Sla links over

Hoofdinhoud

Vormen van leren in de christelijke gemeente

vormen van leren_193388696_shutterstock.jpgdinsdag 23 september 2014 13:30

‘Leren’ in de christelijke gemeente raakt de kern van waar het om draait: Jezus en Zijn getuige zijn. Godsdienstpedagoog Jos de Kock laat zien welke leervormen ons ter beschikking staan.

De christelijke gemeente noemen we ook wel leergemeenschap: een gemeente waarvan de leden altijd leerling blijven. Het leren van de gemeente kun je vorm geven in formele activiteiten zoals catechese of bijbelgespreksgroepen, maar ook in het alledaagse leven.

Behavioristische model

Globaal kun je in de kerk drie leermodellen onderscheiden. Allereerst is er het behavioristische model. Het kader (predikant, kerkenraad of bijvoorbeeld een kringleider) bepaalt de inhoud van het leren en de activiteiten zijn erop gericht dat deelnemers zich deze inhoud zo goed mogelijk eigen maken. Hoewel mensen dit model vaak associëren met traditionele praktijken ‘van vroeger’ (denk aan het leren van catechismusvragen en -antwoorden) zien we ook eigentijdse uitwerkingen van dit model. Zo is een groep predikanten en theologen een ‘nieuwe catechismus’ aan het ontwerpen voor onderwijs aan een nieuwe generatie. Een ander voorbeeld is de Alpha-cursus, die nog steeds op veel belangstelling kan rekenen.

Ontwikkelingsgerichtmodel

Dan zijn er kerken die een ontwikkelingsgerichtmodel volgen. Deelnemers bepalen zelf de inhoud en vooral het zelfstandig kritisch nadenken hierover is het belangrijkste doel. Dit model is de afgelopen decennia meer dan eens als ‘eigentijds´ aangemerkt. Het past dan ook in een algemene trend om in het onderwijs de individuele unieke ontwikkeling van deelnemers maximaal te faciliteren. Het ondersteunen van individuele zingevingsprocessen is in dit model belangrijk en bijvoorbeeld in missionaire pionierscontexten kan dit een belangrijke aanvliegroute zijn voor ‘leren’.

Meester-gezel-leerlingmodel

Ten slotte zien we het meester-gezel-leerlingmodel. Dit model is gestoeld op het gildestelsel, waarbij bijvoorbeeld een aspirant-timmerman het vak leert door mee te werken in de praktijk van een ervaren timmerman en zo opklimt van leerling naar gezel en uiteindelijk naar meester in het vak. Toegepast op leren in de christelijke gemeente: hier gaat het om activiteiten waar niet de inhoud of de eigen vragen van deelnemers, maar de persoon van de voorganger, of bijvoorbeeld een jeugdleider in de eerste plaats leidend is. Wie is hij of zij en wat doet en zegt hij of zij? Belangrijke over te dragen inhoud en vragen van deelnemers zijn nog steeds van belang, maar deze krijgen een plek in de persoonlijke omgang tussen ‘meester’ en ‘leerling’. En: die persoonlijke omgang is er in allerhande ontmoetingen in het geheel van het gemeenteleven. Mentorcatechese is een voorbeeld van dit model. Veel jeugdwerk, waarbij een inspirerende jongerenwerker optrekt met jonge mensen, is hier ook een voorbeeld van. De toegenomen aandacht voor discipelschap is eveneens met dit model in verband te brengen: aan leiders in de gemeente moet af te lezen zijn wat het volgen van Jezus concreet inhoudt.

Kerk op schoot

Vanuit welk model je ook gestalte geeft aan leeractiviteiten, de christelijke gemeente moet altijd aandacht te hebben voor ouders. Wellicht een open deur, maar we zien het nogal eens over het hoofd: in het gezin vindt het belangrijkste intergenerationele godsdienstige leren plaats en de gemeente zou dit moeten ondersteunen. Ouders zijn de primaire opvoeders van een nieuwe generatie en in het gezin vindt een belangrijk deel van het leren en geloofsleren plaats. Het belang van de geloofsopvoeding in het gezin neemt alleen maar toe, waar in het algemeen de binding met de kerk als instituut afneemt. Hoe kunnen ouders en kerken op nieuwe manieren gestalte geven aan een leergemeenschap voor een nieuwe generatie? In Nederland zijn relatief nieuwe praktijken als ‘Kerk op schoot’ en Godly Play voorbeelden om in dit kader verder tot ontwikkeling te brengen.

