In Engeland spreekt de Evangelical Alliance (EAUK) over een “once in a lifetime missional moment”. Na decennia van dalende kerkbetrokkenheid signaleren zij in 2025 een onverwachte kentering: meer openheid voor geloof, meer zoekers, meer doopdiensten en groeiende kerken. Hun rapport Missional Trends 2026 benoemt vijf ontwikkelingen die volgens hen het missionaire landschap van 2026 zullen bepalen. Vanuit MissieNederland kregen we de vraag: herkennen we deze trends ook in Nederland? En zo ja, in welke mate?
Voor dit artikel verzamelden we cijfers, signalen en verhalen uit ons netwerk van kerken en organisaties. Hieronder schetsen we eerst de Engelse bevindingen, gevolgd door een reflectie op de Nederlandse situatie.
1. Een groeiende spirituele openheid
Volgens de EAUK wordt 2026 “het meest spiritueel open jaar in levende herinnering”. Zij zien niet alleen meer interesse in geloof en transcendentie, maar merken ook dat deze openheid concreet leidt tot groei in kerken: meer zoekers, meer doopdiensten en meer mensen die zich aansluiten bij een geloofsgemeenschap.
In Nederland zien we een genuanceerder beeld. Uit God in Nederland 1966–2024 blijkt dat de ontkerkelijking structureel doorgaat en dat er “nauwelijks aanwijzingen zijn dat deze trend op korte termijn zal keren”. Toch signaleren de onderzoekers een opvallende trendbreuk:
“Waar voorheen elke nieuwe generatie meer ontkerkelijkte, zien we bij generatie Z een hoger aandeel respondenten dat zich gelovig noemt en positiever oordeelt over de kerk.”
Deze verschuiving herkennen we in ons netwerk. Steeds vaker horen we verhalen van kerken die nieuwe geïnteresseerden ontmoeten, vaak zonder kerkelijke achtergrond. “Een meisje zocht op Google naar een kerk en kwam zomaar bij ons binnenlopen. Ze is inmiddels gedoopt en zingt mee met de band.” Ook de groei van jonge bezoekers bij de Opwekkingsconferentie wijst op hernieuwde nieuwsgierigheid naar geloof en gemeenschap.
Tegelijk blijft de spirituele zoektocht in Nederland, net als in Engeland, breed en divers. Deze openheid richt zich niet alleen op het christendom; ook andere religies, new age‑praktijken en online spiritualiteit zoals “WitchTok” winnen aan populariteit. Spirituele openheid is dus aanwezig, maar niet vanzelfsprekend kerkgericht.
2. Meer spirituele ervaringen en ‘onverklaarbare momenten’
In het VK zegt 28% van de nieuwe volwassen gelovigen dat een spirituele ervaring hen op weg zette richting geloof. De EAUK verwacht dat kerken in 2026 vaker mensen zullen ontmoeten die binnenkomen met de vraag: “Wat was dat wat ik heb meegemaakt?”
In Nederland hebben we geen cijfers, maar wel signalen. Binnen onze themagroep Loving & Serving Muslims viel in 2023 op dat veel moslims dromen ontvingen waarin zij Jezus ontmoetten. Ook de geloofsgemeenschappen die we benaderden vertellen vergelijkbare verhalen: “Een jonge man die depressief was kreeg een droom en stuurde ons vervolgens een mailtje: ‘Kan ik bij jullie meer over Jezus leren?’”
Dit vraagt om missionaire sensitiviteit. Hoe reageren we op zulke verhalen, zeker wanneer we zelf minder vertrouwd zijn met spirituele ervaringen? Zoals Petrus in Handelingen 2:17 zegt dat de Geest mensen dromen en visioenen zal geven, mogen we verwachten dat God ook vandaag mensen op verrassende manieren raakt.
3. Nieuwe missionaire kansen in (diaconale) betrokkenheid
In het VK zijn bijna alle voedselbanken verbonden aan kerken, maar slechts een klein deel van de bezoekers wordt uitgenodigd om een vervolgstap in geloof te zetten. De EAUK ziet hier een grote missionaire kans. Ook blijkt dat 74% van de ouders met kinderen onder de vijf jaar het afgelopen jaar een kerkactiviteit bezocht.
Deze herkenning leeft ook in Nederland. Veel kerken bieden waardevolle programma’s en hulp aan voor mensen binnen en buiten de kerk. Maar durven we ook de verbinding te leggen tussen praktische liefde en het delen van onze hoop? Soms slaat het verlangen om niet opdringerig te zijn om in stilzwijgen. Hoe helpen we elkaar om nederig, liefdevol en natuurlijk het geloofsgesprek aan te gaan?
4. Toenemende Bijbelbetrokkenheid
In het VK steeg de verkoop van Bijbels de afgelopen jaren met 87%. Vooral jongere generaties zoeken naar betrouwbare, diepgaande bronnen in een “post‑truth” samenleving.
