Vertaling van het artikel “Towards a European Public Missiology” - 4 september 2025, gepubliceerd op de website van Centre for Missionaries from the Majority World (CMMW). Geschreven door Rev Dr Israel Oluwole Olofinjana.
Naar een Europese Publieke Missiologie
In de prachtige stad Frankfurt in Duitsland kwamen begin september veertien sleutelfiguren uit verschillende zendingsnetwerken en -organisaties uit heel Europa samen. Onder hen waren vertegenwoordigers van de European Evangelical Alliance (EEA), de European Evangelical Missions Association (EEMA), de Evangelische Zendingsallianties uit Duitsland, Zwitserland en Nederland, de One People Commission van de Evangelical Alliance UK, Global Connections, All4Aid, Wycliffe, ReachGlobal en Lausanne Europe.
Doelen
Een van de centrale doelen van de consultatie was om na te denken over de plek van Europa in een polycentrische zendingswereld. Zending heeft geen enkel centrum meer, maar wordt gedragen door vele stemmen, bewegingen en regio’s. Juist daarom bevindt Europa zich op een strategisch kruispunt. Wat is de bijdrage van Europese netwerken en leiders in dit nieuwe landschap? Wat betekent het om te leiden, samen te werken en te dienen – vanuit en naar Europa? Tegelijkertijd was de consultatie ook bedoeld om samen een nieuw beeld te vormen van een levendige, relationele en missionaire European Evangelical Mission Association (EEMA).
Belangrijke vragen
Ter voorbereiding kregen de deelnemers een aantal vragen mee die richting gaven aan de gesprekken:
- Wat zijn volgens jou de meest urgente noden rondom zending en samenwerking – in Europa én vanuit Europa naar de wereld?
- Welke moeilijke vragen moeten zendingsorganisaties en -netwerken aandurven?
- Welke specifieke kansen zie je voor jouw land, netwerk of organisatie in deze Europese context?
- Zijn er zorgen, terughoudendheden of kritische punten die je wilt inbrengen?
- Welke bronnen (artikelen, boeken, podcasts, blogs, onderzoeken) waren nuttig in jouw voorbereiding?
Rode draden
Tijdens de bijeenkomst werkten de deelnemers in groepen met deze vragen en deelde ieder vanuit hun eigen context waar zij God aan het werk zien. Twee rode draden kwamen duidelijk naar voren: de invloed van diaspora-gemeenschappen én de betrokkenheid van jongeren en jonge leiders. Deze thema’s werden daarom kernpunten in de verdere gesprekken. Hier volgt een samenvatting verdeeld in vier onderwerpen.
1. Europese inheemse zending en diaspora-zending
Europa wordt diepgaand gevormd door de aanwezigheid van diverse diaspora-gemeenschappen, met bijbehorende uitdagingen, kansen en noden. Dat varieert van migranten die als ‘reverse missionaries’ terugkeren, tot vluchtelingen, en van inter-Europese migratie (bijvoorbeeld Oost- naar West-Europa) tot bredere migratiebewegingen.
Dit vraagt om een bredere benadering dan een smalle “diaspora-missiologie” die alleen kijkt naar Majority World-gemeenschappen in Europa. Wat nodig is, is een werkelijk interculturele missiologie, waarin diaspora-missiologie en inheemse Europese missiologie elkaar ontmoeten.
In het Nieuwe Testament verwijst het woord diaspora immers naar de hele bediening van de kerk in haar verstrooiing, niet slechts naar een deel daarvan. Diaspora-missiologie moet daarom recht doen aan de veelheid van migratiebewegingen en -patronen in Europa. Dat betekent dat inheemse Europeanen en Majority World-gemeenschappen sámen nieuwe vormen van kerk en zending ontwikkelen.
Daarvoor is het essentieel om de werkelijkheid eerlijk onder ogen te zien, bestaande silo’s af te breken en te erkennen dat Europa niet monolithisch is, maar rijk en divers.
2. Jongere generaties en intergenerationele gesprekken
De interculturele dialoog moet verbonden worden met intergenerationele dynamiek. Daarbij gaat het ook om tweede en derde generatie migranten. Velen van hen zien zichzelf als Europeanen: ze spreken Europese talen, zijn hier geboren en denken vanuit een Europees wereldbeeld.
