Sla links over

Hoofdinhoud

De geloofsontwikkeling van evangelicals

De geloofsontwikkeling van evangelicalsdinsdag 06 september 2011 14:42

'Ooit Evangelisch', het onderzoek naar kerkverlating in evangelische kring, biedt ook en interessante kijk op de geloofsontwikkeling van evangelicale christenen' zegt Miranda Klaver.

Evangelische gemeenten staan bekend als groeiende en levendige gemeenschappen. Kerkverlating wordt dan ook niet direct in verband gebracht met de vitaliteit van deze beweging. In tegendeel, evangelische gemeenten laten juist zien dat christelijk geloof, mits vormgegeven in aansluiting bij de cultuur, nog steeds haar aantrekkingskracht heeft. Maar hoewel die gemeenten, ten opzichte van de gevestigde kerken, het relatief goed doen, is er qua omvang sprake van consolidatie en stagnatie sinds de jaren negentig. De vraag waarom evangelische gelovigen hun gemeenten verlaten is daarom van groot belang.

Ontwikkeling van binnenuit

Er is nog weinig bekend over ex-evangelischen: voor onderzoekers zijn ze lastig in kaart te brengen en binnen evangelische gemeenten gaat de aandacht vooral uit naar nieuwe gelovigen. In Nederland zijn de afgelopen vijftien jaar bijvoorbeeld een scala aan nieuwe modellen van gemeentegroei en cursussen voor buitenkerkelijken ontwikkeld en uitgevoerd. Deze naar buiten gerichte initiatieven zijn uiteraard direct verbonden met het sterk missionaire bewustzijn: hét kenmerk van de evangelische beweging.

Echter, de beweging maakt ook van binnenuit een ontwikkeling door. De recente crisis binnen de EO over het optreden van Knevel maakt duidelijk dat een deel van de evangelicals zich niet meer herkend in het creationistisch scheppingsgeloof van de jaren zeventig. Pioniers binnen de emerging-churchbeweging, veelal afkomstig uit de evangelische beweging, ervaren de bestaande structuren als een hindernis of obstakel[1]. Beide voorbeelden laten zien dat binnen de groepering zowel de inhoud van het geloof als ook de bestaande structuren ter discussie staan. Het is juist in het onderzoek Ooit Evangelisch dat we de medestanders van Knevel en de nieuwe pioniers van vandaag tegenkomen.

Geslotenheid

De uitkomsten van het onderzoek brengen twee hoofdredenen om evangelische gemeenten te verlaten naar voren: (1) de geslotenheid van het geloofssysteem en (2) de machtsverhoudingen.

Het eerste argument, de ‘geslotenheid van het geloofssysteem’ roept allerlei vragen op: immers het evangelische geloof biedt toch juist zekerheid, antwoorden op levensvragen en een duidelijke richting aan het leven? En deze gemeenten staan toch bekend om hun gastvrijheid, warmte en aandacht door bijvoorbeeld de structuur van kleine groepen? Waarom is dit niet voldoende om de binding tussen gelovigen en een gemeente in stand te houden?

Religieuze maakbaarheid

De relatie tussen een gemeenschap en een individu wordt in hoge bepaald door een wisselwerking tussen het persoonlijke geloofsleven, het eigen levensverhaal en de ervaringen die men opdoet binnen de kerk. Dit is het meest zichtbaar in evangelische bekeringsverhalen.

Het individuele levensverhaal wordt verbonden met het verhaal van Jezus waardoor de nieuwgelovige een nieuwe identiteit ontwikkelt. Kenmerkend voor de boodschap binnen evangelische gemeenten is de nadruk op de aanwezigheid van God in het dagelijkse en het directe handelen van God in de werkelijkheid. Dit is niet zonder risico’s. In de praktijk neigt het opgewekte en positieve geloof naar een ideologie van religieuze maakbaarheid waarin het gewicht van het bereiken van het heilig en toegewijd leven volledig op de schouders van de gelovige wordt neergelegd. Niet zelden maken predikers bijbelse beloftes afhankelijk van het geloofsvertrouwen en de toewijding van de gelovige.

Het is in die zin niet verwonderlijk dat als mensen langer betrokken zijn bij een gemeente, ze individuele levenservaringen minder goed kunnen inpassen in een dergelijk geloofssysteem. Confrontaties met de weerbarstigheid van het leven – bijvoorbeeld de ervaring van een dierbare die na veel gebed niet genezen wordt of een huwelijk dat na veel pastorale hulp toch stukloopt – leiden op zijn minst tot vragen en reflectie op de eigen geloofsovertuigingen. Het onderzoek maakt duidelijk dat daar waar het geestelijke klimaat binnen evangelische gemeenten weinig of geen ruimte voor reflectie en twijfel toelaat, de binding tussen twijfelende gelovigen en de gemeenschap aan betekenis verliest en de weg naar gemeenteverlating een optie wordt. Dit hoeft niet te betekenen dat men minder gelovig wordt, maar wel dat het geloof minder massief en minder stellig wordt. Geloven wordt minder zeker weten en meer een kwestie van vertrouwen. Deze groep haakt niet noodzakelijkerwijs af bij het christelijke geloof, maar vervreemd van wel van een gemeenschap die sterk inzet op het kennen, begrijpen en ervaren van God.

