Sla links over

Hoofdinhoud

Ziekenzalving: mijn eerste keer

dinsdag 13 september 2011 10:50

Voor de eerste keer in het bestaan van de gemeente is in 2007 in de Fontein in Haarlem ziekenzalving in praktijk gebracht. Dominee Jos Douma vertelt over het proces dat vooraf ging aan dit moment.

In april 2007 hoorden we dat een 58-jarige zuster een zeer ernstige vorm van kanker had. Er volgden onderzoeken en behandelingen in het ziekenhuis. Vanaf het allereerste begin was ik als predikant nauw bij dit ziekteproces betrokken voor pastorale en geestelijke begeleiding. Kort voor de zomervakantie vroegen deze vrouw en haar man of het goed was dat we samen zouden nadenken over de praktijk waarover Jakobus 5 spreekt. Zelf had ik geen enkele praktijkervaring op het gebied van de ziekenzalving en had ik me er ook nog geen mening over gevormd. We spraken af om de zomerperiode te gebruiken om ons in het onderwerp te verdiepen. Daarbij speelde het boek van M.J. Paul ‘Vergeving en genezing’ een belangrijke rol.

In deze zomerperiode groeide bij mij de overtuiging dat het belangrijk was om in het spoor van Jakobus 5 de praktijk van de ziekenzalving in te voeren in onze gemeente. Maar dat wilde ik (uiteraard) niet op eigen houtje doen. Aan de kerkenraad en de gemeente vertelde ik dat ik in twee zondagochtenddiensten over de thematiek zou spreken, dat we er vervolgens in een kerkenraadsvergadering over zouden spreken en dat de gemeente de gelegenheid zou krijgen op een andere avond hierover door te praten.

Uitleggen

De eerste preek ging over omgaan met ziekte (naar aanleiding van Jesaja 53:3 ‘Vertrouwd met ziekte’) en de tweede over Jakobus 5:14-16 (‘Gebed en zalving’). In de eerste preek legde ik veel nadruk op de realiteit van ziek zijn die we niet moeten willen ontlopen. Niet lichamelijk genezing is het ultieme doel in dit leven, maar in alle levensomstandigheden de zielsverbondenheid met Christus te kennen. In de tweede preek schetste ik eerst een concreet beeld van hoe het moment van ziekenzalving er daadwerkelijk uit zou kunnen zien, om te voorkomen dat gemeenteleden vanuit een eigen beeldvorming, waarin iets ‘magisch’ en ‘ritualistisch’ zou kunnen zitten, zouden luisteren. Verder benadrukte ik dat de zalving iets is wat bij het gebed komt (het bidden is de hoofdzaak!) en dat de ziekenzalving in de context van de plaatselijke gemeente moet plaatsvinden. Daarbij riep ik de gemeente, naar aanleiding van de woorden ‘Belijd elkaar uw zonden’ op om te groeien in het verlangen om een genezende gemeenschap te zijn:

Kwetsbare mensen

“Een gemeente waarin we de zonde een plaats geven zonder er tegen te vechten, kan nooit een genezende gemeenschap zijn. Een gemeente waarin veel halfslachtigheid en lauwheid is, kan nooit een genezende gemeenschap zijn. Een gemeente waarin we elkaar niet vermanen vanwege zonde, waarin we ons ergeren aan de eindeloze genade van Jezus, waarin we op zo’n manier hebben leren leven met de zonde dat we eigenlijk niet geloven in het stralende nieuwe leven dat Jezus uitdeelt, kan geen genezende gemeenschap zijn. Zo is het ‘bidden en zalven’ niet een nieuw interessant discussieonderwerp, maar een heel directe aanleiding om onszelf ook als gemeente te onderzoeken. Zien we in ons midden en in ons eigen leven bitterheid, lauwheid, onopgeloste conflicten, materialisme, verslavingen, hoogmoed, gearriveerdheid? Het zijn de signalen van een ziek lichaam van Christus. Laten we het aandurven om kwetsbaar te zijn, een kwetsbare gemeente. Laten er verbroken harten zijn die opengaan voor Jezus’ genade. Dan komt er genezing op gang. Goddelijke genezing, naar geest, ziel en lichaam.”

Verlangen

Intussen had ik ook met de betrokken zieke en haar man steeds weer gesproken over het verlangen om de ziekenzalving te ontvangen. In die gesprekken kwam naar voren dat dit verlangen uiteraard ook stond in het kader van de wens om lichamelijke genezing te ontvangen, als een wonder uit Gods hand, maar dat de uiteindelijke motivatie een geestelijke was: ervaren dat de genade van Jezus de diepste genezing is die we kunnen krijgen, of we nu beter worden of niet. Daarbij speelde ook de overtuiging een rol dat Jakobus een heel praktische weg wijst om in de context van de plaatselijke gemeente elkaar te bemoedigen in tijden van ernstige ziekte.

