Sla links over

Hoofdinhoud

Wim Dekker: ‘Missionair’ begint met bezinning

dinsdag 06 december 2011 16:38

Ds. Wim Dekker schreef een ‘kleine theologie voor een krimpende kerk’: Marginaal en missionair.

Waarom vond u het tijd voor dit eigen geluid?

Wim Dekker: “Ik heb de indruk dat er met het woord ‘missionair’ bij veel mensen meteen een luikje in het hoofd opengaat, waaruit ook het woord ‘actie’ tevoorschijn komt. Sommigen schrikken daarvan en vragen zich af: ‘Is dit wel ons ding?’ Anderen gaan ervoor, want: ‘Het wordt tijd voor wat leven in de brouwerij!’ Mijn punt is: ‘missionair’ begint niet met activiteiten, maar met een gezamenlijke bezinning op wat ons geloof zo uniek maakt.

Jezus vergelijkt zijn Koninkrijk met een koopman die zo vol is van één ‘parel van grote waarde’, dat hij er alles voor overhad. Beleven wij het geloof zo? Veel mensen in onze kerken zijn druk met allerlei parels die best schoon zijn, maar zien wij die Ene ook? We gaan hele dagen leuk om met collega’s en kennissen, zonder dat ons geloof ter sprake komt, om vervolgens ’s avonds in een commissievergadering van de kerk te praten over onze ‘missionaire opdracht’. En daar wordt weer een of andere actie bedacht. Ik teken het wat karikaturaal, maar zo gaat het wel.”

Zoals u zelf schrijft, is deze geloofscrisis niet van vandaag of gisteren.

Dekker: “Mijn zorg over de verdamping van het geloof in onze kerk is niet nieuw. In de negentiende eeuw hebben anderen die al ervaren, toen de vrijzinnigheid opkwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef Bonhoeffer erover in zijn gevangenisbrieven. Zijn gedreven taal raakt me, zodat ik me vroeger al in zijn gedachtegang verdiept heb. Maar eerlijk gezegd zijn de vragen rond secularisatie de laatste jaren actueler, urgenter voor mij geworden. Toen ik twintig was, zag ik de vervlakking vooral bij ‘de anderen’, met name de meer vooruitstrevende kringen. En ik dacht: als wij maar bijbelgetrouw gereformeerd blijven, houden we die trend wel buiten de deur. Maar dat is slechts zeer ten dele zo gebleken. Er is geen succesformule, want secularisatie trekt zich niets van formules aan. Secularisatie zit in de lucht en adem je in. En dan wordt God een steeds kleinere stip in onze achteruitkijkspiegel, zoals Okke Jager de kern van secularisatie omschrijft.”

En in hoeverre is de situatie nu anders?

“Het grote verschil is dat we vroeger in een christelijk referentiekader leefden: kerk, school, cultuur, een complete zuil. Daardoor kon je een hele poos onbekeerd zijn en toch binnen dat kader blijven met alle mogelijke ‘hulplijntjes’. Je trouwde bijvoorbeeld met een meisje dat er wel wat aan deed, of je trof een dominee die je aansprak en dan kwam je bijna als vanzelf weer terug. Dat kader is nu weg. Vroeger had je wat uit te leggen, als je niet in God geloofde; nu als je juist wel gelooft. En we vinden steeds minder kapstokken in onze cultuur om onze uitleg aan op te hangen. Wat ik vooral zorgelijk vind, is de vraag wat dat psychologisch met ons doet. Wat doet het met je, als je vrienden niet geloven en niets lijken te missen? Wat doet het met je als je partner niet gelooft, je kinderen er niets mee willen, je kleinkinderen niet gedoopt worden? Dat knaagt aan je. Het is niet simpel om zo’n seculier netwerk te koesteren en tegelijkertijd ervan overtuigd te blijven dat Jezus de Waarheid is. Ik zie dat veel mensen in die situatie het geloof als optie gaan zien. Ze zijn het nog net niet kwijt, maar toch…”

…toch bent u niet pessimistisch.

Dekker: “Door alles heen kom je gelukkig ook levend geloof tegen. Als mensen de kerk – ook hun eigen kerk – maar een ‘dooie boel’ vinden, zou ik hen wel eens mee willen nemen naar ontmoetingen die ik als predikant heb. Ik ben erg dankbaar voor gemeenteleden met authentiek geloof. Dat is werk van God. Dat moet je proeven. Laten we hopen en bidden dat dat er blijft. Maar het is ook onze verantwoordelijkheid om dat te voeden. In die zin leven we in een heel spannende tijd.”

