Sla links over

Hoofdinhoud

Aantal keer gelezen526

Hoe voeren we een goed gesprek?

Hoe voeren we een goed gesprek

Enige tijd geleden was ik bij iemand op huisbezoek. Ze begon me over haar leven te vertellen. En bleef vertellen, en vertellen. Na een uur kreeg ik een kopje thee, dat was ze vergeten in de drukte.

Daarna vertelde ze en vertelde ze. Toen ik na anderhalf uur opstond om weg te gaan, bedankte ze me intens voor het fijne gesprek. Ze had nog nooit zo fijn met iemand kunnen praten. Maar ik had de hele avond niets gezegd. In het persoonlijk pastoraat is dit prima. Het is verdrietig, dat mensen soms wekenlang niemand ontmoeten om eens lekker tegenaan te praten. Er ontstaat een enorm stuk eenzaamheid. Als er dan iemand voor een gesprek komt, ja, dan ‘loop je leeg’. En op zo’n moment is dat precies, wat iemand nodig heeft. Prima dus. Een goed gesprek!

Leiding

Maar gebeurt dit op de avond van de Gemeente Groei Groep (huiskring, red.), dan levert dat problemen op. Dan is het géén goed gesprek meer. Soms zijn er mensen, die de neiging hebben, de hele avond de boventoon te voeren. Ze vinden het geweldig. Als het team hier geen goede sturing geeft, kan het zijn, dat je de volgende groeigroepavond nog maar één bezoeker hebt: de prater. Het omgekeerde komt ook voor: er komen mensen op de Gemeente Groei Groep, die de hele avond niets zeggen. Of er is iemand in de groep, die alles beter weet. En zo kun je doorgaan: er is iemand die voortdurend zijn stokpaardjes aan het berijden is, iemand die op de meest ongeschikte momenten een mop weet te vertellen. Hoe moet je hiermee omgaan? Hoe ‘bewaak’ je een goed gesprek?

Afspraken

In sommige groepen bepleit men, om vooraf heldere afspraken te maken. Wat willen we met elkaar, hoe delen we de avonden in, wat zijn onze doelen, enzovoort. Er zijn zelfs gespreksgroepen, die met ‘contracten’ werken. Een soort belofte, waarmee je je onder bepaalde voorwaarden en voor een bepaalde tijd toewijdt aan elkaar. Zo formeel willen we in de Gemeente Groei Groep niet werken, maar het kan heel nuttig zijn om tegen elkaar te zeggen: Laten we met elkaar afspreken, dat we goed naar elkaar luisteren, dat iedereen de ruimte krijgt om iets te delen, dat we elkaar respecteren in onze mening en in onze geloofsbeleving.
In de volgende hoofdstukken gaan we nog wat specifieker in op bepaalde situaties, die zich in de Gemeente Groei Groep kunnen voordoen. Nu willen we een paar meer algemene ‘sleutels’ geven, die kunnen helpen om tot een goed gesprek te komen.

Wees positief

Als iemand iets zegt, reageer dan positief. Want die ander vertrouwt jou en de groep iets toe van zichzelf. Dus ook als iemand iets zegt dat, volgens jou, absoluut niet klopt, ga je daar niet negatief op in. Op de avond zegt iemand bijvoorbeeld: ‘Ach ja, de Bijbel staat toch ook vol met volksverhalen.’ Nu kun je reageren door te zeggen: ‘Er klopt niks van wat je zegt. De Bijbel is Gods geïnspireerde Woord’. Het vervolg van de discussie zal gaan in de trant van ‘welles’ en ‘nietes’. Je zou ook kunnen reageren door te zeggen: ‘Dat klopt, in de Bijbel vinden we heel veel verhalen over het volk Israël en hoe God geschiedenis gemaakt heeft met dat volk.’ Enerzijds reageer je dan positief op wat er gezegd wordt, maar anderzijds vul je het aan en geeft het gesprek een positieve richting.

Luister goed

Soms zegt iemand iets met woorden, maar moet je meer luisteren naar het gevoel áchter die woorden. Wat bedoelt die ander te delen. Luister naar wat niet gezegd wordt. Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: ‘Alle mannen zijn onbetrouwbaar’. Maar die persoon bedoelt misschien te zeggen, dat ze in haar leven vaak is teleurgesteld door mannen. Hoor je de pijn achter dat wat ze zegt?

