Sla links over

Hoofdinhoud

Gemeentestichting duidelijk op de radar

gemeentestichting-op-de-radarvrijdag 07 september 2012 16:12

‘Nieuwe kerken starten? Er zijn toch al genoeg kerken in Nederland!’ Vijf jaar geleden was gemeentestichting in Nederland een bijzaak. En velen keken er argwanend naar. Sindsdien is er veel veranderd, want het planten van nieuwe kerken staat nu prominent op de agenda van veel kerkgenootschappen.

.
In de nieuwe visienota van de Protestantse Kerk staat: ‘Experimenten met nieuwe vormen van kerk zijn gewenst’. Daarbij denkt de directeur van de landelijke dienstenorganisatie, Haaije Feenstra, aan honderd pioniersplekken nieuwe stijl. Ook kleinere kerkgenootschappen laten zich niet onbetuigd. Sterker nog, de Christelijke Gereformeerde Kerken en Rafaël behoren tot de voorlopers op het gebied van gemeentestichting. En de Evangelische Alliantie noemt het als belangrijk onderdeel van haar nieuwe beleidsplan. Bij de VPE is er ook aandacht voor gemeentestichting, maar minder nadrukkelijk, want de meeste aandacht gaat naar het ‘missionair zijn’ van bestaande gemeentes.

In vijf jaar is er veel veranderd. Maar is gemeentestichting – ook wel missionaire gemeenschapsvorming genoemd – echt iets nieuws? Nee. Uit onderzoek blijkt dat tussen 1990 en 2008 al ruim 281 nieuwe kerken zijn gestart, maar dat speelde toen onder de radar[1]. Dat laatste is veranderd, want anno 2012 staat gemeentestichting duidelijk op de radar. Tijd voor een tussenstand dus. En wat zijn de uitdagingen?

Steviger aanpak

In de eerste plaats valt op dat gevestigde kerken gemeentestichting meestal steviger aanpakken dan evangelische kerkgenootschappen. Dat blijkt ook uit een belronde met experts uit allerlei denominaties. Binnen de gevestigde kerken is er veel draagvlak voor, er is concreet beleid geformuleerd, er zijn serieuze budgetten en een behoorlijk aantal nieuwe initiatieven is al gestart.

Hoe kan het dat evangelische kerken – ondanks hun DNA van evangelisatie en vernieuwing – niet voorop lopen? Maakt de van oudsher sterkere samenwerking tussen gevestigde kerken dat zij daadkrachtiger zijn? Leven evangelischen in de veronderstelling dat de beamer en het drumstel voldoende zijn om niet-kerkelijken aan te trekken? Heeft de grootschalige kerkverlating in gevestigde kerken een vruchtbare bodem doen ontstaan voor wezenlijke vernieuwing? Is het Gods zegen? Hoe het ook zij, in het Koninkrijk van God past geen jaloezie. Tegelijk daagt deze constatering evangelische kerken wel uit om hun missionaire DNA ook nu vorm te geven.

Samenwerking tussen kerken

Juist rond gemeentestichting groeit de samenwerking, ook tussen evangelische en gevestigde kerken. Er is een landelijke werkgroep met vertegenwoordigers van kerkgenootschappen en opleidingen: de Werkgemeenschap Missionaire Gemeenschapsvorming. Deze mensen bouwen aan onderlinge relaties en werken toe naar praktische samenwerking. De EA draagt hieraan ook bij. Twee resultaten tot nu toe zijn een competentieprofiel voor gemeentestichters en loopbaanadviesdagen, waarbij bepaald kan worden of iemands kwaliteiten echt op het vlak van gemeentestichting liggen. Dat kan kerken en pioniers behoeden voor teleurstellingen.

Ook op lokaal niveau groeit samenwerking, bijvoorbeeld in Amsterdam. Daar hebben de Nederlands Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, Christelijke Gereformeerde Kerken, de Protestantse Kerk en de Anglicanen de handen ineen geslagen. Mede daardoor is het seculiere Amsterdam uitgegroeid tot hét centrum van vernieuwende gemeentestichting in Nederland. Het samenwerkingsverband bestaat nu uit meer dan twintig gemeenten, waarvan de helft jonger is dan tien jaar. In Amsterdam kunnen enthousiastelingen nu ook een tweejarige leerwerktraject volgen om zich te ontwikkelen tot gemeentestichter.

Siebrand Wierda is één van de mensen die gemeentestichting in Amsterdam aanjaagt. Hij stelt dat de rol van kerkgenootschappen beperkt is: “Het initiatief voor gemeentestichting ligt eerst en vooral lokaal. Een brede club van kerken hier in Amsterdam vindt het zo belangrijk dat ze daarom samenwerken. Momenteel kan hier een tiental gemeentestichtingen aan de slag met een bijdrage van circa € 400.000 per jaar vanuit de landelijke kerkverbanden, fondsen en particulieren. Dat kan in meer plaatsen gebeuren.”

Training grote uitdaging

De grootste uitdaging voor gezonde gemeentestichting is de ontwikkeling van passende trainingen en opleidingen in Nederland[2]. Is het aanbod dan nog niet voldoende? Nee, volgens Wierda: “De bestaande opleidingen zijn te lang, te theoretisch, te pastoraal. Ze zijn te weinig gericht op mensen die iets vanaf nul willen beginnen. Mensen die geen theologiediploma hebben en wel ondernemerszin voelen zich er niet door aangesproken.” Onlangs onderstreepte Robert Doornenbal dit in zijn dissertatie[3]. Een voortrekker van gemeentestichting binnen Rafaël, Cris van Dusseldorp, werkt nu aan een opleiding voor gemeentestichters binnen Rafaël: “We zijn bezig met het opzetten van een school voor gemeentestichting die echt heel praktijkgericht is. Veel van wat er nu gebeurt is toch meer gericht op mensen die iets zoeken op HBO of universitair niveau.”

