Sla links over
Hoofdinhoud

Wake up call

maandag 06 november 2017 19:00

Slechts een schamele drie procent van alle christelijke zendelingen werkt in Aziatische landen. Hier woont 97 procent van alle onbereikte mensen in de wereld, dat wil zeggen bijna drie miljard mensen. Dit enorm grote deel van de wereld lijkt onzichtbaar te zijn voor de kerk.

Nog geen twee procent van het zendingsgeld wordt besteed aan het verkondigen van het evangelie in Azië en Arabische Wereld, een gebied waar bijna geen christenen wonen. De kans dat een moslim dáár een christen tegenkomt is heel klein; slechts één zendeling op 400.000 moslims. Waarom is dit zo en wat kunnen wij hieraan doen?

Het doel van dit artikel is niet om te debatteren over de juistheid van deze cijfers. Het is wat mij betreft vooral een wake-up call voor christenen en kerkleiders om na te denken over het waarom van (wereldwijde) zending en wat de prioriteit heeft.

Wat is zending?

In 1974 stelde Billy Graham het Lausanne Covenant op. Hierin werd zending als volgt gedefinieerd: het goede nieuws verspreiden dat Jezus Christus stierf voor onze zonden, dat Hij uit de dood opstond en dat Hij nu als Koning heerst. Hij biedt vergeving van zonden en de bevrijdende gave van de Heilige Geest aan allen die zich bekeren en geloven.[1]  Hierin klinkt het absolute en het unieke van het evangelie door, wat ook zendingstheologen als J. Verkuyl en J.H. Bavinck motiveerde voor het christelijk getuigenis onder niet-christenen. Helaas klinken in veel zendingsdefinities ook enkele associaties door met het koloniale verleden van het Westen dat het evangelie verkondigde aan de rest van de wereld (‘from the West to the rest’). Dit is tegenwoordig wel anders. Het zwaartepunt van het christendom ligt nu in het Zuiden. Terwijl het aantal zendelingen uit het Westen afneemt, neemt het vanuit het Zuiden toe. Zending vindt dus tegenwoordig van overal naar overal plaats.

Missio Dei en de kerk

Zending is in de eerste plaats Gods werk en niet ons werk, schrijft Verkuyl.[2] Het doel van Gods zending is de vestiging van zijn Koninkrijk. Daarbij gaat het God, zo betoogt hij[3], om ‘een nieuwe orde van zaken, waarin alles weer rechtgezet is, waarin de gemeenschap tussen Hem en de mensen hersteld is, waarin de verticale en de horizontale shalom, de vrede, het heil gerealiseerd is en waarin de chaos bedwongen is’.

Zending is dus Gods verantwoordelijkheid en niet die van de kerk. De Zuid-Afrikaanse zendingsdeskundige David Bosch zei het als volgt: “Het is niet de kerk die een missie onderneemt; het is de missie van God die de kerk vormt”. Anders gesteld: “Het is niet zozeer dat God een plan heeft bedacht voor Zijn kerk in de wereld, maar hij heeft een kerk voor zijn plan met de wereld”. De kerk in haar geheel is daarmee de zendeling. Dit zou dus de kerkelijke agenda moeten bepalen. De volgende vraag is dan nog dringender:

Waarom is er zo weinig aandacht voor zending in Azië?

Een reden waarom veel zendelingen niet naar Aziatische landen gaan, is wellicht de gebrekkige veiligheid in die regio. Veel landen staan negatief in het nieuws vanwege terrorisme, extreme uitingen van islam en corruptie. Met onze westerse neiging om risico’s te vermijden is zending naar dat soort landen niet populair. Landen als Afghanistan en Jemen vergen helaas grote offers, ook van zendelingen.

