God is niet kleurenblind

5 februari 2021
  • Profielafbeelding van Gilbert Thera
    Door: Gilbert Thera

“Ik ben kleurenblind” is een uitspraak die nogal eens gebezigd wordt wanneer het gesprek over racisme en etnocentrisme gaat. Dat klinkt mooi, maar is eigenlijk deel van het probleem. Want wanneer we beweren geen kleur te zien, zien we onbewust alles vanuit onze eigen kleur.

Halverwege 2020 kwam het gesprek rondom racisme en etnocentrisme door het overlijden van George Floyd wereldwijd in een stroomversnelling. Maar waar de dialoog op landelijk niveau leek los te barsten, bleef het in kerkelijk Nederland over het algemeen vrij stil. Natuurlijk verschenen er wel een paar artikelen met persoonlijke ervaringen en werden er preken over dit onderwerp gehouden, maar het echte gesprek rondom dit thema - dat van tijd tot tijd erg kan schuren - bleef voor mijn gevoel uit.

Laat ik beginnen met zeggen dat ik niet geloof dat de kerk in Nederland racistisch is, integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat de kerk oprecht gelooft dat zij haar best doet om iedereen te verwelkomen. Maar waar de intenties mooi en zuiver zijn, zie ik ook wat anders. Namelijk dat het haar gewoonweg niet lukt om te zien hoezeer racisme is verweven in dat wat wij zeggen en doen. Dit komt, geloof ik, omdat de pijn die racisme heeft gebracht en nog steeds brengt, niet door de hele kerk wordt gevoeld.

We zien het niet en daar waar het gesprek op gang lijkt te komen, roepen we al heel snel dat wij kleurenblind zijn. Kleurenblind, omdat wij iedereen als gelijkwaardig willen zien. Echter wanneer wij geen kleuren meer zien, zien wij de ander niet als gelijkwaardig, maar als gelijk. En dat is een groot verschil. Want wanneer we de ander als gelijke zien, dan verliest die persoon niet alleen zijn kleur, maar zien wij de ander ook vanuit de lens van onze kleur, onze cultuur, dat wat wij gewoon vinden. Dan zien we de ander niet in zijn context, maar die van ons en lopen we het risico dat we de ander verkeerd interpreteren. Daarnaast kunnen wij dan zomaar uit het oog verliezen welke rijkdom er schuilt in die andere kleur.

Een wonder

God is niet kleurenblind, sterker nog Hij heeft kleur gemaakt. Diversiteit is zijn uitvinding en het weerspiegelt zijn creativiteit. Wanneer wij zeggen dat God kleurenblind is, doen we de schepping tekort. David schrijft in Psalm 139 vers 13 en 14 het volgende: “U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel”. Dit zijn bekende woorden uit een schitterende psalm. Grote kans dat jij deze woorden al vaker hebt gelezen, bestudeerd en wellicht zelfs hebt aangehaald in een overdenking. Maar wanneer we opnieuw stilstaan bij de woorden: “Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt”, dan hoop ik dat die woorden binnenkomen. En dit keer niet voor jou, maar voor de ander. Want God heeft de ander dus ook wonderbaarlijk gemaakt. Het bestaan van de ander is een ontzaglijk wonder.

Wonderen zijn schitterend. We kunnen er doorgaans geen genoeg van krijgen en willen er alles over weten. Als het bestaan van de mens een wonder is, zouden we de mens dan ook niet op die manier moeten bestuderen? Zou deze tekst geen aanleiding moeten geven om ons te willen verdiepen in de ander?

Ik kom uit een Chinees-Indonesisch gezin. Toen mijn ouders naar Nederland verhuisden, was ik nog maar tien maanden oud. Je zou kunnen zeggen dat ik tussen twee culturen ben opgegroeid; Nederlands, maar in een Indonesische bubbel. Die bubbel kleurde een groot deel van mijn jeugd. Er is een zin in het lied ‘Echte Nederland’ van Dwight Dissels, die dat heel mooi illustreert: “En mijn moeder kookte ’s avonds gewoon om half zes, met de smaak van Suriname een oer-Hollands gerecht”. Deze zin is voor mij zo herkenbaar. Zo at ik boerenkool met worst op z’n Indonesisch. Dit is een mooi voorbeeld hoe de multiculturele samenleving kan werken. Hoe verschillende culturen versmelten, maar niet tot een grijze massa, maar een kleurrijk palet waar de ene de andere kleur verrijkt. 

Hoe mooi dit beeld ook is, in de praktijk werkt het helaas niet altijd zo. Zo deden mijn klasgenoten sommige dingen anders. Een simpel voorbeeld: ik had best wel wat vrienden die hun ouders met ‘jij’ aanspraken of erger nog, met hun voornaam. Dat was bij ons ondenkbaar. Binnen onze cultuur kreeg je dan direct het etiket ‘brutaal’, ‘slecht opgevoed’ of ‘onbeschoft’. Maar mijn ouders ontdekten dat die kinderen helemaal niet brutaal waren. Dat ze wel degelijk goed waren opgevoed en dat ze verre van onbeschoft waren. Mijn ouders leerden dat vrij snel, omdat ze heel vaak werden geconfronteerd met de andere kleur. Ze konden er niet omheen. Ze moesten leren om vooroordelen te laten varen om de dingen te kunnen zien vanuit een ander perspectief.