Belichaming

Hoe je ook denkt over de vaak gehoorde oproep om meer ‘beleving’ in de kerk, beleving op zichzelf is erg belangrijk voor de geloofsontwikkeling. En beleving gaat vaak niet zonder belichaming van geloof. Rituelen en vieringen in de kerk of het gezin wakkeren het leren aan. Zij laten ruimte voor ervaringen en het voelen en uiten van emoties. Wat betekent het voor de gemeente dat mensen via beleving en belichaming leren?
Het betekent in de eerste plaats dat we op bepaalde momenten het ondervinden van ervaringen en het voelen en uiten van emoties bewust als doelstelling moeten kiezen, bijvoorbeeld in de catechese. Ten tweede betekent het dat we niet alleen formele activiteiten zoals een bijbelkring of een kindernevendienst aangrijpen voor het leren, maar ook andere elementen in het gemeenteleven zoals vieringen en rituelen, waarbij belichaming een grote rol speelt. Taizé-vieringen en Passion-uitvoeringen zijn goede voorbeelden hiervan. Ten derde mogen we veel verwachten van het samen optrekken van verschillende generaties, ten minste: als dat samen optrekken inhoudt dat bijvoorbeeld jongeren in de omgang met oudere gemeenteleden daadwerkelijk ‘aan den lijve’ ervaren wat het betekent om als gelovige door het leven te gaan.

Diaconale en missionaire leerprocessen

Door diaconale en missionaire activiteiten kunnen gemeenteleden ook veel leren. Voor veel missionaire activiteiten geldt dat de ontmoeting het vliegwiel is voor leren: de ontmoeting die er is door samen op te trekken en samen te leven en samen spreken en nadenken over persoonlijke, maatschappelijke en levensbeschouwelijke vragen. De ontmoeting ook waarin de spanning tussen het verlangen van mensen en het wenkende perspectief van het Evangelie het startpunt is voor geloofsleren.

‘Leren’ in de missionaire en diaconale context brengt wel eigensoortige vragen met zich mee. Bijvoorbeeld: is het ultieme doel de ontmoeting of de inwijding in de geloofsgemeenschap? Hoe verhouden het taal geven aan geloven en het gelovig leven zich tot elkaar? Of: vormen verlangens van buitenkerkelijke mensen of het wenkende perspectief van het Evangelie de sleutel tot geloofsleren? Welke positie heeft de Bijbel en hoe is de kerk al dan niet in beeld? Spannende vragen die we niet kunnen afdoen met vanzelfsprekende antwoorden die gelden voor de meer binnenkerkelijk georiënteerde leeractiviteiten. Daar is het missionaire werkveld te complex voor.

Maar juist die complexiteit zorgt ervoor dat het leerproces volstrekt wederkerig is. De buitenkerkelijke context daagt gemeenteleden op deze manier uit om stil te staan bij het eigen geloven en de eigen traditie, bij eigen antwoorden en eigen geloofspraktijken. Zij leren ook hoe het geloof te verwoorden of ontdekken dat veel niet in woorden te vangen is. Ook de missionaire en diaconale presentie biedt een rijke leeromgeving, een die binnen de kerkmuren maar moeilijk is te organiseren.

Jos de Kock
Godsdienstpedagoog en als universitair docent verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (www.pthu.nl), onderzoeker bij het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (www.ojkc.nl) en chief editor van Journal of Youth & Theology (www.iasym.net)

Ik ga uitgebreider in op deze en andere thema’s in:
De Kock, A. (2014). Leren geloven: de kerk als leergemeenschap? In: J. Hoek (Red.), De kerk leeft: vitaal gemeente-zijn vandaag, Heerenveen: Groen, pp. 163-187.

Overgenomen uit IDEAZ 2-2014, magazine over missionaire gemeenteopbouw in binnen- en buitenland van EA-EZA. Kijk op www.ea.nl/ideaz voor een (gratis) abonnement.

(Foto: Shutterstock)

Labels
Geestelijk leven > Discipelschap > Visie en beleid

« Terug naar Home