Sla links over

Hoofdinhoud

Hoe werk je aan een goed contact met ouders?

Hoe werk je aaneen goed contact met de oudersdinsdag 06 december 2011 15:30

Het is woensdagmiddag. Je hebt je goed voorbereid. En daar komen ze aan, de kinderen van de club. Het is fijn dat de kinderen er zijn, maar het is minstens zo belangrijk dat je de ouders even ziet.

.

Ouders als verlengstuk van het kind

Het is belangrijk dat je als jeugdwerker goed contact met de ouders van je doelgroep hebt. Dat zij weten wat je met hun kinderen doet op de club. En dat jij weet uit wat voor nest de kinderen komen en wat hun specifieke achtergrond is. Of misschien zijn er wel problemen in het gezin die een verklaring geven voor de manier waarop een kind zich gedraagt (bijvoorbeeld ziekte, echtscheiding, een sterfgeval). Uitgangspunt daarbij moet zijn dat ouders de eerst verantwoordelijken zijn en blijven voor hun eigen kind. De ouders zijn als het ware het verlengstuk van het kind.

Wat wil je dat ouders weten?

• De regels

Denk daarbij aan het tijdstip van beginnen en afsluiten, de indeling van de clubmiddag. Maar ook aan de regels die je hanteert rondom het gedrag van kinderen tegenover de leiding en naar elkaar toe. Als ouders hiervan op de hoogte zijn, heb je een basis om dingen met elkaar te bespreken als er onverhoopt problemen optreden.

• De uitgangspunten

Het is een groot verschil of je een club hebt voor kinderen van je eigen gemeente of dat je met buitenkerkelijke kinderen werkt. Van christenouders mag je verwachten dat ze achter de doelstellingen staan van het clubwerk. Naar buitenkerkelijke ouders toe moet je duidelijk zijn dat hun kinderen op de club in aanraking komen met de Bijbelse boodschap. Er worden bijbelliedjes gezongen, er wordt met de kinderen gebeden, enzovoort.

• De sfeer

Ouders merken aan hun kinderen hoe ze het vinden. De kinderen komen vrolijk thuis en hebben de volgende keer weer zin om te gaan (of juist niet). Nodig ouders daarom eens uit om een keertje te komen kijken of schakel ze in bij activiteiten waarbij je wel wat extra handen kunt gebruiken.

Folder

Om ouders op de hoogte te houden van wat je doet, kun je aan het begin van het seizoen een folder meegeven, waarin allerlei wetenswaardigheden over je club staan. Denk daarbij aan: de namen en telefoonnummers van de leiding, het programma voor het komende seizoen, de uitgangspunten van je clubwerk en je visie op het kind. Ook informatie over een eventuele bijdrage in de kosten en waar je dat geld aan besteedt. Verder kun je verwoorden wat je van de ouders verwacht. Je kunt ook overwegen om regelmatig een infobulletin aan de kinderen mee te geven.

Wat doe je bij gedragsproblemen?

Gedragsproblemen op de club: je probeert het uiteraard eerst zelf op te lossen met het kind, maar soms is dat niet mogelijk. Het is dan goed om er met de ouders over te praten. Wees daar wel voorzichtig mee. Je maakt snel iets stuk.
Het uitgangspunt voor een dergelijk gesprek moet altijd positief gericht zijn. Samen met de ouders op zoek gaan naar oplossingen. Een kind de toegang tot de club ontzeggen kan verstrekkende gevolgen hebben en is dus een uiterste noodmaatregel.
Bedenk bij zo’n gesprek altijd dat dit voor ouders moeilijk is. Niemand hoort graag dat zijn of haar kind zich heel vervelend gedraagt, zelfs niet als je dat eigenlijk al wel weet. Ga je als clubleider meteen in de aanval, dan zal de ouder het kind onmiddellijk verdedigen. We hebben dan te maken met een loyaliteitsconflict. De sterke wederzijdse band tussen ouders en kinderen noemen we: de verticale loyaliteit. Deze band is onverbreekbaar, wat er ook gebeurt. Ouders en kinderen kiezen altijd onvoorwaardelijk voor elkaar, juist in moeilijke situaties. Het is daarom beter om te beginnen met de positieve punten van het kind. Een kind is nooit alleen maar vervelend. Er zijn altijd wel goede punten te noemen. Daarna kun je het probleemgedrag aan de orde stellen en samen naar mogelijke oplossingen gaan zoeken. Stel je ook niet op als de deskundige die het beter weet. De ouder voelt zich dan op de vingers getikt en als opvoeder zwaar tekort geschoten.

