Sla links over

Hoofdinhoud

Als je ver wilt komen, ga dan samen

dinsdag 06 december 2011 14:50

‘Als je snel wilt gaan, ga dan alleen. Als je ver wilt komen, ga dan samen.’ Dit Afrikaanse gezegde gaat ook op voor christelijke gemeenten.

Er zijn maar weinig gemeenten die niet bij een vereniging, kerkverband of netwerk horen. Maar hebben we het motief voor kerkelijk samenwerken wel scherp? Weten we wanneer samenwerken het meest vruchtbaar is? Hebben we helder welke focus de beste is? En waar we vooral zullen samenwerken: lokaal of breder? Dit artikel is een bondige reflectie op deze vier vragen.

Uitgangspunten

Voor deze bespreking hanteer ik twee uitgangspunten. Ten eerste: ik denk vanuit een lokaal functionerende christelijke gemeente. Hartelijk onderstreep ik het belang van christelijke organisaties voor het Koninkrijk van God. Maar de gemeente zie ik als de belangrijkste vertegenwoordiger van dat Koninkrijk. Als je ergens dat Koninkrijk zou moeten kunnen zien en ervaren, dan is het daar. Ook zie ik de gemeente als het belangrijkste middel om dat Koninkrijk uit te breiden. Ten tweede: de roeping van de christelijke gemeente zie ik primair als een missionaire. Zeker, elke gemeente dient ook een pastorale en diaconale gemeenschap te zijn, met zorg voor de eigen leden en aandacht voor geestelijke groei. Ik heb echter gemerkt dat als de richting van de gemeente missionair is, deze andere eigenschappen haast automatisch volgen, wat andersom niet zo is.

Strategie en verlangen

Volgens mij zijn er twee belangrijke motieven om als christelijke gemeenten samen te werken. Het eerste is een praktische: het is strategisch. Ik las een interview met een predikant in Toronto. Hij vertelde zijn handen vol te hebben aan alle uitdagingen in zijn eigen gemeente, maar realiseerde zich op enig moment: ‘Hoe goed onze gemeente het ook gaat doen, nooit kan zij in haar eentje de hele stad dienen of bereiken. Toronto heeft tal van gemeenten nodig met zeer uiteenlopende achtergronden en tal van netwerken en bewegingen van gemeenten, waar kwijnende kerken nieuw leven ontvangen en vele nieuwe gemeenten worden gesticht. Dit betekent dat we op allerlei manieren moeten samenwerken.’ Deze overtuiging gaat niet minder op voor Rotterdam of Sneek of Breda.

Het tweede motief om samen te werken is nog belangrijker. Samenwerken tussen gemeenten beantwoordt aan het verlangen van Jezus Christus. Dit blijkt uit het gebed dat Jezus bad: ‘Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad’ (Johannes 17:21-23). Christelijke eenheid is de ultieme toets van de realiteit van Christus. Hij kwam om relaties te herstellen en nieuwe harmonie te realiseren.

Partnerships

Welke wijze van samenwerken is het meest vruchtbaar voor het Koninkrijk van God? Het overzicht in onderstaande afbeelding presenteert vier gradaties van verbondenheid tussen christelijke gemeenten.

Weinig gemeenten functioneren volstrekt individueel, bijna elke gemeente is zich op zijn minst bewust van andere gemeenten. Veel gemeenten zitten in een netwerk, bijvoorbeeld een kerkverband of een lokaal netwerk. Men wisselt informatie uit, denkt met elkaar mee, laat zich door elkaar corrigeren en bemoedigen en deelt middelen en mensen met elkaar. Maar is dat voldoende? Ontstaat er op die manier automatisch een samenwerking die vrucht draagt voor het Koninkrijk? Ik denk het niet. Wat bovendien nodig is, is een hartstochtelijk in beweging zettende gezamenlijke visie en een gezamenlijk doel. Dan staan de gezichten richting toekomst en richting samenleving, in plaats van naar elkaar. Dan vertaalt de samenwerking zich in synergie en missionair elan. Dan is 1 plus 1 minstens 2½ en misschien wel 3. Waar gemeenten in een netwerk zich laten inspireren door een gezamenlijke visie en in beweging zijn voor een gezamenlijk doel, is volgens het plaatje sprake van partnership – in het Nederlands zou ik dit wellicht een beweging noemen. Wil het Koninkrijk van God echt doorbreken, dan is in elke stad en plaats zo’n partnership absolute noodzaak.

