Sla links over

Hoofdinhoud

Praktijkvoorbeeld: Bruggen bouwen in Groningen

maandag 12 december 2011 12:03

In Groningen zorgt het Evangelisch Contact Groningen voor een effectieve samenwerking tussen kerken, organisaties en de plaatselijke overheid. Cor Snieder legt uit hoe dat is ontstaan.

Diaconaat houdt in dat we als christenen betrokken zijn bij anderen. Je moet je hart volgen en voor Cor Snieder (58) betekent dat: je richten op Gods Koninkrijk. Hokjes en hekjes die we in kerk en maatschappij hooghouden, vervagen dan. Er ontstaat ruimte, met veel meer mogelijkheden dan we eerst zagen. Zo ook in Groningen, waar Cor al jaren werkzaam is. Hij kwam er als regiocoördinator voor Stichting Agapè en raakte in de loop der tijd betrokken bij verschillende interkerkelijke initiatieven. Deze brachten hem in aanraking met het Evangelisch Contact Groningen (ECG). Daar trof hij mensen naar zijn hart: bruggenbouwers, waar hij zich graag bij aansloot.

Cor: “Alle mensen die de Here Jezus liefhebben, zijn mijn broers en zussen. Het maakt dan niet uit of het een ‘pinksterman’ is, een rooms-katholiek priester of iemand van een gereformeerde gemeente. Je kunt prima met elkaar samenwerken, als je je focus maar richt op het Koninkrijk. Daar gaat het om. Het betekent automatisch dat je ook oog hebt voor elkaar.”

Partnerschap

“Het ECG is ontstaan vanuit de behoefte elkaar beter te leren kennen. Onbekend maakt vaak zo onbemind. Daarom besloot een aantal voorgangers van verschillende kerken om regelmatig bijeen te komen in een soort ‘pastoresoverleg’. Dat was in eerste instantie niet taakgericht. Maar er werden banden gesmeed, omdat er onderling zo veel erkenning en herkenning bleek te zijn. En zo groeide de bereidheid en het verlangen om samen te werken. Het ECG is nu een stichting, waar verschillende initiatieven als het ware samenkomen. Ik denk dat dat heel goed is. Als je als christenen iets in en voor de stad wil betekenen, doe dat dan vanuit het ene Lichaam van Christus, zoals dat in die stad – hoe veelkleurig ook – gestalte krijgt. Zo staan bijvoorbeeld de Nationale Gebedsweek hier en ook de activiteiten van Sonrise, die ik eerst vanuit Agapè aanstuurde, nu onder auspiciën van het ECG.”

Koninkrijkjes

“Eén van de kernwoorden tijdens de derde Lausanne-conferentie in Kaapstad was ‘partnership’. Daar komt het op neer. We moeten stoppen met al die kleine koninkrijkjes van ons. We denken misschien dat we de ander niet nodig hebben. Of de ander gaat ons niet snel genoeg. Maar dat soort ideeën komen voort uit eigenzinnigheid of een gevoel van bedreiging. Wat nodig is, is het besef dat we bij elkaar horen, dat we aan elkaar gegeven zijn en aan de stad waarin we samen wonen. We hebben dus een gedeelde verantwoordelijkheid en zijn daarvoor van elkaar afhankelijk. En die verantwoordelijkheid moeten we breed inzetten, niet slechts voor een paar op zichzelf staande projectjes.”

Diakonia

“Het Nieuwtestamentische diakonia is breder dan de diaconie van onze kerk. Tenminste, onder dat laatste verstaan we nog altijd vaak alleen de instantie voor armenzorg binnen de eigen gemeente. Natuurlijk is die heel belangrijk. Maar de Bijbel spreekt ook van het bedienen van de verzoening, de gerechtigheid, de geest, enzovoort. Dat is dienen op alle niveaus tegelijk: geestelijk, mentaal, sociaal, fysiek. Daarom moeten we diaconie niet te makkelijk zetten tegenover bijvoorbeeld evangelisatie. We moeten het meer als een eenheid zien. En om die ene, veelomvattende opdracht als één Lichaam van Christus vorm te geven moet je elkaar eerst opzoeken en leren kennen. Daar is openheid en vertrouwen voor nodig én de bereidheid om te dienen: de gezindheid van onze Here Jezus zelf. Ja, ik heb het over nederigheid, maar dat gaat heel goed samen met felheid en doelgerichtheid.”

