Sla links over

Hoofdinhoud

Praten over geld in de kerk

geld.jpgmaandag 12 december 2011 12:05

'We mogen nu onze gaven geven. De eerste rondgang is voor de kerk en de tweede voor de diaconie.' Een ingesleten zinnetje op de zondagmorgen. Hoe kunnen we meer bewust omgaan met geven in de kerk?

In de kerk wordt niet zo veel over geld gepraat. Geld is immers een gevoelig onderwerp in onze maatschappij. Mensen praten op tv honderduit over seks, over hun psychische problemen en de ziektes waaraan ze lijden. Maar de eerste talkshow waarin mensen openhartig vertellen over hun inkomen en de manier waarop ze dat uitgeven moet nog worden gemaakt. De Bijbel is een stuk openhartiger over geld. Een op de acht verzen in de evangeliën heeft direct of indirect betrekking op geld. Jezus sprak er bijzonder veel over. In dat licht bezien zou je de vraag kunnen stellen of het onderwerp niet wat onderbelicht is in de gemeente. In elk geval is het duidelijk dat het een Bijbelse zaak is om in de kerk openlijk te spreken over geld en over geven.

Geven in Bijbels perspectief

  1. Theoretisch gezien is geld een neutrale substantie, die kan worden ingewisseld voor allerlei goederen en diensten. In de praktijk is geld een macht, die zich laat gelden in de samenleving en in het persoonlijk leven van mensen. Als Jezus zegt: 'Gij kunt niet God dienen en Mammon' spreekt Hij over het geld alsof het over een persoon gaat. Sterker nog: Hij typeert het geld als een concurrerende god die onze totale loyaliteit opeist. Maarten Luther stelde dat er drie bekeringen nodig zijn: die van het hart, die van het verstand en die van onze portemonnee. Deze laatste bekering is zeker niet de gemakkelijkste.
  2. 'De aarde en haar volheid zijn des Heren.' Dat is de gedachte die ten grondslag ligt aan alle christelijk omgaan met geld. Mensen zijn geen eigenaars, maar rentmeesters van de schepping en al wat daartoe behoort. Een rentmeester heeft behoorlijk veel vrijheid. Hij dient echter wel te handelen in de geest van zijn heer, want hij moet achteraf rekenschap afleggen.
  3. Geven in Bijbelse zin moet dan ook niet worden gezien als een gunst van degene die heeft aan degene die niet heeft. Geven is veeleer: delen met elkaar wat God ons in zijn goedheid heeft toevertrouwd (1 Kronieken 29 vers 14). Mensen ontmoeten elkaar daarin als volstrekt gelijkwaardig.
  4. Geven betekent niet alleen heil voor de ontvanger, maar ook voor de gever. Het is niet zo dat de een erbij wint, terwijl de ander verliest. Geven maakt vrij van de gebondenheid aan geld en bezit. Bovendien is het een middel om iets van Gods Koninkrijk zichtbaar te maken in een gebroken wereld – en dat geeft grote voldoening.
  5. De Bijbel stelt duidelijk dat wie geeft, door God gezegend wordt (Maleachi 3 vers 10). We moeten op onze hoede zijn dat we dit niet financieel vertalen: als je een euro geeft, kun je een tientje terug verwachten. Dat is de benadering van de welvaartstheologie. Op die manier wordt geven een verkapte manier om jezelf te verrijken. Gods zegen is veel dieper en veelomvattender dan materieel gewin en heeft niet primair betrekking op wat we krijgen, maar op wat we worden.

Geven: hoeveel?

Mensen met een kerkelijke achtergrond geven heel wat meer dan de gemiddelde Nederland doet, blijkt uit een onderzoek dat Trouw jaren geleden uitvoerde. Mensen met een kerkelijke achtergrond geven niet alleen aan christelijke, maar ook aan algemene organisaties. Een ander opmerkelijk feit is dat rijken absoluut gezien weliswaar meer geven dan armere mensen, maar in verhouding tot hun inkomen geven zij minder. Kennelijk raken mensen gemakkelijker in de greep van het geld, naarmate ze er meer van hebben: geld is inderdaad een macht die gediend wil worden, zoals Jezus zei.