Een andere reden is vermoedelijk het ontbreken van snel resultaat. In landen als Saoedi-Arabië, Afghanistan en Bangladesh kun je als zendeling geen visum krijgen. Zendelingen kunnen daar verblijven als ze werken voor een bedrijf of NGO. Via hun werk en door contacten met buren bouwen ze relaties op en proberen ze vertrouwen te winnen. Langzamerhand worden allerlei barrières overwonnen. Dus ze kunnen niet snel mooie nieuwsbrieven versturen naar hun uitzendende kerk over het aantal nieuwe bekeerlingen. Nee, vaker is het een kwestie van geduld, problemen oplossen omtrent taal, cultuur en gezondheid. Dat vergt een lange adem van zowel de zendeling als de zendende kerk. Dan komt het er op aan God te gehoorzamen, ook door moeilijke tijden heen, wetende dat God de Zender is. Dat vraagt nederigheid en afhankelijkheid van de zendeling en de kerk om samen te werken in het Koninkrijk.

Daarnaast hoor ik meer en meer het argument dat christenen ook in Nederland zo hard nodig zijn. Nederland is zendingsland geworden, zegt men dan. Er is echter niets nieuws onder de zon. Deze opmerking klonk ook al twintig jaar geleden toen ikzelf ging werken buiten Nederland. Toch ben ik het niet eens met deze stelling als reden om zending in het buitenland te negeren. Want hoe kunnen we bijna drie miljard moslims, boeddhisten en hindoes in Azië negeren? Hof en Van Saane [4]constateren terecht dat door de nadruk op de missionaire kerk de missie buiten Nederland uit het blikveld kan verdwijnen. In het ideale scenario daarentegen kan deze nadruk op ‘inwendige’ zending de buitenlandzending ook juist stimuleren. En daar hoop ik van harte op!

Ten slotte hoor ik ook regelmatig als reden dat we alleen nog maar de lokale kerken hoeven te steunen. Zij zijn er immers in vrijwel alle landen en ook het beste in staat om te evangeliseren in hun eigen taal en cultuur. Lokale evangelisten zijn ook nog eens vele malen goedkoper en efficiënter dan buitenlandse zendelingen. Daarom zijn diverse (zendings-)organisaties en kerken bezig om hun zendingsopdracht in te vullen door voornamelijk lokale kerken te ondersteunen in plaats van zelf zendelingen uit te zenden. Daar is op zich niets mis mee. Er is echter nog een andere kant. De vraag is namelijk of dit in veel landen in Azië en de Arabische wereld wel mogelijk is. Zijn de kerken daar ook in staat om te evangeliseren? En indien dat mogelijk is, willen ze het dan ook? Kun je van een kleine kerk in een land waar slechts 1-3% van de bevolking christen is, een kerk die vaak gediscrimineerd of zelfs onderdrukt wordt, verwachten dat ze actief het evangelie onder moslims verkondigt?

Veel kerken in de Arabische wereld worden hooguit getolereerd, laat staan dat ze de vrijheid hebben om hun kerkdeuren te openen voor moslims. Zendelingen uit andere landen kunnen die kerken ondersteunen door zelf actief uit te reiken onder moslims. Zo kunnen we elkaar aanvullen.

Zending in de komende jaren

Tijdens een recente bijeenkomst met de leiders van Interserve werden we weer bepaald bij onze bestaansreden als zendingsorganisatie: het bekendmaken van Jezus Christus onder de meest behoeftigen van Azië en de Arabische Wereld. Die focus op meest behoeftigen zie ik ook terug in het proefschrift[5] van E. Hof over kwetsbaarheid en marginaliteit in postkoloniale missie. Grenzen vervagen, zendende landen worden ook ontvangende landen (met betrekking tot het zenden en ontvangen van zendelingen). Termen als pionierszending, zendingsveld, bereikten/onbereikten rieken naar het oude koloniale paradigma. Partnerschappen en samenwerking met lokale organisaties en kerken zijn noodzakelijk om elkaar echt  te leren begrijpen om gezamenlijk een bijdrage te kunnen leveren aan de evangelieverkondiging.

De nieuwe christenen met een migratie- én moslimachtergrond kunnen de nieuwe zendelingen worden!

Het denken vanuit de marge leidt ook tot kwetsbaarheid. Hof en Van Saane schrijven[6] : “In zending volgen wij Christus, die zijn macht en glorie aflegde, en zich op heel kwetsbare wijze identificeerde met mensen. Zending wordt dan een kwetsbare, ondersteunende ontmoeting over grenzen. Die grenzen zijn niet alleen geografisch van aard, maar ook cultureel, sociaal, etnisch. Het doelmatige is niet de eerste motivatie van de zendingswerker. Je hoeft niet bij de ander te zijn met een zeker doel, niet om die ander ergens te krijgen. Je mag gewoon bij hem of haar zijn, en, als dat nodig is en van je gevraagd wordt, in actie komen. Het betekent ook profetisch spreken en verzet bieden tegen alles wat het leven verstoort of verminkt”.