Samenwerking op het vlak van opleidingen blijkt soms wel weerbarstig. De financiën komen regelmatig van bronnen binnen een kerkgenootschap die eraan hechten dat de eigen kerkelijke identiteit de trainingen kleurt. Dat werkt versnippering in de hand. Of die eigen identiteit zo belangrijk is, is de vraag. De cultuurkloof met ‘de wereld’ is voor gemeentestichters vele malen uitdagender dan het verschil tussen kerken. Is de uitdaging voor gemeentestichters niet zo groot, dat verschillen tussen kerkgenootschappen daardoor naar de marge verdwijnen?

Aansluiting op de cultuur

Als gemeentestichting alleen meer kerken oplevert zoals die er al zijn, dan is de meerwaarde nihil. De kans is klein dat deze ‘klonen’ meer niet-kerkelijken aantrekken dan bestaande kerken. Contextualisatie – het evangelie echt laten aansluiten bij mensen in een bepaalde buurt – is essentieel. Wierda onderstreept dat: “Verschillende soorten gemeentes sluiten aan bij verschillende segmenten in de samenleving, van studenten tot oudere mensen. Andere gemeentes sluiten juist aan bij een bepaalde buurt. Zo kunnen ze samen iets betekenen voor elk onderdeel van de samenleving.”

Het woord contextualisatie roept ook huiver op. Sebastiaan van Wessem geeft leiding aan Europe Advance, een organisatie voor gemeentestichting in Europa, en voelt ook wat weerstand: “We doen in principe niet aan contextualisatie van de inhoud. Met de vorm zijn we wel eigentijds. We brengen dezelfde oeroude boodschap van het evangelie in moderne vormen. Als ik aan contextualisatie denk, denk ik ook aan water bij de wijn doen. Dat willen we niet.” Wierda herkent de huiver: “Bij contextualisatie vragen mensen zich wel eens af of het nog over het kruis gaat. Maar dat is helemaal niet aan de orde, want het gaat voortdurend over het kruis. De vraag is: hoe gaat het over het kruis? Ook Paulus gaat de ene keer in op schuld en de andere keer op vrijheid.”

Niet-kerkelijken

Gemeentestichting staat op de radar van beleidsmakers. Maar het starten van nieuwe kerken is geen doel in zichzelf. Het meest gehoorde argument voor gemeentestichting is namelijk dat nieuwe initiatieven beter in staat zouden zijn om niet-kerkelijken te bereiken. Vaak wordt dan verwezen naar onderzoek, maar volgens Alrik Vos is dat onderzoek veelal niet gedaan of van slechte kwaliteit. Bij gebrek aan gedegen research, ook internationaal, doet Vos momenteel zelf onderzoek. Hij vergelijkt daarbij de resultaten van bijna 143 gevestigde kerken in Nederland met die van 13 nieuwe initiatieven[4]. Vos heeft al resultaten: “De nieuwe initiatieven blijken echt meer niet-kerkelijken te bereiken dan de oudere kerken.” En over de oorzaak zegt hij: “Qua theologie en het belang van missionair zijn, zijn er niet veel verschillen tussen bestaande kerken en nieuwe initiatieven. Wat wel verschilt, is of er daadwerkelijk een verwachting is dat mensen door het Evangelie veranderen. En vervolgens hoeveel geld, tijd en energie er daadwerkelijk gaat naar het bereiken van niet-kerkelijken.”

Dat gemeentestichting daadwerkelijk meer niet-kerkelijken bereikt is een goede reden om gemeentestichting op de radar te houden. Met Gods zegen kunnen dan méér mensen ontdekken wat de waarde is van een leven met Jezus.

Martijn Vellekoop is betrokken bij gemeentestichting in het Westland, werkt bij Youth for Christ als teamleider communicatie & fondsenwerving en rondde in 2008 een breed onderzoek naar gemeentestichting in Nederland af.

Overgenomen uit IDEA 3-2012 (nu IDEAZ), magazine van MissieNederland over missionaire gemeenteopbouw. Kijk voor een abonnement op www.missienederland.nl/ideaz.

[1] Zie het onderzoek ‘Nieuwe kerken in een nieuwe context’ uit 2008 van Martijn Vellekoop.
[2] Recente ontwikkelingen zijn de start van de Master Missionaire gemeente aan de Theologische Universiteit Kampen en instelling van de leerstoel ‘for Church Planting and Church Renewal’ aan de Vrije Universiteit.
[3] Zie de dissertatie: Crossroads: An Exploration of the Emerging-Missional Conversation with a Special Focus on Missional Leadership and Its Challenges for Theological Educationvan Robert Doornenbal. Te downloaden via http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/35543
[4] Alrik Vos benaderde kerken van de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken. De resultaten publiceerde hij in september 2012. (zie onder)

Gekoppelde documenten
TitelBestandsgrootteMIME-type
HOOP - De effectiviteit van kerkplanting als missionaire strategie2.0 MBapplication/pdfdownload
Summary of HOPE - the Missionary Effectiveness of Church Planting in the Netherlands325.9 kBapplication/pdfdownload
Labels
Kerk naar buiten > Gemeentestichting > Visie en beleid

« Terug naar Home