenleving > Theologische & ethische vraagstukken > Vrouw en gemeente

« Terug naar Home