Ook in Nederland zien we een groeiende interesse. Het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap, Bible League en het Evangelisch College bevestigen dit. “We zien dat de verkoopcijfers van Bijbels omhoog gaan. De Bijbel voor beginners doet het bijvoorbeeld erg goed en ons webinar over beginnen met Bijbellezen had bijna 700 aanmeldingen,” vertelt Anne-Mareike Schol (NBG).
Bij het Evangelisch College steeg het aantal cursisten van hun EC-Bijbelcursus van 1100 naar 1400 in twee jaar. “We zien binnen die cursisten een toenemend aantal jonggelovigen met een interesse in de Bijbel,” aldus directeur Jesse van Nes.
Tegelijkertijd laat onderzoek van de HGJB zien dat Bijbelgebruik onder christelijke jongeren juist afneemt. Dat roept de vraag op: hoe helpen we zowel nieuwe gelovigen als jongeren om vaardigheden te ontwikkelen voor persoonlijk Bijbellezen?
5. Nieuwe discipelschap-vragen
Omdat mensen via nieuwe wegen tot geloof komen, hebben ze in hun eerste stappen van discipelschap vaak andere behoeften dan we gewend zijn. Veel afhakers verlaten de kerk niet vanwege ongeloof, maar omdat ze geen gemeenschap vinden of geen begeleiding krijgen in basispraktijken zoals gebed, Bijbellezen en het vinden van een passende geloofsgemeenschap. De eerste fase na een geloofskeuze blijkt kwetsbaar, en juist daar kan de kerk veel betekenen.
Mart Jan van der Maas, directeur van Alongsiders, ziet hierin een duidelijke opdracht voor de kerk. “Ik zie inderdaad grote uitdagingen voor de kerk in het discipelen van deze nieuwe gelovigen. Ten eerste vraagt het om een verschuiving van een programmagerichte kerk naar een communitygerichte kerk. Ten tweede zien we een grote nood aan geestelijke vaders en moeders. Wie zijn bereid om mee te lopen met deze vaak jonge mensen in hun geloof?”
Zijn woorden raken aan een bredere beweging die we in meerdere kerken horen: nieuwe gelovigen hebben minder behoefte aan activiteiten en meer aan mensen. Aan nabijheid. Aan iemand die hen kent, ziet en begeleidt. Discipelschap wordt daarmee niet primair een cursus of traject, maar een manier van leven die we samen leren.
6. Eenheid in community
Naast de vijf Engelse trends zien we in Nederland nog een ontwikkeling die steeds vaker naar voren komt: in een tijd van polarisatie, versnippering en individualisme groeit het verlangen naar authentieke, hechte gemeenschappen. Mensen zoeken plekken waar ze gezien worden, waar verschillen niet scheiden maar gedragen worden, en waar verbondenheid meer is dan een gedeelde activiteit.
Juist hier heeft de kerk iets unieks te bieden. Onze eenheid is niet gebaseerd op voorkeuren, cultuur of gelijkgestemdheid, maar op Jezus Christus zelf. In het volgen van Hem verdwijnen onze verschillen niet, maar ze verliezen wel hun scheidende kracht. Zoals Paulus schrijft: “Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, slaaf of vrije, man en vrouw — u bent allen één in Christus Jezus.”
Die diepe, geestelijke eenheid vormt een tegenverhaal in een verdeelde samenleving. Wanneer kerken deze eenheid zichtbaar maken in hun manier van samenleven, door verzoening, gastvrijheid, onderlinge zorg en het dragen van elkaars lasten, ontstaat er een gemeenschap die aantrekkelijk is voor zoekers én helend voor gelovigen.
In die zin is eenheid niet alleen een theologisch ideaal, maar ook een missionaire kans. Mensen verlangen naar een plek waar ze mogen thuiskomen. De kerk mag zo’n plek zijn, juist omdat Christus ons samenbindt.
Conclusie
De Engelse Missional Trends laten een opvallend optimisme zien. In Nederland is het beeld genuanceerder, maar zeker niet minder hoopvol. We zien geen massale beweging richting de kerk, maar wel een groeiende onderstroom van nieuwsgierigheid, vragen, spirituele ervaringen en verlangen naar gemeenschap. Juist in deze tijd liggen er kansen voor kerken die aanwezig durven zijn: gastvrij, relationeel, luisterend en bereid om mensen stap voor stap te begeleiden.
Misschien is dit geen “once in a lifetime missional moment” zoals in het VK, maar het is wél een moment waarin God mensen raakt — soms onverwacht, soms via dromen, soms via diaconale betrokkenheid, soms via een zoekopdracht in Google. De vraag is of wij als christenen deze beweging herkennen, ontvangen en beantwoorden met liefde, wijsheid en open armen.
Lees ook het artikel 'Hoe reageren we op de groeiende interesse in het christelijk geloof?'