Sla links over

Hoofdinhoud

Wat belemmert onze gebeden?

maandag 19 december 2011 16:09

Hebt u ook wel eens het gevoel dat er iets is wat uw gebeden verhindert? Of u bidt wel, maar u ervaart geen verhoring.
Welke belemmeringen kunnen ons gebed in de weg staan?



1. Tijd

Een eerste belemmering is: denken dat we geen tijd hebben. Tijd hebben is vaak een kwestie van tijd maken. Tijd is prioriteit! Hier speelt zich een geestelijke strijd af. Luther zei al: “Als jij knielt, dan komt de duivel naast je zitten.”

2. Omstandigheden

Soms zijn de omstandigheden er niet naar om te bidden, bijvoorbeeld omdat het lijden, de pijn te groot is. Dan kun je niet meer bidden. Of het bidden beperkt zich tot een klacht, een aanklacht, een noodkreet, een schreeuw naar God. Veel psalmen zijn hiervan een voorbeeld.

3. Groepsgebed

Anderen ervaren vooral drempels bij het bidden in groepsverband. Ze zijn het niet gewend. Is ‘zomaar’ gaan bidden niet oneerbiedig? Soms is men niet vertrouwd met God als Vader en Vriend, bij wie je zomaar kunt aankloppen.

4. Onverhoord gebed

Sommige gebeden worden niet verhoord, of anders verhoord dan we hadden verwacht. De Bijbel reikt ons diverse antwoorden aan op de vraag waarom sommige gebeden niet verhoord worden:
a. We zijn niet bereid de consequenties van ons gebed te dragen. Hoe zou je bidden voor de nood van de wereld, als je zelf niet bereid bent de handen uit de mouwen te steken? Het gebed kan een werkbriefje zijn, waarmee we zelf aan de slag moeten.
b. Hoe kun je God bidden om vergeving, als je zelf niet bereid bent anderen te vergeven? Met een gebrek aan vergevensgezindheid staat de verhoring van onze gebeden op het spel. Niet toevallig zegt Jezus hier iets over in verband met het Onze Vader.
c. Soms is het zo dat wij onze zonden niet belijden, maar verstoppertje spelen voor God. Ook dit kan de verhoring van onze gebeden in de weg staan. Dit kan ook een collectieve schuld zijn, die we als kerk en christenheid met ons meedragen. Indrukwekkende voorbeelden van plaatsvervangend schuldbelijden, namens het hele volk, namens de vorige generaties, vinden we in Daniël 9 en Nehemia 9.

5. Egoïsme

Soms dienen we met ons gebed alleen onze eigen belangen en niet de belangen van het Koninkrijk van God. Natuurlijk mogen we bidden voor onze eigen noden en verlangens (Fil. 4:6). Maar we bidden het ‘in Jezus’ naam’. Dit betekent niet dat we elk gebed per se met deze zinsnede moeten afsluiten, als een soort magische formule. Bidden in Jezus’ naam betekent dat Jezus tegen ons zegt: “Bid zo, dat Ik er mijn wil en mijn hart aan kan verbinden; bid zo, dat Ik jouw gebed kan overnemen.”

6. Zonde

Ook onze levenswandel kan een belemmering zijn voor het gebed. Petrus schrijft dat in verband met de huwelijksrelatie. Hij roept mannen op hun vrouw eer te bewijzen ‘opdat uw gebeden niet belemmerd worden’ (1 Petrus 3:7). Soms willen we niet leven naar Gods beloften en geboden, maar lopen we liever de moderne afgoden achterna.

7. Ongeduld

Er is geen volharding. We verslappen en houden na verloop van tijd op voor iets te bidden. Jezus leert ons in twee gelijkenissen om aanhoudend te bidden, om door te gaan met vragen, tot op het onbeschaamde af.

Tot slot

Het kan ook zo zijn dat Gods wil en weg anders zijn dan we in gedachten hebben. Daarom bidden we onder voorbehoud: “Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Veelkleurig bidden, een gezamenlijke uitgave van de Evangelische Alliantie en Uitgeverij Gideon, onder redactie van Betty Heynis.

Kernwoorden: Gebed, bidden, gebedsleven, bidstond

Labels
Geestelijk leven > Gebed > Visie en beleid

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december