Sla links over

Hoofdinhoud

Milieudiaconaat: genieten van genoeg

milieudiaconaatdinsdag 06 december 2011 16:36

In dit artikel staan we stil bij wat milieudiaconaat is en tot welke keuzes dit kan leiden. Keuzes, die vaak verder gaan dan de glasbak en het oud papier.

Natuurlijk doen we iets aan het milieu: het oud papier gaat apart, we pakken soms de fiets. Denken aan het milieu is redelijk ingeburgerd in onze maatschappij. Kinderen krijgen het als standaardonderdeel op school en wijzen hun ouders op ‘milieuzondes’. Maar welke keuzes worden er gemaakt in uw kerk of gemeente? Wat doet de christelijke gemeente met de bijbelse opdracht om de schepping te ‘bewerken en bewaren’ (Genenis 2:15)?

Een kleine checklist voor kerken en gemeenteleden kan meer duidelijkheid verschaffen:
- Hoeveel auto’s staan er ’s zondags voor de kerk? Door carpoolen en een goede fietsenstalling kan dit worden verminderd.
- Hoeveel papier wordt gebruikt voor alle kerkelijke activiteiten (liturgie, notulen, kinderwerkjes, et cetera)? Het is al eenvoudig om hiervoor kringlooppapier en een kleiner lettertype te gebruiken en om dubbelzijdig te kopiëren.
- Hoe zit het met verwarming en verlichting? Vaak kan er eenvoudig op bespaard worden.

Wat is milieudiaconaat?

Diaconaat wordt vaak vanzelfsprekend betrokken op de zorg voor de mens in nood. Ook het behoud van de schepping, van natuur en milieu, valt echter onder diaconaat. We spreken dan meestal over ‘milieudiaconaat’, de zorg voor de door God geschapen natuur die bedreigd wordt en in nood verkeert. Dat is wat we in dit artikel vanuit de Bijbel willen aantonen. We trekken daarvoor een lijn door de Bijbelse geschiedenis. Deze begint bij de schepping en Gods opdracht aan de mens, direct gevolgd door de zondeval en haar gevolgen, ook voor de natuurlijke leefomgeving. De Bijbel getuigt echter ook van de verlossing door Jezus Christus, van de levensvernieuwing door de Heilige Geest en van de hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat betekent dit alles voor onze omgang met de natuur en voor onze manier van leven?

Gods aarde

Ons uitgangspunt is dat het milieuprobleem een reëel probleem is. Vervuiling en uitputting door de mens bedreigen de aarde fundamenteel in haar voortbestaan. De natuur is wel berekend op onze menselijke behoeften, maar niet op onze begeerten. De levensvoorwaarden voor de komende generaties lopen daarom gevaar. Met name voor de armen, die geen (financiële) buffer hebben om op terug te vallen. De milieuproblematiek raakt echter ieder mens in de kern van zijn bestaan, in zijn gezondheid, welzijn en welvaart. Maar … als behoud van natuur voor het overleven van de mens de enige reden is tot natuurbehoud, is dat een vorm van menselijk egoïsme. Milieudiaconaat gaat dieper of beter gezegd: hoger. Het begint met het besef dat de aarde Gods schepping is en dat ook de inzet voor natuur en milieu daarom dienst aan God is.

De schepping weerspiegelt de heerlijkheid van de Schepper

Milieuproblematiek zoals wij die sinds de twintigste eeuw kennen komt in de Bijbel niet voor. Wel vertelt de Bijbel ons over het ontstaan van de natuur. God was er ‘voor den beginne’, Hij schiep uit niets en bracht orde aan. De geschapen dingen hebben een bestaan gekregen in zichzelf. Na de zondvloed heeft God een verbond gesloten met Zijn schepping (Genesis 9:11). Psalm 8 beschrijft de schepping als het ‘werk van Uw vingers’. Een beeldspraak waarin Gods persoonlijke betrokkenheid bij het kunstwerk van de schepping wordt benadrukt. Bij een oppervlakkig lezen van deze Psalm lijkt misschien de mens centraal te staan, maar het is een loflied op God Zelf. De mens wordt in zijn kleinheid ‘Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt?’ geplaatst tussen het refrein: ‘O Here, hoe heerlijk is Uw naam op de ganse aarde!’. God heeft alles goed (‘tov’) geschapen en is nog steeds bezig met Zijn schepping. Psalm 104:24 bezingt de werken van God: “Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt, de aarde is vol van uw schepselen”. De natuur weerspiegelt de heerlijkheid van God.

