Sla links over

Hoofdinhoud

Leer kinderen de tweede taal van het geloof

Leer kinderen 2e taal van geloofmaandag 23 september 2013 11:40

Vertel het mij en ik zal het vergeten. Laat het mij zien en ik zal het mij herinneren. Betrek mij erin en ik zal het begrijpen.

Vaak denken we dat het Woord van God pas betekenisvol wordt wanneer we het eerst en vooral goed uitleggen. Als we het begrijpen dan kunnen we verder. Toch is dat te snel geredeneerd. Om het van je hoofd (kennis, weten) naar je hart (begrijpen, liefhebben) te laten zakken is meer nodig.

Vroeger noemden ze de kerkdienst daarom ook wel een godsdienstoefening. We worden er gevraagd om deel te nemen aan de gebeden en het zingen, te lezen en brood en wijn met elkaar te delen. Door al die dingen oefenen we ons om de boodschap beter te begrijpen en ernaar te leven. Dat leerproces duurt ons leven lang en rituelen helpen daarbij.

Symbooltaal

Symbolen en rituelen spelen een bemiddelende rol tussen God en mens. Ze kunnen een belangrijke brugfunctie vervullen naar onze leefwereld en van grote betekenis zijn in onze ervaring van en ontmoeting met God. Symbooltaal noemen we ook wel de tweede taal van het geloof. Wanneer je deze tweede taal leert verstaan, kunnen beelden uit de Bijbel een nieuwe en verrassende diepgang krijgen.

Symbolen zijn vaak gewone voorwerpen uit ons dagelijks leven, maar ze helpen ons door te dringen tot het onzichtbare en geven woorden aan dingen waar we geen woorden voor hebben. Zo gebruiken we een beeld uit onze ‘gewone werkelijkheid’, namelijk een gouden ring, om de 'diepere werkelijkheid' van liefde en trouw te verbeelden. Zo laten de symbolen (brood en wijn) en symbolische handelingen (breken, schenken, eten, drinken, delen) van het avondmaal ons een glimp zien van Gods werkelijkheid. Zoals brood en wijn ons versterken, zo versterken het lichaam en bloed van de Here Jezus ons geloof.

Meer dan ons verstand

Het lijkt zo karig – één stukje brood dat ons deelgenoot maakt aan het lichaam van de Heer. Eén slokje wijn dat ons bepaalt bij het bloed van de Heer. En toch is het genoeg. Je kunt het een voorproefje noemen. Bij een chique diner krijg je ook wel eens een voorproefje: een amuse. Het is maar een hapje om je smaak op te wekken, om je te laten verlangen naar meer… Op dezelfde manier doen het brood en de wijn ons verlangen naar een maal met de Heer in overvloed. Jezus zei: ‘Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken’ (Lukas 22:19).

Bij een ritueel als het avondmaal gaat het om meer dan ons verstand en het is meer dan een plaatje bij een praatje. Als we het avondmaal vieren zijn we daar met ons hele zijn bij betrokken. We oefenen ons om de betekenis en de inhoud ervan steeds opnieuw en wellicht vernieuwd te zien. En als we de symbolen zien, schieten andere beelden ons te binnen: we hebben het nodig gevoed te worden door Gods woord, we mogen delen van wat we ontvangen, straks mogen we maaltijd houden met het Lam.

Kinderen en rituelen

Als symbooltaal nodig is om de Bijbelse boodschap te begrijpen, dan is het belangrijk dat kinderen deze taal al jong leren. Dat kunnen ze ook, als het betreffende symbool maar deel uitmaakt van hun leven. Voorwerpen of afbeeldingen die kinderen herkennen, raken hen en blijven hen bij. Wel is het essentieel om uit te leggen waar de afbeelding of het voorwerp voor staat en wat je ermee wilt duidelijk maken. Zinnen als 'Het is net als... ', 'Dat lijkt op...' en 'Zo is het ook...' zijn hierbij behulpzaam.”1

Beelden hoeven we overigens niet helemaal uit te leggen voor we er met de kinderen over in gesprek gaan. Gebruik ze juist als 'trigger'. Al pratend kun je dan met de kinderen samen ontdekken wat de beelden nog meer kunnen betekenen. Dit gesprek zal bij kleuters anders verlopen dan bij oudere kinderen.

Kleuters

De ervaring leert dat een kind van drie jaar al goed kan aangeven dat een traan naar verdriet verwijst. Jonge kinderen denken associatief, ze leggen verbanden vanuit hun directe ervaring en gevoel. Daarbij vermoeden ze achter alles een bedoeling en kunnen ook levenloze dingen gevoel hebben. Omdat ze veel dingen niet begrijpen, gaan ze verbeelden. Geef ruimte aan hun behoefte om te verbeelden, daag hen daartoe uit. Daarmee geef je ook ruimte aan ‘er is meer’.

Jonge kinderen

Vanaf een jaar of zeven nemen kinderen verhalen en symbolen sterk letterlijk op. Ze willen weten hoe de dingen echt in elkaar zitten. Is het echt brood? Je eet toch geen lichaam? Voel je dan dat de Here Jezus je vergeven heeft? Is dat niet vies: allemaal uit dezelfde beker drinken?

Leg niet alles uit. Ga vooral in op dingen die ze herkennen uit het dagelijks leven. Geef ruimte aan de verbeelding. Maak onderscheid tussen de dagelijkse ervaring en de symboliek. We breken het brood, we eten het, we worden er door gevoed. Dit lijkt op…

Oudere kinderen

Vanaf een jaar of tien kunnen kinderen symbolen echt als symbolen gaan zien: het is een specifieke manier om iets over de werkelijkheid te zeggen en is iets anders dan fantasie. In hun leven zijn trouwens veel symbolen: die van de voetbalclub, muziek, kleding, kreten en groepstaal. Het hoort bij hun groep en maakt dat ze erbij horen.

Fieke Bijnagte
Onderwijspedagoog en coördinator van Stichting sAmen Leren Geloven. sAmen ontwikkelt kindernevendienstmateriaal dat kinderen actief en inhoudelijk betrekt bij de gemeenschap van gelovigen. www.samenlerengeloven.nl

1 Uit: H. Schaap en H. Van Wijnen, Alle aandacht. Preken voor kinderen en jongeren, Boekencentrum, 2011

Labels
Jeugdwerk > Geloofsopvoeding- en ontwikkeling > Geloofsopvoeding thuis

« Terug naar Home