Sla links over

Hoofdinhoud

Reflecties op discipelschap

Discipelschapdinsdag 06 december 2011 15:34

René Erwich heeft genoeg van het eenzijdig programmatische karakter van discipelschap in onze kerken. Voor het omvormingsproces is iets heel anders nodig, volgens hem.

Een rabbi smeert een tafel in met honing. Het duurt maar even of de kinderen die eraan zitten, zitten er van onder tot boven onder. Dan spreekt de rabbi en zegt: ‘Mijn kind, mijn leerling, lik de honing van je handen.’ De kinderen doen wat hen gevraagd wordt en de rabbi vervolgt: ‘Opdat je nooit zult vergeten dat Gods woorden zijn als honing, het kostbaarste en meest aangename dat bestaat.’

Interactief

Een doorsnee catechese zie ik nog niet zo beginnen! Het verhaal komt uit een artikel over discipelschap van Rob Bell, founding pastor van Mars Hill Church in Grand Rapids. Het droeg de titel ‘In het stof van de rabbi lopen’. Bell toont zich een vurig pleitbezorger voor het herijken van een Bijbelse kijk op discipelschap en dan vooral vanuit de joodse achtergrond. Op een inspirerende ontdekkingsreis neemt hij je mee langs het religieuze onderwijssysteem van de rabbijnen. Als geen ander spelt hij het relationele en interactieve karakter van dit model. In fasen gaat het gepaard met het uit het hoofd leren van grote delen van de Thora en niet enkel om kennisnavigatie, maar om diep wortelen in de Schrift. Bell legt de verbinding met Jezus. Als rabbi legt Hij bij uitstek een ander en zacht juk op: een reeks aan interpretaties van de wet die leiden tot vrijheid in verantwoordelijkheid. Hij geeft zijn juk op een andere wijze door, zodat de leerling doet zoals zijn Meester.

Systeemdwang

De auteur bepaalt mij bij onze typering van discipelschap. Of eigenlijk bepaalt hij mij bij het contrast, een manier van denken en handelen rondom discipelschap waarin krampachtigheid, systeemdwang en onvrijheid centraal lijken te staan. In veel kerkelijke programma’s mis ik de verwondering, de ruimte voor het mysterie. Vaak is het zo strak uitgelijnd en gefinaliseerd, beschreven in op het oog haalbare doelen. Het zijn programma’s die zich kenmerken door een hoge mate van doelrationaliteit. De benadering rust op de gedachte dat veel in ons leven rationeel te sturen valt en dus te beheersen. Hoewel ik talrijke goede dingen zie in het programma van de Doelgerichte Gemeente heb ik toch ook de indruk dat het ‘purposedriven’ leidt tot een overwaardering van (rationeel) haalbare (levens)doelen. Hoezeer zijn onze programma’s rondom discipelschap gebaseerd op deze kijk op groei en verandering?

Gecontroleerd universum

Joep Schrijvers schrijft in zijn boek ‘Het wilde vlees – de tomtomisering van de passionele mens’ over een nieuwe logistieke orde. Deze heeft volgens hem drie functies: de neuzen van iedereen dezelfde kant op (zo min mogelijk afwijkingen), een strikte scheidslijn tussen wie wel en wie niet erbij horen en een programma van dromen en daden (doelen). Alles is te monitoren. De boerin –aldus Schrijvers - met haar blozende appelwangen die met haar pollepel in de karnton roert, komt alleen nog maar op de verpakking voor. De melkproductie is één groot voortstuwingsproces geworden in een gecontroleerd universum van pijpleidingen! Intussen lijden wij zelf aan een voortstuwingsobsessie. Stel je voor dat je je een poosje niet meer ontwikkelt! Dat staat je Persoonlijk Ontwikkelingsplan niet toe en je baas al helemaal niet. En in de gemeente van Christus? Schrijvers mag dan een beetje overdrijven, maar de vraag is terecht: Wat is er met ons hart gebeurd? Waar is de diepste passie gebleven? Ons hart is ingebed in diezelfde nieuwe logistieke orde in plaats van in de toepassing van en het uitleven van Psalm 131:1-2:

Heer, niet trots is mijn hart
Niet hoogmoedig mijn blik
Ik zoek niet wat te groot is
Voor mij en te hoog gegrepen
Nee, ik ben stil geworden,
Ik heb mijn ziel tot rust gebracht...

Grenzeloze ambitie laat haar sporen na in het kerkelijke werk, een ambitie die gevoed wordt door systeemdwang en doelrationaliteit, mogelijk zelfs door technocratisch denken en handelen.

Unneccessary Pastor

Eugene H. Peterson wees in meerdere publicaties op ditzelfde fenomeen. In zijn ‘The Unnecessary Pastor – rediscovering the call’1 dat hij samen met Marva Dawn schreef, gaat hij vooral met het oog op de voorganger in op deze thematiek. Hij voert een vurig pleidooi voor het herlezen van de Schrift betreffende de positie en functie van de voorganger. In dit kader herleest hij de Romeinenbrief. Hij ziet het epistel als een pastoraal-theologisch document en wijst er vier elementen in aan die van grote betekenis zijn voor het functioneren van de voorganger in zijn roeping: de onderwerping aan de Schrift, de omhelzing van het mysterie, het gebruik van de taal en de onderdompeling in de gemeenschap. Ik laat ze kort de revue passeren omdat ik vermoed dat ze van betekenis zijn voor discipelschap.