De mens dient God in het heersen over de schepping

God plaatst de mens als Zijn beelddrager en vertegenwoordiger in de door Hem geschapen wereld. De mens, geschapen naar het beeld van God, krijgt in Genesis 1:28 meteen een functie. Hij wordt aangesteld als ‘heerser’ over de schepping. Dit heersen staat dus in direct verband met het beelddrager zijn van God. In de westerse cultuur is van dit gedachtegoed veelvuldig misbruik gemaakt. Het heersen is in de praktijk een uitbuiten voor eigen behoeften geworden. Daarbij is vergeten dat dit heersen een afspiegeling zou moeten zijn van Gods Heer-zijn over deze aarde. Het heersen in Bijbelse betekenis staat in het teken van dienstbaarheid. Het koninklijke heersen richt zich op wijsheid en gerechtigheid. Heersen over de aarde kan dus niet anders dan ten goede komen aan de schepping. Als persoon is de mens gescheiden van de natuur, omdat hij als enige schepsel is gemaakt naar Gods beeld. Tegelijkertijd zijn we verbonden met de natuur, omdat we beide door God geschapen zijn.

Een veel voorkomende term bij milieudiaconaat is rentmeesterschap. Met dit begrip wordt geprobeerd de verhouding tussen mens en natuur weer te geven. De mens is door God tot heer en meester over de schepping gesteld en is daarbij aan de geboden van zijn opdrachtgever gebonden. Daarmee heeft de rentmeester twee functies: naar boven toe en naar beneden toe. De rentmeester heeft macht, hij heeft het land goed te beheren, de oogst binnen te halen en de arbeiders aan te sturen. Tegelijkertijd is hij op zijn beurt weer ondergeschikt aan zijn meester en is hem verantwoording schuldig. God is en blijft de eigenaar van deze aarde (Psalm 24:1). “We mogen de aarde slechts beheren als iets wat we in goed vertrouwen in bruikleen ontvangen hebben en dat we dienen te gebruiken in het besef dat het ten diepste ons niet toebehoort” (F.A. Schaeffer). Ons rentmeester zijn geldt de ethische opdracht tot een zorgvuldig en verantwoord gebruik van de aarde. In het omgaan met de schepping komt het beelddrager zijn van God tot uiting. Milieudiaconaat is daarom geworteld in een persoonlijke relatie tot God, de Schepper van deze aarde en komt voort uit liefde tot Hem.

De gevolgen van de zonde voor de schepping

De milieucrisis is ten diepste een gevolg van de zondeval en de daarbij verstoorde relatie tussen niet alleen mens en God en mensen onderling, maar ook tussen mens en natuur en de interacties binnen de natuur. De eerstgenoemde breuklijnen krijgen binnen de kerk veelal de aandacht, de twee ecologische breuklijnen worden nauwelijks genoemd. De natuur lijdt onder de ontrouw van mensen om het beeld zijn van God te vertalen in zorg voor Zijn schepping. Hosea 4:1-3 laat zien dat het land treurt en de dieren, vogels en vissen omkomen, omdat er geen trouw, geen liefde en geen kennis van God is in het land. Daarmee raken mensen het zicht kwijt op de Bijbelse betekenis van het heersen naar Gods beeld. Geleid door eigen verlangens, beheersdrang en geldzucht wordt de natuur uitgebuit voor eigen behoeften. Dier- en plantensoorten sterven in een steeds sneller tempo uit. Kennis van Gods woord leidt daarentegen tot een verantwoord omgaan met Zijn schepping en maakt dat de aarde vrucht draagt.

Jezus Christus verlost de gehele schepping

God laat Zijn schepping niet los. God heeft de wereld zo liefgehad, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, tot behoud van de wereld. Het woord ‘wereld’ in Johannes 3:16 (‘kosmos’) verwijst naar de hele aarde, inclusief mens, plant en dier. De verlossing geldt niet alleen voor de mens, maar voor de schepping als geheel. Jezus’ dood maakt verzoening mogelijk voor de gehele schepping (Korintiërs 1:19,20). We hebben grenzen overschreden en ontoelaatbare dingen met de schepping gedaan. Als we doordringen tot de diepere oorzaken van de milieucrisis, beseffen we dat we ernstig te kort zijn geschoten in het beeld zijn van God. Door Christus’ verlossingswerk is herstel mogelijk. Ook hier is er vaak meer aandacht voor het herstellen van de relatie tussen mens en God en mensen onderling. Het herstel geldt echter ook de mens en de rest van de schepping. Het besef van Gods betrokkenheid met deze aarde kan niet anders dan ons aanzetten tot respect voor Gods scheppingswerk. Het vraagt van ons dat we oprecht willen nadenken over onze omgang met de natuur. Dat betekent dat niet zomaar bomen vernield worden of dieren worden doodgetrapt. Ze zijn als schepsel van God van grote waarde. Bijbels christendom heeft een wezenlijk antwoord op de milieucrisis. Het vraagt een goede doordenking van individuele keuzes, maar ook van collectieve structuren, met als uitgangspunt het behoud van de schepping.