Maar hoe ga je met zulke verschillen om, wanneer je de keuze hebt om het niet te zien? Hoe ga je ermee om, wanneer er genoeg mensen om je heen zijn die zijn zoals jij? Hoe ga je ermee om wanneer het niet nodig is om je te verdiepen in de ander?

Laten we eerlijk zijn. Als wit persoon kun je in de meeste kerken prima de andere kant op kijken. Simpelweg omdat de meeste Nederlandse kerken overwegend wit zijn. Maar wat als we ervoor zouden kiezen om dat niet (meer) te doen? Wat zou er gebeuren als we de ander willen zien, zoals die ander is? Zie de mens, zie de persoon zoals die is en ja, daar hoort dus ook de kleur van die persoon bij.

De mens zien

Elkaar echt zien, begint met de wil om elkaar te leren kennen. Daarom is het gesprek ook zo belangrijk. Zoals ik aan het begin al schreef, mis ik dat gesprek. Hebben wij ons willen verdiepen in de ander? En dan niet alleen in de leuke dingen, maar ook in de pijn van de ander? Wanneer we van de pijn horen, wuiven we het dan weg, omdat wij het niet zo zien of niet zo bedoeld hebben? Of zijn wij bereid om ons hart te openen, om gewoon te luisteren met als doel om de pijn van de ander te voelen? Paulus schrijft niet voor niets in 1 Korintiërs 12 vers 26 het volgende: “Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde”. Als wij dan samen één lichaam zijn, dan moet de pijn van de één toch ook gevoeld worden door de ander? Het moet op z’n minst iets met ons doen. Het kan ons niet onberoerd laten en we kunnen het al helemaal niet bagatelliseren.

Het is niet langer voldoende om niet racistisch te zijn, […] het is tijd geworden om antiracistisch te zijn

Durf vragen te stellen aan de ander en wees bereid om jezelf niet te verdedigen. Luister niet om te antwoorden, maar om te ervaren. Of zoals Stephen Covey het zegt: “Luister om te begrijpen, niet om begrepen te worden”. Want wanneer iemand zijn pijn deelt, dan is dat negen van de tien keer geen aanval op jou, maar gewoon iemands eigen ervaring. Het verhaal draait niet om jou, maar om de ander die zijn verhaal, ervaring, of pijn deelt. Dit gesprek kan enorm schuren, dit is een gesprek waar het niet gaat om intenties, maar percepties. Vergelijk het met een mok met een oor: wanneer het oor alleen aan mijn kant te zien is, kan ik honderd keer roepen dat deze mok een oor heeft. Echter, jij zal het niet zien, totdat je bereid bent om niet langer tegenover mij te staan, maar naast mij te zitten. De kans is groot dat mijn witte broer of zus binnen een witte culturele context de pijn van mensen uit een andere cultuur niet kan zien of voelen zolang hij of zij niet naast de ander komt zitten. En zelfs dan kan het zijn dat je het niet ziet. Toch kan je de ander wel echt horen, en dat is precies de eerste stap die nodig is om dit gesprek op gang te brengen.

De kerk kan niet langer zwijgen rondom dit thema. Het is gewoonweg niet langer voldoende om niet racistisch te zijn, daarvoor zijn er te veel tranen gelaten. Het is tijd geworden om antiracistisch te zijn. Laat de verschillen er zijn, maar bespreek ze, verdiep je in de cultuur van de ander en leer van de ander. Ga deze reis aan, eerst voor jezelf om vervolgens jouw kerk hierin mee te kunnen nemen. En hopelijk is de kerk op een dag niet langer kleurenblind, maar kan zij, net als haar Maker, volop genieten van iedere kleur.

Uit ideaz

Dit artikel verscheen eerder (november 2020) in de uitgave 'Meer (dan) kleur' van het magazine ideaz. Bestel hier een exemplaar of meld je direct aan als abonnee.

Verder lezen?

Gekleurd door context

Theologe Laura Dijkhuizen zet zich al jaren in voor meer gelijkwaardigheid in de kerk. Een thema dat haar op het lijf is…
Lees verder

Hoe ga je als kerk om met coronaverdeeldheid?

Verdeeldheid door coronamaatregelen, ze gaat aan christenen niet voorbij. Toch is eenheid tussen christenen een diep ver…
Lees verder

Terugblikken op #nietalleen: welke lessen kunnen we leren?

Kort na de eerste lockdown in maart 2020 bracht Tiemen Westerduin verschillende partners uit het christelijk netwerk bij…
Lees verder

Vraag een gratis proefnummer aan van ideaz

ideaz zet jou en jouw gemeente in beweging voor het uitleven van de missie van Jezus in wijk én wereld. In een lekker praktisch magazine voorziet het netwerk van MissieNederland je drie keer per jaar van tips en inspiratie op een actueel missionair onderwerp. Dit alles uiteraard voorzien van een prettig leesbare onderbouwing. Vraag nu gratis een proefnummer aan en ontvang het eerstvolgende exemplaar.

Aanvragen
2021-ideaz-2-Samen-(eenzaam)-zijn-teaser.png