Daarnaast groeit een bredere generatie jongeren die zoekt naar doel en verbondenheid. Zij zijn vaak meer open voor samenwerking, innovatie en een holistische benadering van zending, waarin gerechtigheid centraal staat – zoals klimaatrechtvaardigheid en andere sociale thema’s. Hun energie en visie zijn cruciaal voor de toekomst van zending in Europa.
Een grote uitdaging is echter dat jongeren en opkomende leiders in veel missiebijeenkomsten en conferenties nog steeds te weinig ruimte krijgen. Dat moet veranderen als we hun stemmen werkelijk willen meenemen in de Europese missiebeweging.
3. God aan het werk in Europa
Te midden van secularisatie en post-secularisatie zijn er duidelijke tekenen dat God in beweging is. Er ontstaan nieuwe gemeenschappen, er worden verhalen van vernieuwing gedeeld en er groeit onverwachte belangstelling voor geloof.
Een voorbeeld hiervan is de Quiet Revival in Groot-Brittannië, waar opvallend veel jongeren – vooral jonge mannen – opnieuw op zoek gaan naar geloof en spiritualiteit. Zulke verhalen voeden de hoop, versterken samenwerking en helpen ons te onderscheiden hoe wij ons kunnen aansluiten bij Gods werk.
4. De valse tegenstelling tussen kerk en zending
In veel Majority World-contexten vloeit zending vanzelf voort uit de lokale kerk. In Europa daarentegen zijn zendingsorganisaties vaak los komen te staan van kerken en netwerken, waardoor zending – met name internationaal – vooral via organisaties loopt.
Hoewel dit historische oorzaken heeft, is dit model steeds minder houdbaar. Veel kerken organiseren tegenwoordig hun eigen missionaire initiatieven, zowel lokaal als internationaal, waardoor de rol van zendingsorganisaties ter discussie komt.
Tegelijkertijd zorgt dit voor spanningen en onduidelijkheid over de verhouding tussen kerken en organisaties. Heldere afspraken, wederzijds vertrouwen en partnerschap zijn noodzakelijk om hierin samen verder te komen.
Europese publieke missiologie: een diaspora-perspectief
Zoals genoemd, kwam diaspora steeds opnieuw als thema naar voren tijdens de gesprekken. Opvallend genoeg, want er waren relatief weinig diaspora-deelnemers aanwezig. Dat roept de vraag op: wat betekent dit voor de ontwikkeling van een Europese missiologie?
Belangrijker nog: hoe kan een Europese publieke missiologie helpen om de verschuivingen en veranderingen in Europese samenlevingen te adresseren? Zo’n publieke missiologie gaat verder dan het toerusten van kerken voor evangelisatie en zending. Ze kijkt breder, naar de Europese samenleving en de trends en krachten die daarin spelen.
Met diaspora als belangrijke rode draad, zal een Europese publieke missiologie zich in elk geval moeten verhouden tot vragen als:
- Hoe gaan we om met de groei van de islam, zonder mee te gaan in islamofobie?
- Hoe kan de kerk bijdragen aan het dekoloniseren van zending?
- Hoe kan de kerk migratie theologisch duiden en de stemmen van migranten als getuigen van God in Europa erkennen?
- Hoe kunnen we giftige vormen van christelijk nationalisme weerstaan, en tegelijk een gezonde christelijke burgerschapscultuur ontwikkelen?
Drie vraagstukken
Ik zal proberen drie van deze vraagstukken te belichten – niet als het laatste woord, maar als een bijdrage aan het gesprek. Het is daarbij ook belangrijk te vermelden dat er al verschillende Europese publieke theologen actief zijn via universiteiten, theologische opleidingen, tijdschriften (Vista Journal, European Journal of Theology, Theological Reflections: Eastern European Journal of Theology) en onderzoekscentra, die zich met uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken in Europa bezighouden.
De opkomst van de islam en de angst ervoor
Voor veel evangelischen in Europa is de groei van de islam een grote zorg. Als migrerende en missionaire wereldreligie groeit de islam sterk in Europa. De vraag is: hoe verhouden we ons daartoe? Door middel van dialoog, of door nadruk te leggen op evangelisatie?