De schepping verlangt naar mensen die gaan leven als kinderen van God

Romeinen 8 spreekt daarbij van een hoopvol verlangen van de schepping op het openbaar worden van de zonen Gods. Voor nu betekent dit een vernieuwde levensstijl, gekenmerkt door het besef dat we beelddragers zijn van God. Uiteindelijk doel is dat God verheerlijkt wordt, ook in de schepping waarmee Hij is begonnen. Gericht op de toekomst betekent dit dat we de schepping behouden in het perspectief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Daar vinden we niet alleen mensen, maar wordt ook gesproken van planten, bomen en dieren. Over de vraag of dit een voortzetting is van de huidige, zij het gelouterde aarde of van een geheel nieuwe aarde lopen de opvattingen uiteen (toegespitst op de uitleg van 2 Petrus 3:10-13). We kunnen leren van het aan Luther toegeschreven beeld van het appelboompje dat hij zou planten, ook al wist hij dat de volgende dag de aarde zou vergaan.

‘Genieten van genoeg’ als christelijke levensstijl

Oog krijgen voor de schepping houdt meer in dan het genieten van een mooie achtertuin. Een diep besef van de schepping als Gods werk grijpt in, omdat het niet zonder gevolgen kan blijven. Ook al lijkt het misschien weinig uit te halen op de totale milieuvervuiling om ons heen, dan nog is het zinvol om te ‘genieten van genoeg’. Een eenvoudige levensstijl zet de aandacht op een leven in afhankelijkheid van God en wordt niet geleid door hebzucht en verspilling. Het is een uiting van gerichtheid op God als Schepper en het serieus nemen van Zijn opdracht beelddrager te zijn. Daarmee verwijzen we naar de God die aan de oorsprong van het leven staat. Wat ons persoonlijke leven betreft: voor ons voedsel en daarmee ons leven zijn we afhankelijk van wat God ons in de schepping geeft. Zonder dit besef wordt het gebed ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ een holle frase.

Milieudiaconaat: verantwoordelijkheid van de gehele gemeente

Milieudiaconaat betreft de kerkelijke gemeente en de levens van de individuele gemeenteleden. Het kan bijvoorbeeld een plaats krijgen in de eredienst, in het onderwijs, op kringen en in het jeugdwerk. Daarnaast komt het tot uiting in de praktische invulling als het gaat om gebruik van materialen, energie, water en vervoer. Milieu is daarbij niet de hobby van een enkeling, maar gaat dieper: ieder lid draagt daarvoor een verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid gaat verder dan het scheiden van afval en douchen met een waterbesparende douchekop. Voor de meeste mensen ligt daar overigens wel het beginpunt. Maar laten we elkaar stimuleren om daadwerkelijk een andere leefstijl te laten zien in onze maatschappij, gericht op het Koninkrijk van God. H.W. de Knijff verwoordde dit op de volgende diepzinnige manier:

“Het gaat om een verantwoorde inrichting, die de aarde als leengoed beschouwt, haar daarom respecteert en haar steeds aan de toets van een zinvol en rechtvaardig gebruik onderwerpt en dat zonodig met een royale achterstelling van het onmiddellijke eigenbelang”.

Gespreksvragen

1. Op welke manier wordt tegen de schepping en natuur aangekeken in uw gemeente?
2. Ervaart u spanning tussen de kleinheid en zondigheid van de mens en tegelijkertijd zijn grote taak als beelddrager van God binnen de schepping (Psalm 8)?
3. Wat betekent uw visie op de nieuwe hemel en nieuwe aarde voor het omgaan met de schepping nu? Gelooft u bijvoorbeeld dat de vogels die nu om ons heen vliegen ook een plek krijgen op de nieuwe aarde?
4. Moeten we als christenen grenzen stellen aan ons handelen met het oog op de beperkingen van de aarde? Zo ja, op welke terreinen en hoe kunnen we deze grenzen bepalen?
5. Bespreek samen wat ‘genieten van genoeg’ in zou kunnen houden binnen de activiteiten van uw kerk of gemeente.
6. Op welke manier zou milieudiaconaat nog meer een plaats kunnen krijgen in uw gemeente? Denk hierbij zowel aan toerusting en gebed, als aan praktische diaconale mogelijkheden.

Voor verdere bezinning

- Heijden, S. van der en M. Vonk, Time to Turn – Milieu, bijbelse bezinning en actie; 1997, Kok Voorhoeve, Kampen
- Knijff, H.W., Tussen woning en woestijn – milieuzorg als aspect van christelijke cultuur; 1995, Kok Kampen
- Murris, H.R. en U.G. Hosper, Ecologie en rentmeesterschap; 1995 Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Leiden
- Poll, E. van der en J. Stapert, Als het water bitter is – evangelisch denken en de milieucrisis; 1988 Merweboek, Sliedrecht
- Schaeffer, F.A., Milieuvervuiling en de dood van de mens – De christelijke visie op ecologie; 1973 Buijten & Schipperheijn, Amsterdam
- Tuin, L. van der, Catechese en diaconie – Een empirisch theologisch onderzoek naar de effecten van milieucatechese op milieubewust handelen; 1999 Tilburg University Press

www.timetoturn.nl

Kernwoorden: Milieu, duurzaamheid, schepping, diaken, diaconie, diaconaat

Labels
Kerk & Samenleving > Theologische & ethische vraagstukken > Gerechtigheid & duurzaamheid

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december