1. Onderwerping aan de Schrift

Paulus had geen last van intellectuele hoogmoed, maar was bereid zich te onderwerpen aan de Schrift. (Noordmans zei ooit: ‘Als de Schrift u niet ligt, moet u zelf maar anders gaan liggen’.) De Bijbel is voor hem vooral de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach. Zijn intellect is ‘gevangen genomen’ door het denken in de Schriften. De geopenbaarde woorden vormen het instrument waarmee hij denkt. Hij is niet de student die onderzoekt wat er allemaal is, maar hij leeft de tekst als een discipel. Een groot deel van zijn leven besteedt hij aan het gebruiken van de tekst. Het tweede deel van zijn leven, na de ontmoeting met de Opgestane Heer, onderwerpt hij zich aan de Schriften. De teksten vormen de horizon waarbinnen hij zich beweegt. Hij woont erin en onderscheidt de daden en het werk van God in de levens van hen met wie God onderweg was.

2. Omhelzing van het mysterie

Paulus had een besef van het ‘geheim’ en het ‘mysterie’ van het geloof. Zijn bekende uitbarsting in Romeinen 11: 33-36 is hier een prachtig voorbeeld van. Peterson wil het rationalisme tegenwicht bieden omdat dit leidt tot de reductie van de werkelijkheid. God past niet in een ‘diagram’ of ‘schema’ en Paulus is zich hiervan bewust. Hij wil God verstaan en begrijpen, maar tegelijkertijd weet hij: God is groter dan ik kan verstaan. Het geheim, het mysterie is niet wat er overblijft als wij er met ons eigen verstand niet meer uitkomen, maar veeleer is het inherent aan ons spreken en verbazen over wie God is. Het gaat niet om mysterie als een duur woord voor onwetendheid, dat we kunnen overwinnen door meer kennis. Ook is het geen aanduiding voor een soort geheimzinnigheid waarin we kunnen binnendringen. Het gaat volgens Peterson niet om iets dat we niet weten, maar om iets dat te veel is om te weten. God en zijn daden kunnen we niet reduceren tot onze vaardigheden om kennis te vergaren en te vermenigvuldigen. In de aanwezigheid van het mysterie zijn we niet langer in de positie om ook maar iets te kunnen en willen beheersen.

3. Taalgebruik

Paulus gebruikt taal op een bijzondere manier. Geregeld past hij metaforen toe om dingen duidelijk te maken. Metaforen behoeden ons ervoor om toeschouwers te blijven. Ze nodigen ons uit om te participeren. Peterson wijst op de beelden die Paulus gebruikt om zijn lezers duidelijk te maken wat hij bedoelt. De apostel gebruikt de taal als een levend krachtenveld. Voorgangers moeten (opnieuw) leren om de taal te spreken die mensen beweegt om deel te nemen aan de liefde van God voor mensen.

4. Onderdompeling in gemeenschap

Paulus is uitermate betrokken op de gemeenschap. Zijn liefde en zorg voor de gemeente doordrenken zijn brief. Pastorale theologie is vooral relationele theologie. Het gaat om mensen-in-gemeenschap-met-Christus. De brief is niet geschreven aan een of andere groep mensen, maar aan een specifieke groep in Rome, aan de ‘geliefden van God’ (1:7). In het eerste deel van de brief richt de auteur zich tot de joden, tot hen die tot de binnenkant van de openbaring van God horen. Zijn theologie is erop gericht een gemeenschap te vormen die vrij is van elke vorm van religieuze privileges. Want er is geen gemeenschap mogelijk waar geen wederkerigheid is. Dikwijls worden privileges een voedingsbodem voor trots. Voorgangers moeten leren om te bouwen aan gemeenschap en zich er tegelijkertijd in onderdompelen.

In het stof van de Rabbi...

Iets van de grondhouding die Peterson beschrijft is noodzakelijk in onze kerkelijke programma’s rondom discipelschap. Het ultieme omvormingsproces krijgt namelijk nauwelijks vorm in de nieuwe logistieke orde, maar wel in het aan de voeten zitten van Jezus. Bell vat dit mooi samen: ‘Mag jij bedekt zijn met het stof van jouw rabbi. Span je in te zijn als Hem en volg Hem zo vol begeestering, passie en overgave, dat je hele gezicht bedekt is met het stof van zijn voeten…’

René Erwich

Directeur Evangelische Theologische Hogeschool (CHE)

Universitair hoofddocent Praktische Theologie ETF Leuven

Overgenomen uit idea 4-2009, vakblad voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie, www.ea.nl/idea

Kernwoorden: Discipelschap, discipel, onderwijs, mentoraat, mentor

1 ‘The Unnecessary Pastor – Rediscovering the Call’, Eerdmans Publishing, 2000

Labels
Geestelijk leven > Discipelschap > Visie en beleid

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december