In de oecumenische traditie ligt de nadruk vaak op interreligieuze gesprekken en dialoog, terwijl evangelischen doorgaans sterker inzetten op evangelisatie.
Een nog grotere zorg, in kerk en samenleving, is echter de propaganda van islamistische extremisten die beweren dat de islam Europa wil overnemen. Zulke verhalen zaaien angst en leiden gemakkelijk tot een ongezonde, veralgemeende angst voor moslims. De uitdaging is daarom: hoe kunnen we de islam en moslims op een gezonde manier benaderen, zonder demonisering?
Om die angst te doorbreken zullen Europese evangelischen, naast hun inzet voor evangelisatie, ook werk moeten maken van het begrijpen van de islam en het aangaan van eenbetekenisvolle dialoog die kan leiden tot vrede en een gedeelde samenleving.
Migratie en nationalisme
Migratie is momenteel in heel Europa een fel bediscussieerd thema. Door de toename van zowel legale als illegale migratiestromen zijn samenlevingen multicultureel geworden. Landen gaan daar verschillend mee om: sommige leggen nadruk op assimilatie (waarbij migranten zich volledig moeten aanpassen), andere proberen integratie te bevorderen rond gemeenschapsvorming. Er zijn ook situaties waarin migranten in geïsoleerde gemeenschappen leven – soms per ongeluk, soms bewust.
In de pogingen om migratie te reguleren, zijn nationalistische retoriek en politiek in opkomst, vaak aangewakkerd door extreemrechts. Denk aan partijen als Rassemblement National (Frankrijk), Reform UK, Fratelli d’Italia, de Oostenrijkse Vrijheidspartij en Alternative für Deutschland.
In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld groeit de publieke onvrede over het migratiebeleid. Burgers voelen zich onvoldoende beschermd en uiten dat in protesten bij opvanglocaties voor vluchtelingen. Daarbij worden Engelse vlaggen gebruikt als symbool voor een nationalisme dat heimelijk door extreemrechts wordt gekaapt. Ook tekenen van racisme nemen toe: van vlaggen en leuzen in de publieke ruimte tot zelfs discriminerende graffiti in speeltuinen.
Deze situatie schept een dubbele uitdaging voor de kerk: enerzijds het tegengaan van giftig nationalisme, anderzijds het ontwikkelen van een theologie van migratie die een ander verhaal vertelt dan de samenleving – een verhaal waarin migranten niet worden gedemoniseerd, maar ontvangen als medeburgers en getuigen.
Zending en macht
De koloniale geschiedenis van Europa kan niet genegeerd worden in de zoektocht naar een publieke missiologie. Slavernij, imperialisme en kolonisatie verbinden Europeanen, Afrikanen, Caribische gemeenschappen, Aziaten en Latijns-Amerikanen in een gedeeld verleden.
Een Europese missiologie zonder een proces van dekolonisering blijft daarom onvolledig. Het vraagt dat we kritisch onderzoeken hoe zending en macht in het verleden vervlochten zijn geraakt, en dat we samen – Europeanen én Majority World-christenen in Europa – werken aan het dekoloniseren van zending. Dat vereist een interculturele benadering waarin macht gedeeld wordt.
Conclusie
Samengevat: de consultatie in Frankfurt fungeerde als katalysator om Europese zending opnieuw te doordenken in een geglobaliseerde wereld en in het licht van de wereldwijde kerk.
De European Evangelical Missions Association (EEMA) is de afgelopen jaren vrij stil geweest. Nu is het idee ontstaan om een nieuw Europees zendingsnetwerk te vormen, verbonden met de identiteit van de European Evangelical Alliance (EEA). Binnen de World Evangelical Alliance (WEA) wordt het missionaire netwerk ook opnieuw vormgegeven. Dit biedt een kans om juist nú een actief netwerk in Europa te ontwikkelen.
Zo’n verandering vraagt om besluitvorming in elk land, maar er is nu ruimte om dit proces actief te volgen en mede te beïnvloeden – zoals ook gebeurde tijdens de consultatie in Frankfurt op 1 en 2 september 2025.
Wat mij duidelijk is geworden: we moeten toewerken naar een Europese publieke missiologie die relevant is voor de huidige context van verandering, in Europa én daarbuiten.