“Het ECG is nog steeds geen uitvoerend orgaan. We willen dat ook niet zijn. De verantwoordelijkheid ligt bij het Lichaam van Christus als geheel. Wat wij doen is het vormen van die ‘partnership’: we brengen mensen samen en leggen lijntjes, onderling en met onze omgeving. Zo kunnen we activiteiten goed afstemmen en onze gaven effectiever inzetten. Ik geef een voorbeeld. In Groningen hebben we de Stichting Present, de Stichting Hulp in Praktijk en de Stichting Help een Handje, naast de diaconieën van de verschillende kerken. Dan ligt het gevaar van ‘in hokjes denken’ op de loer. Maar als je elkaar opzoekt en goed met elkaar overlegt, merk je dat je volledig op elkaar kunt aansluiten.”

Waardering

“Omdat in het ECG zo veel lijntjes samenkomen, zijn we ook sterk in onze vertegenwoordigende rol. We hebben een vast overleg met de dienst OCSW (Onderwijs, Cultuur, Sport & Welzijn) van de gemeente. We participeren in het Ouderenpact en zitten in het Wmo Platform Groningen. In dat laatste hebben we zelfs drie bestuurszetels, omdat de kerken en organisaties achter ons zo veel wijkgericht werk doen. Daarbij merken we dat we gewaardeerd worden om de deskundigheid die we inbrengen. En dat kan doordat we aan de andere kant Wmo -overleg hebben tussen de kerken onderling en de genoemde organisaties Present, HiP en Help een Handje. Ook de Raad van Kerken en – opnieuw – de gemeente hebben daarin een vertegenwoordiger.”

“Die overdracht van kennis is een ontzettend belangrijk aspect, ook naar kerken toe. Regelmatig verzorgen we bijeenkomsten, waarin de gemeente onze diaconieën van nieuwe informatie voorziet. Er zijn cursussen, bijvoorbeeld in het kader van het project Schulphulpmaatje, ook weer in samenwerking met de gemeente. We slaan de handen ineen, maar elk met zijn eigen rol. Dat komt ook mooi tot uitdrukking in het feit dat de gemeente op plaatsen waar zij locaties voor wijkgericht werk opent, de kerk graag ruimte voor een eigen kantoortje biedt.”

Synergie

“Het is de kracht van de synergie. En dat is dus begonnen met de wil van een aantal voorgangers om elkaar te ontmoeten. Zij moeten – denk ik – hierin ook het voortouw nemen en ik zou dat graag nog meer zien. Eigenlijk zou elke stad een pastoresoverleg moeten hebben om te weten wat er in de stad leeft. Het hoeft niet tijdrovend te zijn: eens per maand een kort maar krachtig programma van een uurtje, waarbij we elkaar vertellen wat we doen. En daarna samen eten. Heel wat voorgangers zullen in eerste instantie alsnog denken: mijn agenda is overvol; ik geef mijn gemeente prioriteit boven interkerkelijk werk. Maar dan verlies je juist een heel stuk kracht die je elkaar kunt geven.”

“Uiteindelijk moeten we veel meer mensen erbij betrekken: het moet bij de gemeenteleden zelf komen. Daarvoor moeten we terug naar kleine kringen, groepjes die gericht zijn op ontmoeting en eens in de veertien dagen samenkomen voor aanbidding, bijbelstudie en ontspanning. Maar die vervolgens ook uitreiken naar de directe omgeving. Is er een verzorgingstehuis in de buurt? Ga dan wandelingetjes maken met de bewoners. Heel praktische dingen. Om dat gemeentebreed voor elkaar te krijgen, is een langetermijnproces. Maar ik ben ervan overtuigd dat we zo weer uitkomen bij wat we in Handelingen over de eerste gemeente lezen: zij stonden in gunst bij het gehele volk.”

Robert-Jan van den Hoorn

Overgenomen uit idea 1-2011, magazine voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie, www.ea.nl/idea

Kernwoorden: Samenwerking, eenheid, lokaal, Wmo, Groningen, pastoresoverleg

Labels
Kerk & Samenleving > Eenheid & samenwerking > Lokale samenwerking

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december