Mishandeling of verwaarlozing

Nog moeilijker is het als je problemen vermoedt die te maken hebben met mishandeling of verwaarlozing. In je contacten met het kind krijg je signalen dat er iets niet klopt. Wat doe je dan?
• Ga er uiterst omzichtig mee om en trek niet te snel conclusies.
Er zijn al te vaak ten onrechte verkeerde diagnoses gesteld

• Praat er niet over met mensen die er niets mee te maken hebben.
Wel indien nodig met een vertrouwenspersoon in je gemeente (jeugdouderling of jeugdwerker, voorganger) en uiteraard onder geheimhouding. Overleg met elkaar wat je gaat doen en hoe je dit gezin kunt steunen.

• Probeer een vertrouwensband op te bouwen met het kind.
Zorg dat je club een veilige plaats is voor het kind. Een plaats waar hij altijd terecht kan en warmte kan ervaren. Probeer de liefde van Jezus Christus door je houding door te geven aan het kind.

• Besteed op de club aandacht aan het omgaan met elkaar.
Misschien leert het kind zo dat het anders kan dan thuis.

• Probeer om contacten met de ouders te leggen.
Vaak leven gezinnen waar mishandeling voorkomt in een sociaal isolement. Probeer vanuit je christen zijn iets voor dat gezin te betekenen.

• Val tegenover het kind nooit de ouders af.
Het kind zal dan altijd kiezen voor zijn ouders (loyaliteitsconflict).

• Bedenk dat je geen deskundige bent.

• Het gaat om het welzijn van de kinderen, niet om het veroordelen van ouders.

• Neem in ernstige gevallen contact op met een vertrouwensarts in je omgeving.

Allochtone ouders

De kans is groot dat je als gemeente en clubleiding te maken krijgt met kinderen en ouders uit andere culturen. Zeker als je werkterrein in de oudere wijken van de grote steden ligt, is het goed mogelijk dat er allochtone kinderen op je club komen. Enerzijds is dit een uitdaging om deze mensen te betrekken bij onze samenleving en in hun culturen het evangelie van Jezus Christus te laten klinken. Anderzijds kan dat ook wel eens problemen geven. Iedere cultuur heeft zijn eigen kanten en wederzijds onbegrip kan tot moeilijke situaties leiden.

Besteed aandacht aan:

• Gelijkwaardigheid

Onze westerse cultuur is niet beter dan een andere. Treed daarom ouders met respect tegemoet. Kijk niet op ze neer omdat ze andere regels hanteren. Pas op voor vooroordelen.

• Omgangsvormen en gebruiken

Verdiep je in de contacten met allochtone ouders wat de gebruiken van die bevolkingsgroep zijn. Hoe is hun manier van begroeten (wel of geen hand), wat is beleefd en wat niet als je op bezoek komt, enzovoort.

• Communicatie

Veel ouders van allochtone kinderen beheersen de Nederlandse taal nog niet voldoende om alles te begrijpen. Houd daar rekening mee. Bedenk ook dat vooral asielzoekers een verleden van verdriet en pijn met zich mee dragen.

• Visie op het kind

Allochtone kinderen worden in de regel strenger opgevoed dan Nederlandse kinderen. Zeker de meisjes worden strak gehouden. Maar jongetjes worden juist vaak nogal verwend. De eer van de familie is heel belangrijk. Zeg daarom tegen ouders nooit iets negatiefs over het kind. Dat is beledigend. ‘Verpak’ je boodschap over bijvoorbeeld vervelend gedrag op een wijze manier.

• Verhouding man/vrouw

Realiseer je in contacten met deze ouders dat de verhouding tussen man en vrouw anders is dan in onze cultuur. Dit komt tot uiting in de manier van met elkaar omgaan. Houd daar rekening mee, als vrouw door je kleding en door het vermijden van direct oogcontact met de vaders. Als man in je benadering van de moeders van deze kinderen.

• Geloof

Houd in contacten met moslimouders rekening met gevoeligheden. Leef in eerste instantie het christen-zijn voor. Spreken over het geloof kan pas als er een vertrouwensband is ontstaan.

 

Wil Hartog-Boogaard

Kernwoorden: Ouders, kinderclub, kinderen, kinderwerk, gedragsproblemen, asielzoekers, allochtonen, mishandeling, misbruik

Labels
Jeugdwerk > Werkvormen & materialen > Kinder- en jeugdclubs

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december