Rituelen

Opvallend is dat veel respondenten de behoefte aan liturgische vormen verwoorden. Los van het feit dat gemeenten een eigen herkenbare evangelische liturgie hebben, zijn liturgische vormen en geloofsvoorstellingen nauw met elkaar verweven. In evangelische diensten hebben symboliek en rituelen een zeer bescheiden plaats, zowel in vormen als taalgebruik. Dit is niet toevallig. Evangelische liturgie verwijst naar de overtuiging dat God onbemiddeld op de mens toekomt, dat Hij mensen direct overtuigt in hun hart en aanraakt in hun emoties. Voor gelovigen die leven tussen geloof en twijfel, tussen weten maar niet ervaren kunnen symboliek, rituelen maar ook kunstvormen bevrijdend werken om deze spanning een plek te geven. Het is in die zin niet verwonderlijk dat deze groep de traditie van de kerk met haar liturgische vormen ontdekt of herwaardeert.

Machtsverhoudingen

De geslotenheid van het evangelische geloofssysteem hangt nauw samen met de tweede motivatie van gemeenteverlaters, namelijk de machtsverhoudingen binnen evangelische gemeenten. De reacties van de respondenten zijn pijnlijk en soms schokkerend: manipulatie, autoritaire gezagsrelaties, het gebrek aan transparantie en andere vormen van machtsmisbruik worden veel genoemd. Hoewel machtsmisbruik binnen kerken tegenwoordig meer aandacht krijgt, zijn er voor evangelische gemeenten een paar specifieke oorzaken te noemen.

In de eerste plaats is de positie van de voorganger vaak gebaseerd op charismatisch leiderschap, dat wil zeggen op bijzondere persoonlijke kwaliteiten, en niet op een gedegen theologische opleiding. De veel voorkomende hiërarchische organisatiestructuren van de gemeenten bieden weinig mogelijkheden tot correctie en aanvulling op het beleid van de sterke leider. Inspraak en invloed op processen van beleidsvorming en besluitvorming worden ook gehinderd door verschillende (impliciete) opvattingen over de aard en functie van de gemeente. Enerzijds wordt op basis van een bepaalde invulling van het Bijbelse begrip ‘priesterschap van alle gelovigen’ een democratische ideologie van gelijkwaardigheid voorgesteld. Maar anderzijds wordt de gemeente voorgesteld als het huisgezin van God waarin ieder zijn of haar plaats weet en een sterk beroep gedaan wordt op onderling vertrouwen. In sommige charismatische- en pinkstergemeenten bestaat de categorie van de door God aangestelde ‘gezalfde leider’, wat een verhoogd risico op machtsmisbruik inhoudt.

Juist hoger opgeleide gelovigen stellen eisen aan de kwaliteit van de gemeente als organisatie. Vanuit hun maatschappelijke ervaringen en positie zien ze hoe door gebrek aan een goede organisatie, kennis verloren gaat en middelen niet gebruikt worden. In de huidige netwerksamenleving zijn hiërarchische organisatievormen minder relevant en is er meer behoefte aan een voorganger als inspirator of coach dan aan een sterke leider.

Trend

Na vertrek blijkt een aanzienlijk deel van de respondenten naar de gevestigde kerken zoals de Protestantse kerk en de Nederlands Gereformeerde Kerk te gaan. Hoewel de instroom van evangelische gemeenten grotendeels uit deze kerken afkomstig is, wordt hier een recente trend zichtbaar. De toenemende evangelische invloed binnen de gevestigde kerken biedt een aantrekkelijk alternatief voor ex-evangelischen. Wat je voorheen duidelijk als ‘evangelisch’ of ‘kerkelijk’ kon bestempelen, verschilt nu per lokale gemeente.

Daarnaast blijkt dat niet alle gemeenteverlaters voor een ander kerkelijk thuis kiezen. Ook onder hen komt de categorie ‘ongebonden gelovigen’ voor waarbij een relatie tussen geloof en een instituut niet langer vanzelfsprekend is.

Het onderzoek Ooit Evangelisch maakt duidelijk dat de geloofsopvattingen van evangelische gelovigen door de tijd heen veranderen, dat ze geen homogene groep vormen, maar dat gemeenten moeilijk om kunnen gaan met interne diversiteit. Dit onderzoek onderstreept de noodzaak voor reflectie op de evangelische geloofsinhoud en de bijbehorende structuren. Hoewel de resultaten van Ooit Evangelisch de vraag naar vervolgonderzoek oproept, ligt hier meer dan voldoende materiaal ter bezinning en reflectie voor evangelische leiders en voorgangers.

Miranda Klaver
Promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam waar zij een proefschrift voorbereidt over bekeringsverhalen in Nederlandse neo-evangelicale kerken.

Bovenstaand artikel is een bewerking van een lezing tijdens de presentatie van het boek ‘Ooit Evangelisch’. (Otto de Bruijne, Peter Pit en Karin Timmerman, Ooit Evangelisch – de achterdeur van evangelische gemeenten, 2008, Kok)

Overgenomen uit IDEA 4-2009, magazine van MissieNederland over missionaire gemeenteopbouw. Kijk voor een abonnement op www.missienederland.nl/ideaz.

[1] Het boek Ploeteren en Pionieren over de emerging church beweging in Nederland werd een dag eerder dan het boek Ooit Evangelisch gepresenteerd

Kernwoorden: Ooit Evangelisch, Geloofsontwikkeling, Emerging Church, Kerkverlating, Machtsmisbruik, Rituelen

Labels
Gemeenteopbouw > Vernieuwing/verandering > Trends

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september