Tienden

Gesprekken over geven onder christenen concentreren zich vaak op de vraag of je tienden moet geven. Is dat gebod nog geldig onder het Nieuwe Testament? Zo ja, ga je dan uit van je bruto, je netto of je belastbaar inkomen? Mag je soms eerst je vaste lasten aftrekken? Daar zit een gevaarlijke kant aan. Al gauw draait het om de vraag hoeveel je God minimaal moet geven om van Hem af te zijn. Bovendien betekent het geven van tienden voor sommige mensen honger lijden, terwijl anderen tienden kunnen geven en zich evengoed nog baden in weelde. Jezus vond het niet zo belangrijk hoeveel iemand precies gaf. Hij was vooral geïnteresseerd in de vraag of er sprake was van een wezenlijk offer. Vandaar dat Hij het muntje van de weduwe hoger inschatte dan alle andere giften, die in de offerkist werden gegooid.
De bekende opwekkingsprediker John Wesley (1703-1791) was een gulle gever. Zijn eerste baan leverde 32 pond per jaar op. Hij leefde van 28 pond en gaf de rest weg. Toen hij meer ging verdienen, bleef hij leven van 28 pond. Zelfs toen hij professor in Oxford was, hield hij dit vol. De Britse schrijver C.S. Lewis was uit hetzelfde hout gesneden. Alles wat hij met zijn boeken verdiende, gaf hij weg. Zijn opinie over de vraag hoeveel een mens weg zou moeten geven: “Ik vrees dat er maar één veilige regel is: meer geven dan we missen kunnen. Als we onszelf niets hoeven te ontzeggen om te kunnen geven, geven we te weinig.”

De praktijk

Geven is een investering in Gods Koninkrijk. Wie gaat investeren, doet dat niet lukraak maar gericht. Het is immers de bedoeling dat de investering ook daadwerkelijk iets oplevert. Daarom is het goed om bewust na te denken bij wat je geeft. Is deze organisatie bona fide? Geeft zij opening van zaken over haar financiën? Blijven de overheadkosten binnen de perken? Wordt het beoogde doel daadwerkelijk bereikt? Een ander punt is het streven naar diversiteit. Een bewuste gever stelt een evenwichtige portefeuille samen van goede doelen, die met elkaar een breed terrein van activiteiten bestrijken.
Spreuken 3 vers 9 moedigt ons aan om de Heer te vereren met onze rijkdom. Met de eerstelingen wel te verstaan. Om te zorgen dat God geen genoegen hoeft te nemen met wat overblijft, kunnen we onze giften automatisch laten afschrijven. Wie bang is daardoor zijn betrokkenheid te verliezen, kan zijn vaste giften maandelijks aanvullen met de 'gift van de maand', waarvoor telkens een ander doel wordt gekozen.

Geven in de gemeente

Elke kerkelijke gemeente werft geld. Een deel daarvan dient om de gemeente zelf draaiende te houden, een deel wordt besteed aan externe doelen. Het aantal goede doelen om uit te kiezen is enorm groot. De afweging rond de bestemming kunnen we verhelderen door jaarlijks een collecterooster op te stellen: per zondag de bestemming (naam), de soort (binnen het eigen kerkgenootschap of daarbuiten) en het type bestemming (zending, evangelisatie, diaconaat, diversen). Om ruimte te houden voor actuele noden en nieuwe bestemmingen kan men eens in de vier of zes weken een bestemming open laten.

Manipulatie

Vaak worden collectes 'van harte aanbevolen'. Wat bedoelen we met deze zinsnede? Dat we hopen op een goede opbrengst? Dan kunnen we dat beter hardop zeggen. Geld werven voor Gods Koninkrijk is een respectabele bezigheid. Vertellen waarom het doel uw hart raakt en op welk bedrag u hoopt, daar is niets mis mee. U kunt ook gerust aangeven wat het totaalbedrag betekent per persoon of per huishouding. Maar laat ook merken dat giften van harte gegeven moeten worden, niet gedwongen of met tegenzin (2 Korintiërs 9 vers 7).
Gebed rond een collecte is uitstekend, maar gebed vooraf heeft zijn gevaarlijke kanten. Voor we het weten gebruiken we het gebed om de toehoorders te manen tot vrijgevigheid. Dat is manipulatie. Gebed is gericht tot God. Wie mensen wil aanspreken moet dat rechtstreeks doen en niet via een vroom omweggetje. Bidden achteraf kan ons voor deze valkuil bewaren: we kunnen de opbrengst aan God aanbieden, zoals de vijf broden en de twee vissen, met de bede dat Hij zijn zegen eraan wil verbinden.

Betty Heynis

Bronnen:
Diaconaatsmap Kerk in Uitvoering
Werkboek Time to Turn

Kernwoorden: Geven, financiën, geld, collecte, tienden, manipulatie

Labels
Gemeenteopbouw > Praktische organisatie > Financieel beleid

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december