U pleit wel voor een terugtrekkende beweging.

Dekker: “Er zit bij mij een zekere ambivalentie. Moeten we nu die missionaire kant op of eerst een time-out nemen voor geloofsverdieping? Ik hoor vaak dat een missionaire instelling tot persoonlijke geloofsverdieping leidt, maar in de praktijk zie ik zo veel vaagheid. Op de vraag wie Jezus is, krijg ik heel veel verschillende, hakkelende antwoorden. Dat zie ik terug in de schutterigheid van veel missionair werk: ‘Tja, wij kunnen het ook niet helpen dat het Evangelie niet zo leuk is.’ Het is waar dat het Evangelie haaks staat op de hedendaagse ideologie van zelfontplooiing. De Bijbel stelt dat je het leven alleen behoudt, als je het omwille van Jezus verliest. De confrontatie die dat inhoudt, kunnen we alleen aangaan, als we ervan overtuigd zijn dat we niemand bedotten met de boodschap dat je door Jezus juist meer mens wordt.”

Juist in die terugtrekkende beweging ziet u missionaire kansen, die sommigen zullen verbazen. Zo stelt u dat de eredienst niet laagdrempelig hoeft te zijn.

Dekker: “We moeten de eredienst, als plek waar we samen God ontmoeten en door Hem gevoed worden, zorgvuldig koesteren. Ik vind het nu vaak te rommelig, te menselijk, alsof we ons geen raad weten met het mysterie dat de ontmoeting met God nu eenmaal is. Zeker, voor veel ‘nieuwkomers’ betekent dit dat ze eerst nog veel moeten ontdekken, al worden sommigen juist door dat mysterie geboeid.”

“Ik denk wel dat je voor een apart aanbod moet zorgen voor mensen die instappen, op het gebied van ontmoeting, toerusting en pastoraat. Die initiatieven mogen best laagdrempelig zijn. Vroeger dacht ik dan wel: ‘Als ze op den duur maar naar de eredienst komen!’ Daarvan ben ik een beetje afgestapt. Als iemand me zegt dat de vrouwengroep op vrijdagochtend haar kerk is, vind ik dat niet zo erg meer. Maar de leidinggevende daar moet wel een lijntje – of liever: een goede, inhoudelijke lijn – met de kern hebben. En die kern beleven we in de eredienst. Degenen die daar God ontmoeten, mogen de zegen meedragen in de kringen om de kerk heen, de wereld in. Dat is missionair. Het is natuurlijk de vraag of dat voor de zichtbare kerk veel winst oplevert. Maar marginaal zijn is op zich niet erg, als het geheim maar bewaard blijft.”

Welke rol zou een beweging als de EA kunnen spelen?

“Ik geloof niet in grote evangelisatieacties waar we allemaal aan mee moeten doen. Dat heeft iets van een vlucht naar voren en dan jagen we elkaar op, terwijl ik zo veel mensen zie leeglopen, ook wat hun geloof betreft. Ze zien geloof als het zoveelste ‘to do-punt’ op hun lijstje en niet als iets waardoor ze juist vrij kunnen ademen. Maar als de EA met ‘missionair’ bedoeld dat zij ons wil helpen om christen te zijn in een missionaire context, dan geloof ik daar wel in. Onder die ‘missionaire context’ versta ik dan dus dat wij een minderheid geworden zijn. Alle vanzelfsprekendheid is weg. Wat betekent die positie voor ons, theologisch en psychologisch gezien? Hoe vinden we een weg tussen bescheidenheid en assertiviteit om in volle overtuiging ons geloof te delen? De EA is in staat mensen over de kerkgrenzen heen bijeen te brengen om daarover na te denken en elkaar te bemoedigen. Dat inspireert niet alleen, dat is ook nodig.”

Robert-Jan van den Hoorn

Wim Dekker, ‘Marginaal en missionair. Kleine theologie voor een krimpende kerk’, Boekencentrum/IZB, 2011, www.boekencentrum.nl, www.izb.nl

Overgenomen uit IDEA 3-2011, magazine voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie, www.ea.nl

Kernwoorden: Missionair, Marginaal en missionair, Wim Dekker, evangelisatie

Labels
Kerk naar buiten > Evangelisatie > In gesprek met...

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december