Ode aan de sterke vrouw

8 maart 2022 om 11:11
  • Profielafbeelding van Maartje Dekens
    Door:
    Maartje Dekens

Vandaag, 8 maart, is het Internationale Vrouwendag. Koning Lemuel schreef duizenden jaren geleden al zijn prachtige ode aan de sterke vrouw.

In Spreuken 31 staat het bekende loflied op de sterke vrouw, in het Hebreeuws: ‘eshet chayil’. Een gedicht dat koning Lemuel schreef over een vrouw, vol wijsheid, met invloed en aandacht voor anderen. Een bijzondere vrouw, die niet alleen veel betekenis had voor de eerste lezers van het Bijbelboek Spreuken, maar die ook ons mag inspireren.

Koning Lemuel begint zijn gedicht met een vraag: “wie zal haar vinden?!” Het klinkt bijna retorisch. Wie is deze vrouw die meer waard is dan edelstenen, de vrouw die haar echtgenoot voorspoed en aanzien geeft?

Eshet chayil

In het Hebreeuws staat hier: eshet chayil. Twee woorden die in het Nederlands vaak wat flets werden vertaald als ‘degelijke huisvrouw’ of ‘deugdelijke vrouw’, maar die in het Engels al wat meer kleur krijgen in het ‘woman of valor’: een vrouw van kracht. Allereerst het woord eshet, dat komt van de stam van het Hebreeuwse woord ishah wat vrouw betekent. Het tweede woord, chayil, is rijk aan betekenis. Want hier ontvouwt zich een prachtige gelaagdheid. Het kan gaan over rijkdom, competenties, overwinning, moed, dapperheid en macht. Maar het ademt ook iets uit van militaire kracht, doordat het zo dicht aanligt tegen het Hebreeuwse ‘chayal’, dat ‘soldaat’ betekent.

Deze vrouw is een moedige strijder. Daarbij zegt chayil in deze context niet zozeer iets over haar fysieke kracht, maar veel over haar hart, overtuiging en karakter.

Haar handen strekken zich uit

De opbouw van het gedicht in Spreuken 31 is vrij gemakkelijk te ontdekken: de 21 verzen kun je in vier stukken verdelen. De eerste twee en de laatste twee verzen vertellen iets over de waarde van deze vrouw: in de eerste twee verzen wordt haar waarde voor haar man genoemd; die gaat boven robijnen uit, hij vertrouwt haar volledig en hij leunt op haar. En in de laatste twee verzen wordt ze geprezen door de buitenwacht, de mensen in de poorten. Maar het spannendste deel bevindt zich in het midden. De verzen 13-27 zeggen namelijk iets over haar activiteiten. Allereerst in haar huis of landgoed. Uit de tekst maken we op dat ze ondernemer is, ze verwerft akkers, maar is ook leider en draagt zorg voor haar gezin en haar dienstmeisjes. Ze kookt, wast, maakt kleding en dekens.

Maar let op de draai die de dichter maakt in het midden van dit gedicht. Waar in vers 19 staat dat ze haar handen uitstrekt naar haar spinnewiel en weefspoel, strekt ze diezelfde handen in vers 20 uit naar buiten. Ze strekt zich uit naar de armen, behoeftigen en de ellendigen. Ze heeft niet alleen oog voor haar huis en akker, maar ook voor haar omgeving.

Een tweeluik als het ware, waarin de dichter twee helften naast, maar ook tegenover elkaar plaatst. Heel typerend voor de Hebreeuwse poëzie, omdat het nadruk legt op haar werk voor haar gezin én haar sociale activiteiten. Vers 19 draait als het ware de focus van binnen naar buiten. Naast deze bijzondere symmetrie is de tekst ook opgebouwd als acrostichon: net als ons Wilhelmus begint elk van de verzen met een letter van het Hebreeuwse alfabet. Van A tot Z, of in het Hebreeuws: van Aleph tot Tav. Een toonbeeld van perfectie en volmaaktheid.

Ze is sterk

Deze vrouw is sterk, sociaal en bekleed met kracht en glorie. In de geschiedenis hebben veel Bijbeluitleggers en theologen zich afgevraagd over wie dit nou gaat. Over wie schreef Lemuel? En wie had zijn moeder in gedachten toen zij haar zoon raad gaf? Sommige theologen zagen in deze eshet chayil de Thora, de wet, of de Shekinah, de aanwezigheid van de glorie en grootheid van God. Maar ook zag men in de beschrijving van eshet chayil de ziel, de wijsheid of de kerk en gemeente van Christus.

Tegenwoordig zijn theologen het erover eens dat het over een echte vrouw gaat. Tegelijkertijd vormt het beeld van de sterke vrouw ook een mooie parallel naar Spreuken 9. Hierin stelt de dichter twee vrouwen tegenover elkaar: Vrouwe Wijsheid en Vrouwe Dwaasheid. Vrouwe Wijsheid geeft leven, vreest de Heer, zorgt voor haar dienstmeisjes en geeft te eten, iets wat ook klinkt in Spreuken 31. Maar Vrouwe Dwaasheid is onrustig, dom en onverstandig en lokt voorbijgangers op de weg die naar de dood leidt, het leven waar God niet is. Door dit contrast ontvouwt zich in het Bijbelboek iets van de wijsheid die altijd hand in hand gaat met het vrezen van God. Het begin van wijsheid is ontzag voor God (Spreuken 1 vers 7).

