Sla links over

Hoofdinhoud

Omgaan met leefwereld van jongeren

omgaan leefwereld jongeren.jpgdinsdag 06 december 2011 16:08

’t Is wat met die jongeren tegenwoordig. Als oudere kun je soms verbaasd / geamuseerd / verontrust / met afschuw kijken naar wat er zich in hun leven afspeelt.

Ze vinden films leuk waar ú zich voor zou schamen. Ze komen thuis op momenten dat u er al een paar uur nachtrust op hebt zitten. De muziek waar ze naar luisteren, is niet om aan te horen. En wat ze over seksualiteit denken… dat durft u ze niet eens te vragen. De leefwereld van jongeren, daar staat u als oudere buiten.

Onbehagelijk

Als ambtsdrager kun je daarover tijdens huisbezoeken de verhalen van ouders horen. Of niet natuurlijk, want waarom zou je het er nog over hebben? ‘Het heeft geen enkele zin! Je kunt zeggen wat je wilt, maar jongeren gaan gewoon hun eigen gang…’ Ondertussen houdt u er een onbehagelijk gevoel bij: het gaat tenslotte niet om onbelangrijke dingen! En soms heb je het idee dat er echt dingen misgaan. Moet je dan zomaar accepteren dat we hierover het contact met jongeren kwijt zijn? Wat betekent verbondenheid met jongeren in de gemeente dan nog?

Geen contact

Het is goed om er op huisbezoek naar te vragen: praat u met uw kinderen wel eens over hun muziek, over uitgaan, over wat hen bezighoudt? Of informeer er eens naar bij leidinggevenden in het jeugdwerk: stellen jullie dit soort dingen wel eens aan de orde op club of vereniging? En als dat gebeurt, zijn het dan ook werkelijke gesprekken? Of blijft het bij een uitwisselen van standpunten? Met andere woorden: is er werkelijk contact, verbondenheid op dit punt?
In veel gevallen zal blijken dat dat contact er níet is: er wordt gewoon niet echt, niet open over gepraat. Ligt dat dan aan de jongeren? Lang niet altijd! Er zijn verschillende situaties denkbaar waarin het eerlijker is om eerst maar eens kritisch te kijken naar de rol van ouders of leidinggevenden.

1.Veel ouders en leidinggevenden in het jeugdwerk weten niet eens wat zich afspeelt in de leefwereld van jongeren, en vaak willen ze het ook niet weten. Er zijn legio ouderen die zich bijvoorbeeld nog nooit verdiept hebben in de radioprogramma’s, jongerenbladen of films die er tegenwoordig voor jongeren zijn. Nu is dat op zich niet zo erg, ware het niet dat hun eigen jongeren daar wél heel goed van de op de hoogte zijn en er ook grondig kennis van nemen. Zonder sturing dus!

2. Andere ouders en leidinggevenden weten wel wat zich afspeelt in de leefwereld van jongeren, maar het kan ze eigenlijk niet zoveel schelen. “We zijn tenslotte zelf óók jong geweest, en het is met ons óók nog goed gekomen.” En dus laten ze de eigen jongeren rustig experimenteren met van alles en nog wat, zonder erbij stil te staan dat er heel wat jongeren zijn met wie het níet goed is gekomen!

3. Ten slotte zijn er ouders en leidinggevenden die wél (zo ongeveer) weten wat zich afspeelt in de leefwereld van jongeren, zich daar ook ongerust over maken, maar ondertussen zelf niet het goede voorbeeld geven. Neem bijvoorbeeld wat een jongere vertelde die met zijn ouders was mee geweest naar een orgelconcert: ‘Van gospelmuziek willen ze niks weten, omdat dat wereldgelijkvormig zou zijn. Ondertussen vond ikzelf juist dat orgelconcert ontzettend leeg: het was puur amusement en persoonsverheerlijking, maar dan met een christelijk sausje. Dan vraag ík me af wat er méér wereldgelijkvormig is…”

Contact houden

Ouderen kunnen er dus zélf debet aan zijn als het (bijna) niet meer lukt om als gemeente contact te houden met de leefwereld van jongeren. Als het erop aankomt, vinden velen het niet eens belangrijk: waarom zou je die leefwereld überhaupt met het geloof moeten verbinden? Je kunt die twee toch rustig naast elkaar laten bestaan? Anderen hebben de leefwereld van jongeren bij voorbaat al afgeschreven: er is gewoon helemaal geen verbinding met het geloof mogelijk! Misschien (hopelijk) komt het vanzelf wel goed, en anders moeten we gewoon het gevecht aangaan. Praktijk in alle gevallen is ondertussen dat de gemeente steeds meer het contact met (de leefwereld van) jongeren verliest. Het wordt steeds moeilijker om (bij) te sturen!

Willen we als gemeente werkelijk contact houden of krijgen met jongeren in hun eigen leefwereld, dan zullen we daarom over twee dingen moeten nadenken:

In de eerste plaats moeten we (her)ontdekken dat geloven álles te maken heeft met ons leven van alledag. Geloven is niet alleen op zondag naar de kerk gaan, het is vooral ook hoe je op maandag omgaat met je relaties, je geld en je vrije tijd. In prediking en jeugdwerk gaat het er dus om dat we de brug weten te slaan van ‘de zondag’ naar de leefwereld van jongeren. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het blijkt bar lastig om dit principe in de praktijk te brengen. Het betekent op z’n minst dat je die leefwereld erg serieus neemt.

Daarom zullen we in de tweede plaats moeten nadenken over onze visie op de leefwereld van jongeren. Wat geloven we over die leefwereld? Hoe positief of negatief denken we erover? Wélke dingen zijn positief en van welke dingen moeten we afstand (leren) nemen?

Harmen van Wijnen

Voormalig directeur HGJB, programmamanager jeugdwerk Protestantse Kerk

Lees verder:
Jongeren in de Bijbel
Hoe voer je goede gesprekken
Praten over seksualiteit
Ruimte en richting geven
Vermoeiende discussies over uitgaan

Kernwoorden: Jongeren, tieners, jeugdwerk, kinderen, leefwereld, tienerclub, missionair, evangelisatie,

Labels
Jeugdwerk > Geloofsopvoeding- en ontwikkeling > Vraagstukken

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december