Vanuit deze houding mogen we de komende tijd ook als Nederlandse zendelingen volop bijdragen in Gods wereldwijde en cross-culturele zending. Maar er is meer…

Zending en migranten

Jorge Castillo Guerra (werkzaam bij het Nijmeegse Instituut voor Missiewetenschappen) opperde afgelopen zomer dat in Nederland naar schatting 1,3 miljoen christenmigranten wonen, zowel van westerse als niet-westerse afkomst. Er is echter bar weinig uitwisseling tussen christenen met een migratiegeschiedenis en christenen die al generaties lang in Nederland wonen. Dit geldt ook voor kerken en (zendings-)organisaties. Terwijl daar juist enorme kansen liggen voor zending.

Tijdens een inspiratiedag voor “ministry among migrants” in januari 2017 betoogde én profeteerde Ghaida Azeez (Irakese, woonachtig in Luton en trainer bij Al Massira) dat nieuwe, jonggelovige christenen met een migratie- én moslimachtergrond de nieuwe zendelingen kunnen worden, zowel in Nederland als buiten Nederland. Zij gelooft dat bijvoorbeeld Iraanse gelovigen sneller toegang zullen hebben tot Marokkaanse en Turkse moslims in Nederland om het evangelie te delen. Daarnaast zijn zij ook doorgaans dagelijks in contact met familie in hun thuisland, waardoor het evangelie ook daar wordt verkondigd. Er liggen mooie kansen als kerken en zendingsorganisaties wegen kunnen vinden om dit te ondersteunen en samen te werken, vanuit de marginaliteit en het kwetsbare. Zodoende kan de missionaire kerk een brug slaan om zowel zending in Nederland als in het buitenland te doen.

Ten slotte

God roept nog steeds zijn Kerk op voor zijn missie, waar dan ook in deze wereld. Laat iedere kerk die roeping invullen, niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Laat iedere kerk zich afvragen waar God de kerkgemeenschap wil inzetten en hoe. Het is geen kwestie van ‘of-of’, maar ‘en-en’.

Doen we mee in de Bijbelse opdracht (de ‘wake-up call’ door God en niet vanuit statistieken) om samen te leven met moslims, boeddhisten, of hindoes uit Azië om hun zo te laten zien wie Jezus is? Samen met alle gelovigen uit alle delen van de wereld waar dan ook.

Door Arco de Leede
Arco de Leede is directeur van Interserve-Nederland. Interserve is een internationale zendingsorganisatie die christenprofessionals uitzendt om het evangelie te verkondigen onder de meest behoeftigen uit de Arabische Wereld en Azië. Via Interserve hebben Arco en zijn gezin ruim elf jaar in het Midden-Oosten gewoond en gewerkt.

IDEAZ

Dit artikel werd geschreven voor IDEAZ 4 van 2017, het praktijkblad over missionair kerk-zijn in wijk en wereld. Wil je dit exemplaar helemaal lezen? Bestel 'm dan via de webshop. 


[1] Zie hier voor de complete tekst: https://www.lausanne.org/content/covenant/lausanne-covenant
[2] Uit: Gods initiatief en ons mandaat, pagina 36 door J. Verkuyl e.a
[3] Zie Daar en nu, J. Verkuyl
[4] Zie Tussenruimte, september 2014, NZR
[5] Proefschrift “Reimagining Mission in the Postcolonial Condition  A Theology of Vulnerability and Vocation at the Margins” door Eleonora Dorothea Hof, 30 november 2016
[6] Zie artikel Van Saane en Hof, Tussenruimte, september 2014

Labels
Kerk naar buiten > Zending > Visie & beleid
Kerk naar buiten > Zending > Zending in de 21e eeuw
Nieuwe website: No Choice
Nieuwe website: voor de wereldwijde missie

« Terug naar Home