Ze is bijzonder

Het is opvallend dat de woorden eshet chayil maar drie keer voorkomen in het Oude Testament, want er lopen immers eindeloos veel vrouwen door de Bijbelverhalen die wijs en verstandig waren en vol ontzag voor God. Maar de enige vrouw die – naast Spreuken 12 vers 3 en Spreuken 31 - als eshet chayil wordt aangeduid, is Ruth. In de woorden die Boaz over haar spreekt, wanneer zij in de nacht bij hem komt en hem vraagt om als losser op te treden: daarom dochter, ik zal doen wat je van mij vraagt; iedereen immers weet dat je een bijzondere vrouw bent (Ruth 3 vers 11 NBV).

Hierin proeven we iets van het karakter van deze vrouw: ze is krachtig, loyaal en leeft naar Gods wet. Het leven van Ruth opent de toekomst van Gods volk, doordat uit het huwelijk van Boaz en Ruth veel later koning David - en in die geslachtslijn uiteindelijk ook Christus - wordt geboren (Matteüs 1 vers 5).

Eshet Chayil voor nu

In de kerk wordt de tekst in Spreuken 31 vaak gelezen op moederdag, als tekst om vrouwen te eren die voor hun kinderen zorgen, het thuisfront draaiende houden en die ook in sociaal opzicht hun handen uit de mouwen steken. Maar als je dieper kijkt dan zie je dat het bij eshet chayil niet zozeer iets is wat deze vrouw dóet, maar veel meer hoe ze ís. Eshet chayil zegt iets over haar identiteit. Een goddelijke stem spreekt hier over vrouwen en hun diepe waarde.

Het zegt iets over vrouwen die gaan staan op de positie die ze hebben, waar dan ook. Of je nu thuis voor je kinderen zorgt, als mantelzorger voor je ouders of buren zorgt, een bedrijf of organisatie leidt, spreekt, schrijft of biddend om mensen heen staat. Als je leeft wie je bent dan sta je gewoon op je eigen plek.

Al in de kerk van de eerste eeuwen hadden vrouwen een bediening en lezen we dat ze als leider, apostel, kerkplanter en investeerder in het missionaire werk van Jezus actief waren. Samen, in de gemeente, als bouwers van het koninkrijk, volwaardig en dienend op de plek die God hun gaf in de kracht van de Heilige Geest. Iets waarover Joël al profeteerde: de Geest zal worden uitgestort op alle mensen, oude en jonge mensen, mannen en vrouwen (Joël 2 vers 28). Die lijn kunnen we doortrekken naar vandaag. En hoewel we als hedendaagse vrouwen misschien niet per se in de nacht opstaan om ons gezin te eten te geven (vers 15), akkers te kopen (vers 16), wijngaarden te planten of kleding te naaien (vers 19) – uiteindelijk hebben ook wij onze taken en verantwoordelijkheden.

Er kan veel op je afkomen en alles wat je moet doen kan aanvoelen als een puzzel met veel te veel puzzelstukjes. Voor mij wel tenminste. Ik heb net als de vrouw in Spreuken 31 verschillende rollen. Ik ben echtgenote, moeder, werk als teamleider bij Opwekking, doe daarnaast een deeltijdstudie, zit in een bestuur, sluit aan bij de bidstonden van mijn gemeente en wordt daarnaast steeds vaker gevraagd om ergens te spreken of aan mee te schrijven.

Het kan soms aanvoelen als een grote berg. En wanneer koning Lemuel schrijft dat de lamp van eshet chayil in de nacht niet dooft (vers 18), moet ik eerlijk bekennen dat mijn lampje vaak wel dooft.

Gekleed in de kracht van God

Maar dan geeft de dichter een inkijkje hoe deze vrouw haar planning op orde houdt, haar berg werk verzet en ze tot zegen is van haar gezin en omgeving. Want, schrijft koning Lemuel: kracht en glorie zijn haar kleding. Ze kleedt zich in de kracht van God. En ik geloof dat daar de sleutel ligt die de dichter van het boek Spreuken ons wil aanreiken in deze tijd.

Ware wijsheid ligt in het ontzag voor de Heer. En een vrouw die ontzag heeft voor de Heer zal worden geprezen (vers 30). Want in het licht van zijn aangezicht, aan de voeten van de Koning, daar ontvangt de zwakke nieuwe kracht. Daar worden je handen weer sterk, daar ontvang je shalom, daar krijgt de strijder haar wapens, daar maakt Hij de krijger in je wakker, daar heeft je waarde geen getal. Je hoort alleen nog maar de stem die je diep vanbinnen overtuigt: 'Kom maar. Je bent waardevol, eshet chayil.'

Door Maartje Dekens

Maartje Dekens is teamleider Communicatie & Marketing bij Opwekking. Dit artikel is met toestemming overgenomen van Opwekking Magazine.

Meer blogs en columns

Eenzaamheid in de HEMA

Gemiddeld 4 op de 10 Nederlanders voelen zich eenzaam. Hoe eenzaam mensen zich voelen blijkt afhankelijk van onder meer …
Lees verder

'Ik kom niet als een vrouw spreekt'

‘Als er een vrouw spreekt, dan kom ik niet.’ Deze uitspraak komt niet alleen voor in mijn onderzoek naar vro…
Lees verder

Hopeloos hoopvol

Ik merk dat ik boos ben. Boos met een bittere rand van verdriet. Zo boos dat ik dat alleen kan uitdrukken in de woorden …
Lees verder

Vraag een gratis proefnummer aan van ideaz

ideaz geeft jou en jouw geloofsgemeenschap concrete ideeën om leven te brengen in de wereld. In een lekker praktisch magazine voorziet het netwerk van MissieNederland je van tips en inspiratie rondom een actueel missionair onderwerp. Dit alles uiteraard voorzien van een prettig leesbare onderbouwing. Vraag nu gratis een proefnummer aan, digitaal of per post.

Aanvragen
ideaz 30 - Jonge generaties voorop - mock-up.png