Sla links over
Hoofdinhoud

Trends in de mondiale missie: ‘Democratisering’ en ‘amateurisering’ – van proces naar project

maandag 06 maart 2017 22:06

Kenmerkend voor de interculturele missie wereldwijd is haar ‘democratisering’. In voorgaande eeuwen zonden kerken en organisaties in Europa en Noord-Amerika vrijwel alleen ‘professionals’ uit om de goede boodschap bekend te maken in andere landen met andere talen en culturen. Geselecteerd op nogal strenge geestelijke criteria, aangenomen voor een levenslange missie, en speciaal opgeleid – met het oog hierop werden er overal Bijbelscholen opgericht. Zeker, er zijn altijd uitzonderingen geweest, gelovigen die erop uit trokken zonder een voorafgaande selectieprocedure te doorlopen, zonder enige voorbereiding, maar dat liep lang niet altijd goed af. Men was er algemeen van overtuigd dat men de transculturele missie niet kon overlaten aan improvisatie en hoop op inspiratie ter plekke.

Tegenwoordig is zendingswerk lang niet meer voorbehouden aan ‘specialisten’, de zogenaamde carreer missionaries, al vormen zij nog steeds een belangrijk percentage van de missionaire menskracht. Andere categorieën zijn daarbij gekomen: tentenmakers, kortverbanders, gepensioneerde vrijwilligers, migranten… Al met al is sprake van een democratisering: vrijwel iedereen kan meedoen aan de missie. Veel missiologen juichen deze ontwikkeling toe, waarbij zij benadrukken dat de communicatie van het evangelie een zaak van de Kerk in haar geheel is.

Kortverbandprojecten

Het verschijnsel neemt grote omvang aan, vooral dankzij de populariteit van kortverbandprojecten. Vroeger was zendingswerk vaak ook wel van beperkte duur, in die zin dat uitgezonden werkers de overtocht niet overleefden, of vrij snel stierven aan tropische ziekten, of het leven lieten bij inheems verzet. Het streven was echter om een leven lang in dienst van de zending te stellen. Tegenwoordig is de tendens juist ten gunste van missionair projecten die bewust van korte duur zijn, enkele maanden tot hooguit vier jaar – wat ongeveer de maximale contractperiode in dit soort van werk is.

Zij die voor een kortere periode actief zijn in de ene of andere vorm van zendingswerk, zijn merendeels ‘leken’, als we ons even zo mogen uitdrukken. Ze hebben niet noodzakelijk een speciale zendingsopleiding gevolgd. Sommigen van hen oefenen hun ‘seculiere’ beroep uit, enkele maanden of enkele jaren, in een school, een ziekenhuis of een humanitair project dat aan de zending is gerelateerd. Anderen onderbreken hun carrière om iets heel anders te doen, wat kan variëren van stadsevangelisatie tot opvang van vluchtelingen. Andere mogelijkheid: jongeren die hun studie een jaar onderbreken of uitstellen om mee te werken in een jaarteam van evangelisatie onder studenten in een ander land. Voeg daarbij de stages van allerlei slag die de meeste zendingsorganisaties tegenwoordig aanbieden. En dan hebben we het nog niet eens over de reizen van enkel weken, veelal bedoeld voor jongeren om kennis te maken met missie en kerkenwerk in een andere cultuur en daar een praktische bijdrage aan te leveren. Ze hebben een hoog vakantie- en avontuurgehalte, reden waarom sommige deskundigen ze niet tot de categorie ‘missionaire’ projecten rekenen.

Kortverbandzending is een onderwerp van discussie in de missiologie en in missionaire organisatie. Dit gezegd zijnde, is het duidelijk dat het daarbij gaat om werkvormen die het voor een veel groter aantal christenen mogelijk maakt om een actieve bijdrage aan de zending te leveren. Democratisering dus.

Nieuwe structuren

Het gevolg is dat er een groot aantal mensen beschikbaar kwam dat zijn geestelijke gaven en beroepsmatige ervaring ging inzetten voor de verbreiding van het evangelie. Omdat bestaande organisaties niet altijd bereid waren deze stroom in zich op te nemen, ontstonden er vele nieuwe structuren.

De keerzijde daarvan is een zekere ‘amateurisering’, zoals de bekende, in 2009 overleden Amerikaanse missioloog Ralph Winter het uitdrukte. Hij en andere specialisten voeren aan dat naarmate men de zending ‘toegankelijk’ voor alle (toegewijde) volgelingen van de Heer wil maken, men in de verleiding komt te bezuinigen op theologische vorming, taalstudie, en toerusting op het gebied van transculturele bekendmaking van het evangelie. Het gevolg hiervan is, althans volgens critici, dat de kortverbanders in het land waar zij werken, slechts met een kleine rand van de plaatselijke bevolking kunnen communiceren. Op deze discussie gaan we nu niet in.

De opkomst van kortverbandwerk is gerelateerd aan een verschuiving in het missionaire denken. Van oudsher geldt zending als een proces, een zaak van de lange adem. Met de opkomst van organisaties als Operatie Mobilisatie en Jeugd met een Opdracht, en met de toename van allerlei vormen van hulpverlening en ontwikkelingswerk, gaat men missie steeds meer opvatten in termen van een project. Met een tijdsduur, een taakomschrijving, min of meer duidelijk gedefinieerde doelstellingen, een vastgesteld budget, compleet met sponsors. De traditionele missie van speciaal opgeleide ‘professionals’ was en is echter veeleer een proces, dat zich eerder laat meten in termen van trouw aan de ondernomen taak dan in termen van doelstellingen die men in een bepaalde tijd zou moeten halen. De projectbenadering spoort echter wel veel meer met het huidige culturele en economische klimaat in het Westen. Desondanks blijft de procesbenadering naar ons inzicht onmisbaar en zijn de twee benaderingen complementair.

Door Evert van de Poll
Hoogleraar godsdienstwetenschap en missiologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Pastor van de Franse Baptistenfederatie in Nîmes (Frankrijk). Meer over deze en andere trends in zijn boek: Door de wereld gaat het woord: actuele thema’s in de mondiale zending (Heerenveen, Jongbloed, 2013).

IDEAZ

Dit artikel werd geschreven voor IDEAZ 2 van 2017, het praktijkblad over missionair kerk-zijn in wijk en wereld. 

Labels
Kerk naar buiten > Zending > Trends
Nieuwe website: IDEAZ
Nieuwe website: voor de wereldwijde missie
Nieuwe website: Weg met zending

« Terug naar Home