Sla links over

Hoofdinhoud

De groene kerk

De groene kerkvrijdag 30 september 2011 09:00

In de Middeleeuwen namen kloosters het initiatief tot het ontginnen van de ruige natuur. De moderne mens is daarin geheel doorgeslagen, vindt Tjirk van der Ziel. Kerken zouden opnieuw de weg moeten wijzen.

Historicus George Duby beschrijft in De Kathedralenbouwers op magistrale wijze de ruwe, landelijke wereld van de Middeleeuwen, verarmd en voortdurend door honger bedreigd. Een wereld van lijden, waarin mensen zijn uitgeleverd aan ziekte, dood, kwaad en verschrikkingen. In die wereld van angst en kwelling bloeien de kloosters. Dankzij het volhardend werk van monniken krijgt de arme boerenbevolking langzaam greep op de weerbarstige natuur, met betere ploegen en sterkere ploegscharen. Het barre land wordt vruchtbaar. Die agrarische vooruitgang in de elfde eeuw blijkt de opmaat voor een nieuw Europa, met welvarende steden, kunst, cultuur, wetenschap - de wereld van nu.

Contrast

De samenleving had kloosters nodig. Monniken baden, werkten, troostten, inspireerden, schreven, koesterden relikwieën, gaven mensen zicht op het eeuwige Licht. Het waren unieke oases van rust, stabiliteit en toewijding. Vanuit die geestelijke gemeenschap ging men de schaarste en honger te lijf, want de natuur was agressief en wispelturig, en velen leden onder plagen en overstromingen. Zo verschaften ze hoop aan de berooide massa die dacht nooit hun krotten te verlaten en in hun situatie verbetering aan te brengen, zelfs wanneer ze stuiver voor stuiver wat geld bijeen wisten te brengen om na tien, twintig jaar van ontbering een lapje grond te kunnen kopen.
Wat een contrast met tegenwoordig. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO sterven sinds 2007 meer mensen aan overgewicht dan aan ondervoeding, een bittere constatering in een wereld waarin de kloof tussen rijk en arm elke avond op onze tv-schermen schrijnt. Bovendien brengt de overdaad van de westerse cultuur het leven nu zelf in gevaar. Grondstoffen raken uitgeput, infectieziekten rukken op, diersoorten verdwijnen, we kappen bossen en vissen zeeën leeg, de aarde wordt warmer en het weer krijgt een extremer karakter. Lange tijd beschouwden we de natuur als vijandig, guur en wild, een fenomeen dat we moesten leren beheersen, vervolgens onderwerpen, en ten slotte exploiteren, voor eigen gewin.

Ecologische vragen

Nu beginnen we in te zien dat die natuurlijke wereld het fundament vormt van al het geschapen leven. Dat we behoedzamer met de natuur moeten omgaan. Want de mens wordt niet meer bedreigd door de natuur, maar door de allesoverheersende techniek, die we juist in de strijd tegen de natuur hebben ontwikkeld. Dat vergt een hele andere benadering, ook in kerken. Christenen houden zich vanouds bezig met antropologische vragen, zoals over de verhouding tussen mens en God. Maar laten we ook ecologische vragen gaan stellen, over de relatie tussen mens en natuur. In zijn proefschrift 'Welk is het voortreffelijkste schepsel op aarde?' schrijft predikant Hendrik-Joost van Soest: “Niet het begin van de schepping, maar juist de mogelijkheid van een spoedig en totaal einde van de schepping door toedoen van de mens moet theologisch doordacht worden".

Spirituele ommekeer

De mondiale uitdagingen waar de wereld voor staat zijn immens. Veel mensen proberen de problemen het hoofd te bieden met nog nieuwere technologieën. Dat is echter een heilloze weg. In 'Wegen van hoop in tijden van crisis' laat de econoom Bob Goudzwaard overtuigend zien dat technologische ontwikkeling nooit automatisch leidt tot een betere, veiliger en duurzamere wereld. Ze bracht ongekende welvaart, maar ze kaatst ook als een boemerang op ons terug, omdat we in staat zijn de aarde te vernielen en zelfs te vernietigen. Goudzwaard toont ons waar het échte probleem zetelt: in het menselijk hart. De wereld heeft een spirituele ommekeer nodig, gericht op de diepste verlangens van elk mens.

Nieuwe oases

De kerk kan hierin een buitengewone rol spelen. Net als kloosters duizend jaar geleden het voortouw namen in de ontwikkeling van land, volk en beschaving, zijn nu christelijke gemeenschappen nodig om opnieuw de weg te wijzen. Nieuwe oases, die onzekere en verwarde mensen een plek van rust bieden; tegenover de gejaagdheid de traagheid. Maar die ook de samenleving een morele spiegel durven voorhouden over échte oplossingen, zowel op individueel als op collectief niveau. Tegenover de overdaad, de hebzucht en het materialisme, de klemmende noodzaak om te bedaren, te minderen, zich te beheersen. We moeten terug naar de menselijke maat.
Eigenlijk verwijzen kerken dan naar regels van Gods Koninkrijk, ofwel een wereld van sociale, economische en ecologische gerechtigheid. Als wij daaraan hier en nu bouwen, spreken wij een andere taal, de taal van de hoop. Zou die hoop niet aanstekelijk kunnen werken? In de huidige samenleving gonst en broeit het al van initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Steeds meer bevolkingsgroepen voelen zich aangesproken door een andere manier van leven, waarin meer immateriële zaken de boventoon voeren. Een korte zoektocht op internet levert al snel een stortvloed op van boeken, studies, tips, pioniers, lokale activiteiten.

Transition Towns

Een recente beweging is Transition Towns, overgewaaid vanuit Engeland en ook in Nederland bezig met een stevige opmars. Wijken en buurten in steden of complete dorpen proberen de eigen gemeenschap minder olie-afhankelijk te maken. Mensen werken aan lokale zelfvoorziening in energie, voedsel en mobiliteit, met soms hele verrassende vondsten. Intrigerend is dat deze TT-beweging werkt vanuit de drieslag 'hoofd-hart-handen'. Naast kennis komt het aan op vertrouwen, samenwerking en verbondenheid. In Engeland staan vaak kerken aan de basis van de Transition Towns. Men knapt parken op, zorgt zelf voor hergebruik van papier, glas of aluminium, bouwt energiezuinige huizen, legt eigenhandig fietspaden aan.
De kerken geven zelf het goede voorbeeld. Eerlijke, duurzame koffie tijdens de dienst, moestuinen naast de gebouwen voor biologisch voedsel om uit te delen, zonnepanelen op de daken die overtollige stroom aan omliggende woningen doorgeven. In Nederland zijn kerken in de Transition Towns grotendeels afwezig, deels uit onbekendheid met de beweging. Maar ook omdat veel kerken zich nog niet bewust zijn van de mogelijkheden om kleur te bekennen.

Tjirk van der Ziel
Geograaf, ruraal socioloog en docent aan de CHE.

Meer informatie: www.recycleyourmind.nl, www.transitiontowns.nl

Dit artikel is overgenomen uit uit IDEA 1-2010, magazine van de Evangelische Alliantie over missionaire gemeenteopbouw. Kijk op www.ea.nl/idea

Kernwoorden: natuur, duurzaamheid, ecologie, milieu, transition towns, groen

Labels
Kerk & Samenleving > Theologische & ethische vraagstukken > Gerechtigheid & duurzaamheid

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september