Gebed en gemeentestichting

Het aantal terreinen waarop kan worden samengewerkt, is enorm: gezamenlijke jeugdavonden, gezamenlijke Alpha-cursussen, gezamenlijke trainingen voor huiskringleiders, het ‘ruilen’ van voorgangers, et cetera. Dat is allemaal goed. Het Koninkrijk van God is ermee gediend. Maar er zijn twee terreinen waarvan ik geloof dat samenwerking daar de grootste vrucht draagt. Het lijkt mij belangrijk om in samenwerkingsinitiatieven op deze twee te focussen. Het ene terrein is gebed. Gebed is de motor van alles wat in een gemeente wordt gedaan. Mensen kunnen planten en begieten, maar het is God die laat groeien (1 Korintiërs 3:6). Gebed is enorm verbindend in geloof en verwachting. Er is geen plek waar mensen meer zichzelf worden als voor het aangezicht van de Heer.

Het andere terrein is gemeentestichting. Naast de verdere opbouw van gemeenten die er al zijn, heeft Nederland - in het bijzonder de steden in dit land - grote behoefte aan nieuwe christelijke gemeenten die zich ‘kleuren’ naar hun context. Sinds de uitstorting van de Heilige Geest trekken leerlingen van Jezus met het Evangelie eropuit, zien zij mensen tot geloof komen en verzamelen ze deze nieuwe gelovigen in nieuwe gemeenten. Dit mondiale zendingswerk heeft in Nederland lange tijd een exclusief buitenlandse spits gehad, maar dat is in het laatste decennium enorm veranderd. Juist op plekken waar met gemeentestichting wordt gepionierd, heb je elkaar nodig en is het belangrijk de handen ineen te slaan. Niet eens per se om in gezamenlijkheid nieuwe gemeenten te stichten, wel om in de geestelijke strijd schouder aan schouder te staan, de moeilijke vragen uit de praktijk het hoofd te bieden en door het missionaire elan scherp gehouden te worden.

Lokaal

Landelijke verbanden of netwerken van kerken hebben voor veel gemeenten een belangrijke functie, bijvoorbeeld: verbinden, inspireren en praktisch ondersteunen. De laatste jaren is er een tendens om elkaar als christelijke gemeenten vooral lokaal te vinden, daar samen God te zoeken en elkaar missionair te inspireren. Persoonlijk herken ik dit sterk. Als iemand mij vraagt naar het verband van kerken waar ik bij hoor, noem ik allereerst mijn lokale kerkelijke familie: het partnerschap Amsterdam in beweging voor Jezus Christus. Pas als iemand naar mijn landelijke kerkelijke achtergrond vraagt, noem ik de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Niet dat ik mij schaam voor het kerkverband waar ik bij hoor. Integendeel, bovenplaatselijke netwerken, waaronder kerkverbanden, zijn nuttig voor zaken die het lokale overstijgen. Maar lokaal moet het gebeuren!

Siebrand Wierda
Siebrand Wierda was gemeentestichter in Amsterdam en lid van de kernteams van het partnerschap Amsterdam in beweging voor Jezus Christus, de Werkgemeenschap Missionaire Gemeenschapsvorming en het netwerk City to City Europe van gemeentestichters uit tal van Europese grote steden.

www.amsterdam-inbeweging.nl

Overgenomen uit idea 1-2011, magazine voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie. Kijk voor een gratis abonnement op www.ea.nl/idea

Labels
Kerk & Samenleving > Eenheid & samenwerking > Lokale samenwerking

« Terug naar Home

Archief > 2011 > december