Sla links over

Hoofdinhoud

De dwarsbalken van Hoop voor Noord

Jurjen ten Brinke.jpgvrijdag 23 september 2016 17:35

In Hoop voor Noord hebben we door de jaren heen, bewust en onbewust, diverse kenmerken voor leiderschap naar voren laten komen. Een aantal daarvan zijn mogelijk relevant voor andere gemeenten. ‘Mogelijk’, omdat óók leiderschap te maken heeft met contextualisatie. Er bestaan geen blauwdrukken voor en het heeft, zeker in de missionaire situatie, ook nog eens te maken met de persoon van de pionier of gemeentestichter. Of dat nu positief is of niet…

Het kleine team

Allereerst: de Bijbel schrijft over een priesterschap van alle gelovigen. Voor ons betekent het dat er leiders nodig zijn, maar dat leiders geen bovennatuurlijke positie hebben. Ze zijn in te ruilen voor anderen, die óók gaven en talenten hebben. Misschien niet de allerbeste, maar wel talenten die te ontwikkelen zijn. Van meet af aan heeft het leiderschapsteam in onze gemeente daarom de klinkende naam het kleine team. Daarin wordt uitgedrukt dat er ook een groot team is: de gemeente. Bovendien zijn er tal van leiders: kringleiders, taalgroepleiders, buurtwerkers, muziekleiders, kinderwerkers, tienerwerkers, gebedsteamleiders, et cetera. Al met al tientallen mensen, in een gemeente van nog geen tweehonderd geregistreerde leden.

Het kleine team bestaat in ons geval uit acht personen: voorgangers, ouderlingen, diakenen en kleineteamleden (voor de helderheid: ook de ouderlingen en diakenen zijn kleinteamlid, maar er zijn ook kleineteamleden die geen ouderling of diaken zijn). Men zit voor drie jaar in het kleine team. Dat is kort, maar het is ook intensief! Op deze manier gaan relatief veel mensen deel uit maken van het legertje ‘oud kleineteamleden’: positief-kritisch meedenkende gemeenteleden, die het DNA van Hoop voor Noord wel kunnen dromen. Ludieke (maar wel serieuze!) bijkomstigheid van dit alles is dat ik altijd moeite heb met uitnodigingen voor conferenties voor ‘het team’. In een e-mail terug vraag ik altijd wie mijn team is. Meestal levert dat een bevreemdend antwoord op: ‘Huh, je hebt toch wel een team?’ ‘Jawel, maar dat is tientallen mensen groot. Moet ik die allemaal mee nemen? En wie gaat dat betalen?’

Ontwikkeld middenkader

Een tweede kracht is het ontwikkelde ‘middenkader’. De kleineteamleden kunnen onmogelijk alle onderdelen van Hoop voor Noord aansturen. Zij hebben immers geen verstand van én kinderwerk én tienerwerk én bevrijdingspastoraat én muziek én taalgroepen én diaconaat in de buurten waar we werken. En zo meer. Dus zijn er een soort afdelingsleiders, in onze gemeente ‘dwarsbalken’ genoemd. Dat zijn aangestelde vrijwilligers uit de gemeente, die tot twee dagen in de week aan Hoop voor Noord besteden op hún vakgebied. Een kinderwerker bijvoorbeeld. Of een buurtwerker. Ze hebben een vrijwilligerscontract, ontvangen de belastingvrije vrijwilligersvergoeding (125 euro per maand) en leggen verantwoording van hun werk af aan het kleine team. Echter: ze hebben maximale vrijheid! We stellen dwarsbalken aan omdat we in hen geloven; er vertrouwen in hebben. Dat betekent ook dat ze indien nodig pas achteraf ‘op het matje geroepen worden’; tot nu toe bleek dat niet het geval.

Het kleine team geeft dus veel ruimte aan de bewuste dwarsbalk om zijn of haar onderdeel in de gemeente verder te ontwikkelen, met de mensen die hij of zij erbij trekt. Als het DNA van de gemeente maar gewaarborgd blijft. Op deze manier werken er een paar fte’s extra in Hoop voor Noord, tegen een gering bedrag. Dit bedrag is geen betaling voor hun uren werk, maar een kleine vorm van waardering, die bovendien voor de bewuste dwarsbalk veel ownership creëert.

Diversiteit

Ten derde: als we alle leiders naast elkaar zetten, dan kan en mag het niet anders of er moet diversiteit zijn in mannen, vrouwen, jong, oud, westers en niet-westers. Het betekent dat we soms niet de ‘beste’ persoon kiezen (dat wil zeggen: de meest logische, met veel kwaliteiten), maar (biddend!) wél de juiste. Degene die een bepaalde kleur brengt, letterlijk of figuurlijk. Degene die mogelijk kritische of lastige vragen stelt. Ooit vroeg ik een potentiële ouderling namens het kleine team of hij erbij wilde komen, waarbij we hem vertelden dat we hem vaak kritisch vonden. Maar dat we in hem volledig het verlangen proefden om Christus na te volgen. Hij zei ‘ja’ en dat hebben we geweten. Niet altijd makkelijk, maar wél heel goed. En daarom: heb het lef! Het betekent dat het soms fout gaat. Of liever: niet helemaal goed. Ook dat hoort bij missionair kerk-zijn. Van je fouten leer je echter en, indien ze op de juiste manier in openheid, authentiek en kwetsbaar opgelost worden brengt het mensen ook nog eens díchter bij elkaar.

Gebed

Ten slotte: Hoop voor Noord is ontstaan door gebed. Dat gebed willen en kunnen we niet missen. Het betekent concreet dat we alle leidersvergaderingen (in welke geleding dan ook) in principe beginnen met een 30-45 minuten gebed en een bijbellezing. We bidden liever vooraf in éénheid, vragend om Gods wijsheid en leiding en Zijn plannen, dan dat we achteraf Gods zegen bidden over ‘onze’ besluiten. Het lijkt een open deur, maar het is zó belangrijk. Als is het alleen maar omdat aan het eind van elke vergadering enige tijdnood ontstaat. Of geldt dat alleen voor ons?! In ieder geval komt het gezamenlijk gebed van leiders dan niet meer in de knel.

Jurjen ten Brinke
Voorganger Hoop voor Noord

Dit artikel is overgenomen uit IDEAZ, magazine van MissieNederland over missionaire gemeenteopbouw. Kijk hier voor een abonnement.

Op 29 september spreekt Jurjen ten Brinke tijdens het Symposium Integral Mission in Utrecht. Er zijn nog plaatsen vrij. 

Labels
Gemeenteopbouw > Leiderschap > Visie en Beleid

« Terug naar Home