Sla links over

Hoofdinhoud

Wie is nu Gods volk?

Wie is nu Gods volkmaandag 19 december 2011 16:21

Heeft Israël afgedaan als volk van God en is de kerk het nieuwe Israël? Wat zijn argumenten van aanhangers van de vervangingstheologie of –leer? En wat zeggen anderen over dit onderwerp?

Wanneer we de vervangingsleer willen omschrijven, kunnen we daarvan de volgende karakteristieken geven:
1.  In het plan van God is de christelijke kerk in de plaats gekomen van Israël, of nauwkeuriger geformuleerd, de kerk is het historisch vervolg van Israël.
2.  Het Joodse volk verschilt niet van andere etnische groepen, zoals de Engelsen, Spanjaarden, Balinezen: al deze groepen moeten bekeerd worden tot Jezus Christus en kunnen zo de verlossing ook ontvangen.
3.  Zonder berouw, wedergeboorte en integratie in de kerk hebben de Joden geen toekomst, geen hoop en geen roeping.
4.  Dit geldt evenzeer voor alle andere volken en groepen.
5.  In onze tijd, na Pinksteren, is ‘Israël’ (in de juiste betekenis van het woord) de kerk.

Argumenten

Welke argumenten gebruiken de aanhangers van de vervangingsleer?

1.  Een ieder die gelooft in Jezus Christus is een zoon van Abraham. In Galaten 3:29 lezen wij: "Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen." Uit deze tekst blijkt dat de kinderen van Abraham geestelijke kinderen van hem zijn. Ze zijn niet gebonden aan landsgrenzen.
2.  Aan Abraham werd beloofd dat hij Kanaän zou beërven; dat was ‘een voorproefje’. Het werkelijke beloofde land zal de hele wereld omvatten. Zie hiervoor Romeinen 4:13: "Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs." De kerk en niet Israël, zal dus de wereld beërven.
3.  Het volk Israël was slechts het zaad van waaruit de toekomstige kerk zou groeien. Hiertoe behoren mensen uit alle volken, zoals al voorzegd door Maleachi (Mal. 1:11 ): "Want van waar de zon opgaat tot waar zij ondergaat, is mijn naam groot onder de volken, allerwegen wordt mijn naam reukwerk gebracht en een rein spijsoffer, want groot is mijn naam onder de volken, zegt de HERE der Heerscharen."

Aantrekkingskracht

Wat is het aantrekkelijke van de vervangingsleer?

a.  Het heeft zich al vroeg in de kerkgeschiedenis een belangrijke plaats verworven (bijvoorbeeld bij de kerkvaders, Luther en de andere hervormers).
b.  Het oefent een intellectuele aantrekkingskracht uit, omdat de Bijbel niet letterlijk geïnterpreteerd behoeft te worden.
c.  Het heeft iets eenvoudigs, want er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verlosten uit de tijd van Adam en die van de eindtijd.
d.  Het straalt frisheid uit; gewoonlijk gaat de vervangingsleer hand in hand met een visie op de ‘laatste dingen’, die haaks staat op de opvattingen over de eindtijd die de afgelopen honderd jaar zijn verkondigd in evangelische kerken.
e.  Het spreekt die kant van het menselijk karakter aan dat moeilijk kan aanvaarden dat anderen in het bijzonder uitverkoren worden.

Contra-argumenten

Enkele argumenten tegen:

1.  Door geloof kan een ieder een zoon van Abraham worden, maar dat sluit het fysieke zoonschap van het Joodse volk niet uit. Israël, dat wil zeggen de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob hadden, hebben en zullen een belangrijke plaats hebben in het historische plan van God.
2.  Het is geenszins waar dat elke Israëliet behouden is of behouden zal worden.
3.  In tegenstelling tot alle andere volkeren hiervoor en hierna heeft God Israël aangewezen en uitgekozen voor Zijn plan.
4.  Voor dit volk is de Messias, Jezus van Nazareth, op de wereld gekomen; in hun gebied, dat wil zeggen binnen de grenzen van het land Kanaän, vond de eerste komst van Jezus plaats en zal ook zijn tweede komst plaatsvinden.