Luisteren naar elkaar

Je moet zelf goed luisteren, maar ook de rest van de groep aanmoedigen om goed te luisteren. Dat kan door bijvoorbeeld aan de groep om een reactie te vragen op wat iemand heeft gezegd. Bijvoorbeeld nadat Kees z’n visie op iets gegeven heeft, kun je reageren door te vragen: ‘Als jullie dat Kees nu horen zeggen, wat voor gevoél roept dat bij jullie wakker of wat vínden jullie daarvan?’ Je vraagt de groep daarmee om op twee manieren te reageren: op het niveau van de meningen (wat vind je ervan) en/of op het niveau van de gevoelens. Daardoor schep je ruimte voor anderen om aan het gesprek deel te nemen en moedig je ze aan goed te luisteren naar elkaar.

Spiegelen

Soms is het goed te controleren of je iemand juist begrepen hebt. Je kunt dat doen door dat wat gezegd is als het ware ‘terug te geven’ met andere woorden. Dat geeft enerzijds het gevoel, dat de ander mij echt wil begrijpen en helpt me anderzijds om meer van mezelf te geven. Bijvoorbeeld: Iemand zegt: ‘Als mij iets overkomt lijkt God altijd net even de andere kant op te kijken!’ Je kunt nu reageren door te zeggen: ‘Oh, wat erg’ of ‘Nee hoor, God ziet je altijd’. Maar je zou ook kunnen zeggen: ‘Je bedoelt te zeggen, dat je je soms door God in de steek gelaten hebt gevoeld’. Daar kan de ander weer op inspelen door te zeggen: ‘Inderdaad. Toen ik achttien was…’ En dan kan hij het verhaal kwijt van dat kritieke moment in zijn leven, waarop God hem leek te vergeten.

Eén gesprek voeren

Een groot gevaar in de kring (en in elke groep) is, dat er twee of drie gesprekken tegelijkertijd ontstaan. Twee of drie mensen in de groep praten dan bijvoorbeeld nog door over een opmerking, terwijl de rest van de groep alweer verder praat. Eén van de teamleden moet dit bewaken en kan bijvoorbeeld vragen, om in de hele groep nog even het gesprek samen te vatten. Soms kun je ook zoiets zeggen als: ‘Laten we samen eerst naar Kees luisteren, dan kunnen we daarna aan Bep vragen, wat haar reactie op hem is.’

Afremmen en aanmoedigen

Sommige mensen hoef je echt niet aan te moedigen. Ze praten wel. Daar moet dus soms even de rem op. Anderen zijn van het zwijgzame type. En denk erom: daar is niets mis mee. Maar soms mag je hen aanmoedigen om iets meer van hun hart te delen in de groep. In de praktijk kan dat als volgt gaan: Nadat Kees duidelijk z’n mening gegeven heeft, kun je zeggen: ‘Kees, wacht even. Jij hebt nu gezegd:…en dan vat je het kort samen. Ik ben benieuwd wat Els daarvan vindt of één van de anderen in de groep. Zou jij willen reageren Els?

Afdwalen mag, maar…

Het is niet erg als het gesprek afgeleid wordt van het onderwerp van de avond. In de Gemeente Groei Groep willen we meer op mensen gericht zijn dan op programma’s. Zo zijn er heel wat kostbare momenten in de kring, waar iemand echt dingen durft te delen met de groep die hij nog nooit eerder met anderen heeft gedeeld. Hier mag er ruimte voor zijn. Soms merk je ook, dat het gesprek verloopt in gebabbel, of dat het verwordt tot een heftige discussie met hete hoofden en koude harten. Op dat moment moet iemand van het team ingrijpen en het gesprek terugleiden naar het onderwerp van de avond. Als het babbeleffect ontstaat kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘Lieve mensen, het is knoertgezellig. Maar ik wil het jullie toch nog even moeilijk maken. Want deze vraag in ons programma boeit me:… Wat vinden jullie hiervan? Wie wil hierop reageren?’ Let op! De eerstgenoemde regel geldt te allen tijde: corrigeer altijd vanuit een positieve insteek. Dus níet: Mensen, nou zijn we gewoon aan het kletsen, laten we weer eens wat zinnigs zeggen.’
Als de discussie te heftig wordt kun je zeggen: ‘Geweldig dat we echt warm kunnen lopen voor onze mening (dus weer: positief insteken). Maar laten we ook uitkijken voor oververhitting. Misschien moeten we even een stapje terug doen. Als ik het nu mag samenvatten, dan vindt Kees… en Elma vindt… Laat die meningen maar even staan. Misschien ontdekken we in de loop van ons gesprek nog wel weer nieuwe punten hierover.’