Geen bezwaren

Aan de hand van een brief die de zuster samen met haar man aan de kerkenraad schreef en waarin ze concreet vroeg om ziekenzalving, besprak de kerkenraad de thematiek. De conclusie was dat er, op grond van wat er in de preken was gezegd over het thema en op grond van de brief van de vrouw, geen bezwaren waren tegen de ziekenzalving, sterker nog: dat het zelfs een prachtige aanvulling en verdieping zou zijn voor de pastorale en geestelijke begeleiding in het ziekteproces. De gemeente kreeg ook de gelegenheid om op de avond na de kerkenraadsvergadering vragen te stellen en opmerkingen te maken. Er leefden enkele vragen, die beantwoord konden worden, maar vooral was er een intens meeleven, omdat de ziekte van deze zuster allen raakte.

Sober en eenvoudig

Een week later vond het moment van ‘Gebed en zalving’ plaats in het bijzijn van de wijkouderling, de man van de zieke zuster en hun kinderen, die hier ook nauw bij betrokken waren. Allemaal hebben we het sobere en eenvoudige samenzijn, waarin Woord en gebed en lied de boventoon voerden, als heel verrijkend en genadig ervaren. Daarbinnen maakte het eigenlijke moment van de zalving met olie op het voorhoofd heel tastbaar ervaarbaar dat Jezus met zijn genezende genade aanwezig was door zijn Geest. Gelijktijdig met dit moment bij de zieke thuis, was er in de kerk een groepje gemeenteleden bij elkaar die de ‘liturgie’ van het moment van de ziekenzalving ook heeft meegemaakt.

Pastoraat en genade

Een kleine twee maanden later hebben we een gemeenteavond gehad over het bredere onderwerp ‘Pastoraat en gebed voor zieken in de gemeente’. Op deze avond legden we uit dat de ziekenzalving niet een op zichzelf staand verschijnsel is, maar ingebed moet liggen in een beleid dat zorgvuldig pastoraat voor zieken en ook het gebed voor zieken in de gemeente moet bevorderen. Terugkijkend op het hele proces zie ik dat het in de volle breedte van de gemeente een grotere betrokkenheid bij het ziek-zijn heeft gegeven, en dat er een sterker besef is ontstaan van de noodzaak om in situaties van ziekte te zoeken naar de kostbare genade van Jezus. Bij de zuster heeft de ziekenzalving, naast de intensieve wekelijkse pastorale contacten, een belangrijke rol gespeeld in de verdieping van haar geloof en het leven bij God wanneer we sterven. Lichamelijk was er geen enkele verbetering te zien, maar geestelijk was deze ziekenzalving een natuurlijk onderdeel van het zich voorbereiden op het sterven en het afscheid nemen van het leven op aarde. Begin januari 2008 is zij overleden en in Gods heerlijkheid opgenomen: thuis bij haar Vader!

Liturgie voor het moment van gebed en zalving

  1. Bijbelopening (Matteüs 18:20; Lucas 4:18-19; Jesaja 53:3-5; Jakobus 5:14-16).
  2. Gebed om toewijding.
  3. Lied: Psalm 103 vers 1 en 5.
  4. Schuldbelijdenis (aangepaste vorm van het ‘zondaarsgebed’).
  5. Genadeverkondiging (1 Johannes 1 :9 en 2 :1b-2).
  6. Gebed voor de zieke.
  7. Zalving: ‘Ik zalf u in de naam van onze Heer Jezus Christus opdat u de zalving van de heilige Geest zult ontvangen, tot heling van al uw zwakheden, naar ziel, geest en lichaam. In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’
  8. Lied: Liedboek voor de Kerken Gezang 456.

Jos Douma
Voorganger van de Fonteinkerk in Haarlem en auteur van onder meer de boeken Jezus ontdekken-33dagenboek, Jezus uitstralen, Worden als Hij, Leven in verbondenheid, De kracht van het kennen van Christus en Tijd met Jezus-366dagenboek.

De preken en de beleidsdocumenten zijn te vinden op: www.josdouma.nl/genezing

Overgenomen uit IDEA 1-2008, vakblad voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie, www.ea.nl

Kernwoorden: Ziekte, zieken, ziekenzalving, gebedsgenezing, genezing, Jos Douma

Labels
Geestelijk leven > Gebed > Gebed en genezing

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september