Paulus

Paulus was een Jood en ook uitverkoren als apostel van de niet-Joden. Zijn brief aan de Romeinen vormt het theologische hart van het Nieuwe Testament. In hoofdstuk 9-11 vinden we wat Paulus leert over Israël. 
a.  De Joden ZIJN Israëlieten, zelfs als ze Jezus afwijzen (Rom. 9:4: "immers zij zijn Israëlieten").
b.  De aanneming tot zonen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften behoren nog steeds toe aan Israël (Rom. 9:4).
c.  Het grootste gedeelte van Israël heeft de verlossing verloren door de Messias af te wijzen (Rom. 9:30-33; 10:21).
d.  Paulus verlangt hun verlossing en bidt hiervoor (Rom. 10:1-4). Paulus is niet anti-Joods, integendeel, juist het tegenovergestelde (Rom. 9:1-3).
e.  Zelfs in de tijden van het Oude Testament was er in Israël nog een uitverkoren overblijfsel van ware gelovigen, te midden van een volk dat vooral bestond uit ongelovigen. In de tijd van Paulus was het precies zo (Rom. 11:2-6).

Gods plan met Israël

Dit is altijd afhankelijk geweest van Zijn initiatief en verkiezing en van Israëls respons als een rechtvaardig volk (Deuteronomium 7). Als Israël een rechtvaardige relatie heeft met God, belooft Hij dat Hij het overvloedig zal zegenen (Leviticus 26:1-13; Deut. 28:15-68). Maar als het volk opstandig is, belooft God het tucht (dit is niet hetzelfde als afwijzing) (Lev. 26:1¬13; Deut. 28:1-14). De uiterste tuchtmaatregel was het verstrooien van het volk over verschillende volken, met de belofte dat het volk eenmaal weer samengebracht zal worden, zodat God uiteindelijk tot zijn doel komt (Deut. 30).

Door Ezechiël bevestigt God zijn doel met Israël. Alleen al in hoofdstuk 36, waarin verwezen wordt naar het herstel van Israël, wordt God veertien keer beschreven als de "Here HERE", die 22 maal "zegt" dat Hij het zal doen. De God van Israël geeft aan wat Hij zal doen:
1.  Hij zal de volken veroordelen, omdat ze Israël slecht behandeld hebben. (Ezechiël 36:3-7).
2.  Hij zal het volk Israël terugbrengen naar het beloofde land, dat zal bloeien en weer
opgebouwd zal worden. Het zal in veiligheid wonen (Ez. 36:8-15).
3.  Hij zal Israël veroordelen, omdat het bloed vergoten heeft in het land, de voorkeur heeft gegeven aan afgoden en Gods naam ontheiligd heeft onder de volken (Ez.36:16-21)
4.  Hij zal Israël rechtvaardigen om zijn heilige naam, niet om Israël (Ez.36:22)
5.  Door de rechtvaardigheid van Israël zal God aan de volken laten zien dat Hij de Heer is (Ez. 36:23-28).
6.  Nadat dit allemaal is gebeurd, zal God Israël geestelijk en materieel rijk zegenen (Ez. 36:29-38). Deze belofte beschrijft Paulus kort als het ‘leven uit de doden’ (Rom. 11:15).

Conclusie

Heel Gods handelen met Israël is mysterieus geweest. En zijn plan met de kerk was ook mysterieus. Voor de eerste eeuw na Christus was niemand van dit plan op de hoogte, zo zegt Paulus in Efeziërs 3:2-6.
Als de leiders van Israël Jezus niet verworpen hadden, als Jezus niet was gestorven, zou er geen verzoening zijn, en, hypothetisch gezien, geen verlossing, noch voor de Jood noch voor de niet-Jood. Zowel de blindheid van Israël als de corruptie van Pilatus waren nodig om Gods verlossing van de mensheid teweeg te brengen.

Is het verbazingwekkend dat God het herstel van de staat Israël bevolen heeft, of dat er tegenwoordig zo veel groepen ‘Messiaanse Joden’ zijn, of Joden die in Jezus geloven? Zowel de staat Israël als de opkomst van Joodse gemeenten laten gelovigen duidelijk zien dat Gods plannen uitkomen, en dat spannende, maar moeilijke tijden in het verschiet liggen voor de kerk en Israël.

We hopen dat dit artikel helpt in het nadenken over het thema Kerk & Israël. In het &-teken laten we zien dat er een bijzondere band is. En dat het niet gaat om Kerk óf Israël.

Ds. J. Keith Parker

Bovenstaande tekstgedeelten zijn afkomstig uit brochure MO6 van Near East Ministry.

Kernwoorden: Israël, Israëlvisie, vervangingsleer, Kerk & Israël, joden

Labels
Kerk & Samenleving > Theologische & ethische vraagstukken > Israël

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december