Wees zuinig op elkaar

Dat heeft alles met het voorgaande te maken. Want in de hitte van een discussie kun je elkaar ook heel makkelijk kwetsen of kwijtraken. En dat kan de bedoeling niet zijn. Als je als teamlid het gevoel hebt, dat iemands gevoelens gekwetst worden is het goed om (figuurlijk) naast die ander te gaan staan en het voor hem/haar op te nemen. Dat kan bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Wacht even Kees, wat je nu zegt klinkt me erg hard in de oren. Je zou Els ermee kunnen kwetsen en dat wil je zelf niet. Vergis ik me daarin Els? Hoe voelt het wat Kees nu tegen je zegt?’ Ook de simpele opmerking ‘Storing!’ kan als een soort codeafspraak gebruikt worden om het gesprek even stil te leggen en te zien, wat er fout dreigt te gaan.

Spreek voor jezelf

We hebben vaak de neiging om ‘in het algemeen’ te spreken. Zo in de stijl van: ‘Ja, maar tegenwoordig vindt iedereen het toch normaal, dat…’ Ook kan de neiging bestaan om anderen onder kritiek te stellen, bijv. door te zeggen: ‘Jij maakt altijd van die kritische opmerkingen’. Beter voor het gesprek is, om vanuit de ‘ikvorm’ te spreken. Dus: ‘Ik vind dat…’ of ‘Ik vind het niet fijn als er zo kritisch wordt gereageerd. Dan voel ik me bedreigd’. Probeer dus zo veel mogelijk uit te drukken wat u zélf voelt, ervaart, beleeft, vindt.

De afronding

Aan het einde van elk gesprek is het goed om samen te vatten. Bedank iedereen voor zijn/haar inbreng in het gesprek. Vat een paar kerndingen samen. Dat kun je doen door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Voor mij sprongen er een paar dingen uit vanavond…’ Door het subjectief te doen (Voor míj) hoef je niet een complete samenvatting van alle visies en meningen te geven, maar er alleen een paar wezenlijke punten uit te lichten. Denk daarbij ook altijd aan de toespitsing naar de praktijk toe. Geef het als ‘huiswerk’ mee, zonder schools over te komen. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Vanuit het schriftgedeelte van vanavond is de uitdaging voor ons om in de komende weken….’ Vervolgens vul je dat verder in.

Weest niet bevreesd

Het klinkt allemaal best heftig, maar wees niet bang om fouten te maken. Als je de hoofdlijn maar goed in de gaten houdt: Wees positief, wees zuinig op álle deelnemers van de groep, wees eerlijk. Jij bent geen expert in gesprekstechnieken. Jij bent die gastheer/vrouw, die assistent(e), die gewoon maar meedoet in het gezamenlijke avontuur. Als je het gevoel hebt, dat iets echt uit de hand liep: zeg dat dan gewoon. ‘Nu geloof ik, dat het toch echt even fout liep, mensen. Willen jullie ons helpen. Want we moeten er samen voor zorgen, dat deze avonden ons bemoedigen en helpen in onze groei. Laten we samen ons best doen om zuinig te zijn op elkaar en op onze groep.’ Juist die eerlijkheid zal zegenend werken. Wie wil er niet meedoen met zo’n Gemeente Groei Groep?

Ds. Hans Esbach

Hoofdstuk 14 uit Kleine groepen grote kansen. Handboek voor Gemeente-Groei-Groepen, ds. Hans Esbach

Kernwoorden: Kring, huiskring, kringleider, huisgroep, groepsgesprek, gespreksleider

« Terug

Archief > 2011 > december