Sla links over

Hoofdinhoud

Praten met stervenden

praten met stervendenvrijdag 30 september 2011 16:26

Het einde van iemands leven is op zijn zachts gezegd een gewichtig moment. Hoe voer je op dat moment nog goede, afrondende gesprekken?

Hij was parochiepastor in het bisdom Breda, coördineerde de pastorale opleiding van de Universiteit van Tilburg en schreef het eerste Nederlandstalige boek over rouw. Arthur Polspoel is inmiddels gepensioneerd, maar nog altijd druk met het begeleiden van stervenden en rouwenden en het verzorgen van cursussen en symposia.

In 2004 verscheen zijn boek ‘Eenzaam sterven? - communicatie in de palliatieve zorg’. Daarin laat hij de lezer meekijken bij elf aangrijpende laatste-levensfase-gesprekken tussen hulpverleners, patiënten en hun naasten. Goede, bedachtzame communicatie kan de eenzaamheid van de betrokkenen opheffen, is zijn mening en ervaring.

Trend

Door de jaren heen zag hij veel veranderen rondom het sterven. Van meer aandacht voor de wensen van terminale patiënten in hospices tot ‘uitbundiger’ begrafenissen. Het heeft volgens hem alles te maken met een omslag in ons denken. 

“In de jaren vijftig en zestig leefden we in een samenleving die veel meer een houding had van je moet het leven nemen zoals het komt. Dat heeft misschien wel te maken met onze achtergrond als landbouwvolk. We hadden geen invloed op de vraag of een oogst wel of niet lukte. Nu kunnen we dit veel meer beïnvloeden en leven we in een cultuur waarin we de dingen zelf maken. Mensen willen daarom weten hoe dingen werken en of het normaal is wat ze meemaken. Ook over de dood en rouw, willen ze alles weten. ‘Geef me maar een recept hoe ik dit moet doen.’ Hoewel de eerste benadering tot een stuk passiviteit kan leiden, hielp het wel om de dingen die je niet in de hand hebt te beheersen. Mensen van nu steigeren veel meer als de dood te vroeg komt. Er is meer boosheid.”

Verzoenen

Wanneer kun je een gesprek met stervende ‘succesvol’ noemen?

“Het streven is dat patiënten zeggen: ‘Ik aanvaard dat dit mijn leven is geweest en dat ik nu dood ga.’ Soms zijn ze zo ziek dat ze zeggen: ‘Het mag nu afgelopen zijn.’ Maar degene die zegt: ‘Het is goed geweest, het mag afgelopen zijn’, is weer een stap verder.

Te veel focussen op dat doel lijkt me overigens niet goed. Dan frustreer je jezelf en bovendien wordt het te geforceerd. Uiteindelijk moet de ander het doen. Hij bepaalt het doel. Als mensen zich wat meer kunnen verzoenen met het verhaal van hun leven, waar de dood bij hoort, dan zou je iets aardigs gedaan kunnen hebben.”

Wat is vooral belangrijk in stervensbegeleiding?

“Dat je herkent en erkent wat die ander meemaakt, niet altijd in woorden, ook in je houding of aanwezigheid. In de palliatieve zorg is de presentietheorie tegenwoordig erg populair. Die gaat over het ‘er zijn’ voor de ander. Ik heb niets tegen die theorie, maar dat ze zeggen: ‘Je hoeft er alleen maar te zijn’, staat mij niet zo aan. De andere partij moet namelijk wel weten dat je er bent. Dat maakt het al een beetje lastiger.

Degene die op bezoek komt past daarnaast een zekere terughoudendheid. Je treedt binnen in de intimiteit van de ander. Een misverstand is dat je dan zegt: ‘Ik begrijp het wel’. Nou, je begrijpt er helemaal niets van! Jij gaat niet dood. Je bent welkom, maar tegelijkertijd ben je lastig. Want ik ga dood en jij niet. Ik moet verzorgd worden en jij niet. Ik moet hier blijven liggen en jij gaat straks weer naar huis.”

Realiteit

U hebt het over vier niveaus in een gesprek, wat bedoelt u daarmee?

“Wat mensen doen als hun leven op hun kop staat, is zich afvragen: ‘Wat overkomt mij?’ ‘Wie ben ik nu?’ ‘Wat is de zin nu?’ Dat doen ze vooral door het vertellen van verhalen. Stel, ik ben ziek en u komt bij mij op bezoek. Ik vertel dat ik nooit ziek ben geweest, dat ik hard heb gewerkt, misschien te vaak ’s avonds op tournee ben geweest en dat het goed gaat met de kinderen en mijn partner. Ik vertel het verhaal van mijn leven. Mijn theorie is dat patiënten in een dergelijk verhaal vier soorten mededelingen doen.

