Sla links over

Hoofdinhoud

Gezinsmodel = groeimodel

Gezinsmodel-=-groeimodelmaandag 11 maart 2013 13:58

Veel echtparen redden het niet met hun ‘Ja, ik wil’. Zij worden tot gezinnen waarin onvermogen, onmacht, misbruik, soms ook onwil en egoïsme voor een ‘niet meer’ zorgen. Is ‘het huwelijk’ dan een farce?

Hester heeft zich bij mij aangemeld voor een begeleidingstraject. Ze aarzelt of het de juiste keuze was om te scheiden van haar man Jakob. Ze liepen vast in hun huwelijk toen zich bij Jakob ernstige psychiatrische problemen ontwikkelden na een traumatische ervaring op zijn werk.

Hester en Jakob hebben drie kinderen. Hun oudste zoon lijkt God geen plaats meer te geven in zijn leven. Hij woont samen en heeft een ‘mooi gezin’. Hun oudste dochter trouwde met een medechristen. Met hun twee kinderen waren ze actief in hun kerkelijke gemeente. Toen deze dochter echter een buitenechtelijke relatie bleek te hebben, is het huwelijk ontbonden. De jongste dochter is ook getrouwd met een christen. Ze hadden een ‘gaaf’ gezin totdat hun dochtertje gehandicapt raakte. Ze werd geschept door een dronken automobilist. Dit gezin is open en veerkrachtig.

Keuzes

Na het intakegesprek met Hester denk ik door over haar aarzelingen. Zouden de kinderen andere keuzes gemaakt hebben als ook zijzelf anders gekozen had? En als haar man dat trauma niet had opgelopen, was het huwelijks- en gezinsleven voor hen allen dan anders verlopen? En hoe anders dan?

Ervoor en erna

Ik moet denken aan de eerste mens. Hij leefde voor de zondeval, had creatieve opdrachten, leefde dicht bij zijn schepper en toch…miste hij iemand met wie hij zich verbonden wist vanuit gelijkheid. God voorzag in zijn behoefte en hij kreeg zijn mannin, deel van zichzelf en zijn tegenover. Ze waren autonoom en verbonden en God was met hen. Mooier kon niet. En desondanks ging het mis, wilden ze gelijk zijn aan hun schepper en verloren ze de vanzelfsprekende en levensnoodzakelijke verbinding met Hem en elkaar. Sindsdien is er een ‘ervoor’ en ‘erna’. ‘Erna’ ging Gods schepping door. De man en vrouw leefden naar hun ingeschapen verlangens en kregen kinderen. Het eerste gezin was een feit. Maar ondanks Gods aanwezigheid, werd het geen succesverhaal. En er is wat dat betreft weinig veranderd tussen toen en nu.

Gezinsmodel

Nog steeds krijgen man en vrouw samen kinderen en is het ouderschap ingebed in de gezinsstructuur, zoals God die heeft aangereikt. Ouders dragen zorg voor kinderen. Kinderen in wie de genen van meerdere generaties samenkomen en weer doorgegeven worden. Kinderen die zien hoe hun ‘eigen vlees en bloed’ invulling geven aan verantwoordelijk ouderschap. Opdat ook zij in staat zullen zijn kinderen te krijgen en deze op te voeden tot volwassen en verantwoordelijke mensen. Dit door God gecreëerde gezinsmodel biedt unieke mogelijkheden om tot groei te komen. Lerend van het verleden, oefenend in het heden, investerend in de toekomst. Binnen de bescherming van de herkenbaarheid in elkaar, de veiligheid van het gezin. Tenminste, als het gaat zoals bedoeld.

Farce

Veel (echt)paren zijn als Hester en Jakob en redden het niet met hun ‘Ja, ik wil’. Zij worden tot gezinnen waarin onvermogen, onmacht, misbruik, soms ook onwil, egoïsme en verwendheid, voor een ‘niet meer’ zorgen. Dit kan uitmonden in verbittering en eenzaamheid of in onveiligheid en overlevingsgedrag. Is ‘het huwelijk’, ‘het gezin’ dan een farce? Maar wat heeft de jongste dochter van Hester dan dat zij het met haar gezin wel redt? Met hun beschadigde kind? Dat te lijden heeft onder onrecht waarvan het hele gezin de gevolgen in zich meedraagt?

Trouw

In het kader van de begeleiding spreek ik Hester en haar jongste dochter samen. Hester spreekt met waardering over de wijze waarop haar jongste dochter en haar partner hun gezin draaiend houden en ze vraagt zich hardop af of zijzelf wel de goede keuze maakte toen zij ging scheiden. Haar dochter reageert: “Wat moet ik zeggen, mama? Het lukte Tom en mij eerst ook niet. Ik wist niet hoe ik moest volhouden toen ons leven schudde. Tom wel. Hij belde mensen uit de kerk en vertelde dat we er samen niet uitkwamen. Ik schaamde me dood, hij niet. Hij voelde die verbondenheid met medechristenen. En ze hoorden hem. Ze kwamen. De een bad met ons, een ander huilde mee, weer een ander hielp de kamer aan te passen aan de rolstoel. God werd zichtbaar toen wij ons voor Hem openstelden. We maakten de keuze om ons ‘Ja ik wil’ te onderstrepen. Niet omdat we zo gelukkig waren, maar omdat we elkaar trouw beloofd hadden, in zomers en winters. Die trouw konden we nauwelijks opbrengen, daarvoor hadden we God hard nodig. Nog steeds.”

Leerplaats

Het treft me opnieuw hoe bijzonder het gezin is als leerplaats. Om te leren omgaan met elkaar. In trouw. Ook de christelijke gemeenschap kan zo’n leerplaats zijn, als we eerlijk durven worden over onze worstelingen. Opdat? Opdat we zo optimaal mogelijk doorgroeien naar hoe we bedoeld zijn te worden: beelddragers van God in een gebroken wereld. Met scheuren en barsten in alle geledingen. Om van daaruit bij te dragen aan herstel en hoop aan deze en volgende generaties.

Josefine Boertjens
Opleidingsdocent aan de CHE, coach en supervisor, contextueel hulpverlener bij Elimede.
Naam en situatie van Hester en haar gezin zijn geanonimiseerd.

Dit artikel is overgenomen uit IDEA 1-2013, magazine over missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie. Kijk op www.ea.nl/idea voor een gratis abonnement.

Labels
Kerk & Samenleving > Theologische & ethische vraagstukken > Huwelijk & gezin

« Terug naar Home