Sla links over

Hoofdinhoud

Vrijgevigheid in oorlogstijd

Iraq_2014_0260100152.jpgmaandag 31 augustus 2015 15:19

Aan de zwarte schoenen van pastor Daniël kleeft stof. Het is hetzelfde stof waarin maanden geleden honderden tentharingen zijn geslagen. De containers, caravans en tenten waar hij langsloopt, vormen samen een vluchtelingenkamp in de tuin van de Chaldeeuws-katholieke kerk in Erbil, Noord-Irak.

Voor een 24-jarige Irakees heeft Pastor Daniël geen doorsnee leven. Zijn vader is priester in Bagdad in de Ancient Church of the East. Traditiegetrouw gaat in die kerk het priesterschap over van vader op zoon. Daniël is dus al priester, hij wordt al aangesproken met ‘vader’, maar heeft zijn opleiding nog niet afgerond. Daar komt bij dat hij naast zijn drukke opleiding nauwelijks vrije tijd overhoudt. Daarin helpt hij dan ook nog getraumatiseerde kinderen die moesten vluchten voor Islamitische Staat (IS). Daniël: “Van jongs af aan heb ik alleen maar oorlog gekend. Een diepe wens is dat deze kinderen een andere jeugd hebben dan ik. Dat ze een nieuw leven krijgen; zonder oorlog en wapens. Ze hebben vrede nodig.”

Samen met zijn moeder woont hij in Erbil, ongeveer 350 kilometer ten noorden van de Iraakse hoofdstad Bagdad. Erbil ligt in het Koerdische deel van het land. De regio heeft al lang een autonome status. Toen IS de straten in Mosoel en Qaraqosh belegerde, trokken Yezidi’s en christenen er massaal naartoe.

Interkerkelijke samenwerking

De meeste christenen die op de vlucht sloegen voor IS, gingen in een veilig gebied op zoek naar hun eigen kerkgenootschap. Deze kerken zorgen dus, institutioneel gesproken, voor hun eigen leden. Toch is er ook interkerkelijke samenwerking. Daniël hoort bij de Ancient Church of the East. Zijn collega, pastor Douglas, werkt in de Chaldeeuws-katholieke kerk. In de tuin van de kerk, die nu dient als vluchtelingenkamp, bundelen de voorgangers hun krachten. In sommige regio’s werken verschillende kerken samen om iedereen van eten te voorzien. Zo proberen ze ook te voorkomen dat mensen bij meerdere kerken hun voedselpakket aanvragen.

Tweehonderd kinderen

Daniël is ’s ochtends druk met zijn opleiding. Om zes uur staat hij op om naar het seminarie te gaan. Om vier uur ’s middags vertrekt hij van daaruit naar vluchtelingenkamp Mar Elia in Erbil, waar de kinderen hem al opwachten. Tweehonderd kinderen vallen dagelijks onder de hoede van Daniël en de andere kinderwerkers. Ze vormen een kleine groep in een zee van ontheemden. Alleen al in Erbil worden meer dan honderdduizend vluchtelingen opgevangen.

Het kinderwerk in Mar Elia is in vergelijking met andere vluchtelingenkampen professioneel georganiseerd. Er draait een naschools programma voor de jongens en meisjes die, zij het drie dagen in de week, ook gewoon naar school kunnen. Er is muziekles, dansles en taalles, maar er zijn ook momenten van ontspanning. Op warme dagen zet Daniël een opblaasbaar zwembad neer, zodat de kinderen kunnen afkoelen. De temperatuur kan oplopen tot boven de 40 graden.

Traumazorg

Echt kind zijn, is de sleutel in het kinderwerk. Kort voor hij aan het werk ging in het vluchtelingenkamp volgde Daniël een training voor traumazorg. Waar vroeger vaak nog op gebrekkige wijze aan kinderen werd verteld hoe je met trauma’s om moet gaan, probeert de Iraakse pastor nu vooral te luisteren. “De kinderen zitten vol met emoties en herinneringen. Het is belangrijk dat er iemand naar ze luistert. De emoties moeten eruit.” Vaak krijgt hij de vraag: Wanneer mogen we terug? Daniël: “Ik zeg altijd: ‘Verlies nooit je hoop.’ Ik geloof dat dat heel belangrijk is voor de kinderen.” Ook probeert hij hen voor te bereiden op een langer verblijf: “Ze moeten zich onder de lokale bevolking begeven. We zijn allemaal mensen; vluchtelingen moeten zich niet minder voelen dan de inwoners van Erbil.”

Familieleden

Om negen uur ’s avonds zet Daniël een punt achter zijn werkdag in Mar Elia. Dan gaat hij terug naar huis. Daar wacht nog huiswerk voor het seminarie waar hij zijn theologische opleiding volgt. Meestal is hij daar tot middernacht zoet mee. Na het huiswerk slaapt hij tot zes uur ’s ochtends, om dan weer naar school te gaan. Dat ritme herhaalt zich iedere dag. Elk beetje vrije tijd dat hij heeft, besteedt hij aan de gevluchte kinderen. Zijn geloof houdt hem daarin op de been. “Ik noem de vluchtelingen mijn familieleden. Ik houd van ze. Ik werk hard, maar word niet moe. Als ik de lachende gezichten van de kinderen en volwassenen zie, voelt dat als een grote beloning. Dat is genoeg. Ik merk dan dat Gods genade me elke keer bijstaat en dat maakt mijn dag.”

Willem Huizer
Open Doors verstrekt via (lokale) partners hulpgoederen en geeft trainingen in Erbil. De grote tent waar kinderen kunnen spelen, maar ook de training in traumazorg die pastor Daniël ontving, zijn op die manier gefinancierd.

Overgenomen uit IDEAZ, praktijkblad van MissieNederland over missionaire gemeenteopbouw in binnen- en buitenland. Kijk op www.missienederland.nl/ideaz voor een abonnement.

Labels
Kerk naar buiten > Diaconaat > Praktijkvoorbeelden

« Terug naar Home