Allereerst doen ze mededelingen over wat hun overkomt, de feiten. ‘Ik ben nooit ziek geweest.’ Het is belangrijk dat mensen die feiten aankijken, anders kunnen ze het geen plaats geven. Maar soms zijn ze zeer bedreigend. ‘Ik heb nog maar twee maanden te leven’. We kunnen mensen helpen om de realiteit, in hun eigen tempo, toe te laten. Dat doe je door te benoemen wat je denkt dat er is. Niet: ‘Ik zal de waarheid er wel even in rammen’, maar met respect. Als iemand vraagt: ‘Hoe vindt u dat ik eruit zie?’ kun je zeggen: ‘Och, het gaat best goed’, of, ‘Ik weet het niet, maar ik heb wel de indruk dat je erg ziek bent.’ Bij dat laatste voelt iemand zich serieus genomen.

Soms worstelen terminale patiënten met dingen die ze niet vertellen. Als je daar een vermoeden van hebt, kun je ernaar vragen. Het is niet voor niets dat mensen op hun sterfbed dingen vertellen die ze nog nooit verteld hebben.”

Pijn beleven

“Mensen communiceren ook over wat het feit dat ze gaan sterven met ze doet. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ben hartstikke verdrietig want ik heb toch altijd goed geleefd en nu houdt het op.’ Het is belangrijk dat je dan helpt om de emotie te beleven. Raken aan het verdriet is bevrijdender, dan je beperken tot troosten. ‘Ja, het is wel erg, maar gelukkig zijn de kinderen wel op hun plek.’ Op het moment dat je de pijn raakt, de pijn beleeft, is dat een vorm van verwerking. Het toedekken van de pijn, kan de verwerking juist belemmeren.

Als iemand tegen me zegt: ‘Ik probeer er maar het beste van te maken’ zou ik waarschijnlijk zeggen: ‘Goed dat u dat doet, maar ik denk wel dat dat moeilijk is.’ Dan raak je aan de pijn. Als de ander het er vervolgens niet over wil hebben, dan respecteer je dat.

Het derde niveau is de manier waarop mensen met hun situatie omgaan. Dat is iets waar ze over spreken, maar vaker neem je dat waar. Als je regelmatig op bezoek komt, krijg je er een beeld van. Iemand zegt bijvoorbeeld: ‘Ik wil elke dag mijn bed uit, want als ik ga liggen, ga ik dood.’ Als iemand dat wil, dan moet je hem daarin begeleiden. Maar er komt een moment dat je je afvraagt hoe verstandig het nog is om iemand zijn bed uit te slepen. Daar kun je op wijzen en over praten. Maar mensen moeten zelf uiteindelijk hun conclusies trekken.”

Zingeving

“Ten slotte heb je het niveau van zingeving. Predikanten rekenen dat terecht tot hun terrein, maar het vierde stuk kun je alleen verstaan als je de andere drie ook verstaat. Mensen vragen zich opnieuw af wat hun leven betekent. Ook als ze nog maar twee weken hebben. De zin die ervoor in hun leven was, hun partner, materiële dingen, God, verandert. ‘Wat heb ik eraan als ik dood ga?’ ‘Wie is God nu?’ Ze moeten een nieuwe zin aan hun leven geven. Het kan niet anders dat je opnieuw gaat zoeken. Als helper heb je de taak om de vragen naar zin en betekenis uit te diepen, maar de antwoorden moeten de patiënt en zijn naaste zelf vinden.

Gesprekken over God zijn volgens mij terug te brengen op drie thema’s: belofte, steun, richtlijn.

Als mensen God zien als een belofte, vragen ze ‘Is er iets na dit leven’ Als ze Hem zien als steun, denken ze na over kwesties als: ‘Steunt Hij mij nu?’ ‘Kan ik nu bidden, of juist niet?’ Voor weer anderen is God een soort richtlijn. Ze vragen zich af: ‘Hoe heb ik geleefd?’ ‘Hoe waardeer ik mijn leven aan de hand van mijn christen-zijn?’ ‘Kan ik mijzelf recht in de ogen kijken en kan ik God recht in de ogen kijken?”

Wat is een valkuil?

“Dat je direct op het bed van de patiënt duikt. Als het om verwerking gaat, vormen de naasten soms een groter probleem dan degene die op bed ligt! De communicatie tussen die twee partijen werkt soms niet. Regelmatig moet je een tolk zijn tussen mensen die allebei een probleem hebben.”

Suzanna Blackmore

Boeken van Arthur Polspoel:
Eenzaam sterven? Communicatie in de palliatieve zorg, 2004, Ten Have
Het leven gaat verder zeggen ze, 2006, Ten Have
Het was toch een mooi leven, 2008, Ten Have
Wenen om het verloren ik, over rouwverwerking, 2000, Gooi & Sticht   

Kernwoorden: Dood, Sterven, Stervensbegeleiding, Arthur Polspoel, Hospice

Labels
Geestelijk leven > Pastoraat > Vraagstukken

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september