Sla links over

Hoofdinhoud

Basiszorg voor kinderen

basiszorg voor kinderenmaandag 26 september 2011 16:31

In de basiszorg voor kinderen gaat het in de eerste plaats niet om het organiseren van activiteiten. Belangrijker is het creëren van een zorgklimaat binnen de gemeente.

In dit artikel vertelt Bart Broekman hoe zij de zorg voor kinderen in de Bethelgemeente in Drachten organiseren.

De gemeente streeft naar een klimaat waar mensen open en betrokken zijn. Ook voor kinderen. Er hoort zorg te zijn voor kinderen, maar ook zorgzaamheid tussen kinderen onderling. Het belangrijkste is niet wat je doet en welke activiteiten er zijn, maar wie je mag zijn. Dat is het uitgangspunt. Activiteiten op het gebied van de zorg voor kinderen zijn bedoeld om zo’n klimaat te bewerkstelligen.

Het kinderpastoraat speelt dus een centrale rol in het initiëren en bewaken van dit proces. De basiszorg voor kinderen heeft als doel: ‘Kinderen leren en laten ervaren wie de Here Jezus voor hen is op ieder moment van hun leven’.

Vaardigheden

Onze overtuiging is dat de zorg voor kinderen in de eerste plaats niet op problemen is gericht, maar op het ondersteunen en aanleren van vaardigheden bij opvoeders, kinderen en kinderwerkers die meehelpen bovengenoemde doelstelling te bereiken (de zgn. preventieve aanpak).

Vier speerpunten

Aan deze opdracht wordt op verschillende manieren gewerkt. Er zijn vier speerpunten in de zorg voor kinderen binnen de gemeente die bijdragen tot een geïntegreerde (samenhangende) aanpak:

1. Ouders

Het eerst komen de ouders in beeld. Zij moeten zich bewust zijn/ worden van de zeer belangrijke taak die ze hebben. De gemeente wil hen handvatten geven voor een Bijbelse opvoeding.

2. Kinderen

Door kinderdiensten en kleine groepen wordt geprobeerd de kinderen op hun eigen niveau te bereiken met het evangelie van de Here Jezus. Ze leren hier, door kennis en ervaring, hoe ze volgens Bijbelse normen kunnen leven, met als doel gelijkvormig te worden aan Christus.

3. Kinderwerkers

De gemeente brengt de kinderwerkers pastorale kennis en vaardigheden bij en helpt hen in de omgang met het kind.

4. Problemen signaleren.

Het gaat hierbij niet alleen om de moeilijkheden die een kind in zijn leven kan hebben in de omgang met bijvoorbeeld de ouders of vriendjes (microniveau), maar ook om problemen breed binnen de gemeente en de maatschappij (macroniveau). Wat houdt de jongens en meisjes bezig? Zijn er maatschappelijke ontwikkelingen waaraan aandacht moet worden besteed?

Gemeente en opvoedingsproces

De opvoedingstaak van de gemeente begint bij de ouders. Ouders zijn door God aangesteld als primair verantwoordelijk voor het welzijn van hun kinderen. De kerk kan deze taak niet overnemen, maar heeft wel tot taak om ouders bewust te maken van hun opvoedingstaak. Binnen het voorbeeld van de Bethelgemeente in Drachten zijn er diverse activiteiten om dit proces te stimuleren:

Opvoedingskringen

Diverse kringen (afhankelijk van de leeftijd van het kind) geven de mogelijkheid voor ouders en opvoeders om samen te spreken over hoe men handelt en wat men ervaart in de omgang met het kind. Aan de orde komen Bijbelse begrippen en principes over opvoeden en de praktische toepassing daarvan in het alledaagse, ‘normale’ leven.

Cursus ‘Opvoeden oké’

Deze cursus is bedoeld om ouders en opvoeders inzicht te geven in de manier waarop ze naar hun kind kijken, hoe bepaald gedrag tot stand komt en welke maatregelen het meest effectief zijn. Er wordt specifieke opvoedingsinformatie gegeven over het stellen van opvoedingsdoelen, (on)aanvaardbaar gedrag, regels en grenzen stellen en het voorkomen van straffen. De verwerking vindt plaats in vaste gespreksgroepen.

Seminars en Workshops over specifieke opvoedingsproblemen

In deze bijeenkomsten wordt vanuit een Bijbels kader ingegaan op opvoedingsproblemen. Ouders krijgen bijvoorbeeld praktische handvatten aangereikt over het omgaan met kinderen met ADHD/PDD-NOS. Een ander voorbeeld is het onderwerp ‘Een veilige hechting is een solide basis’, waarin wordt ingegaan op het probleem dat kinderen door onveilige situaties zichzelf en anderen niet durven te vertrouwen en daardoor vreemd gedrag vertonen.

Preken over opvoeding

Ieder kwartaal is er een ochtenddienst waarin kinderen worden ‘opgedragen’. In deze diensten staat opvoeding en gezin centraal. In de preek wordt ingegaan op de actuele situaties en krijgen gemeenteleden Bijbelse principes over opvoeden aangereikt.

Opvoedingsondersteuning

Regelmatig vragen ouders via het (kinder)pastoraat om ondersteuning in de opvoeding of wordt er door het pastoraat gewezen op de mogelijkheid daarvan. Ondersteuning kan plaats vinden door: adviezen, logeergezinnen, begeleidingsgesprekken of middels het project ‘3xO’ (Ouders Ondersteunen Ouders). Waar mogelijk wordt samengewerkt of doorverwezen naar externe instanties.

Zorgstrategie: de zorg voor het kind in de praktijk

Zorg voor het kind speelt in de Bethelgemeente een belangrijke rol. Kinderen vandaag de dag hunkeren naar liefde en aandacht. Er is weinig tijd voor kinderen en er zijn veel problemen onder kinderen. Meer dan ooit hebben ze onze steun, bemoediging, liefde, geduld en complimenten nodig. Vandaar dat het kinderwerk daar een belangrijke plaats voor vrijmaakt. Hoe is dit verwezenlijkt? In grote lijnen geven we hieronder een overzicht.

De Kinderdiensten

De kinderen komen eerst bij elkaar in de kinderdiensten. Op een zondagochtend zijn er gelijkertijd verschillende kinderdiensten per leeftijdgroep:
Het Kinderparadijs - groep 1 en 2
De Parels - groep 3, 4 en 5
De Powerkids - groep 6, 7 en 8

In deze kinderdiensten zingen de kinderen onder begeleiding van een muziekteam en luisteren ze naar het Bijbels verhaal, verteld door één van de verhalenvertellers. Regelmatig is er een creatieve bijdrage die de boodschap van de kinderdienst ondersteunt (video, drama, poppen, enz.). Het is mogelijk dat kinderen zelf een bijdrage leveren aan de kinderdienst, afhankelijk van hun gaven of talenten. Op deze wijze vindt er een grote betrokkenheid plaats.

Eigen niveau

Het grote voordeel van deze diensten is dat kinderen op hun eigen niveau Gods Woord horen en op een actieve wijze het geloof kunnen beleven.

De Kleine Groep

Na de kinderdienst gaan de kinderen in groepjes van 10-15 personen naar hun eigen ruimte voor de creatieve onderwijsverwerking. De kinderen worden hartelijk ontvangen met limonade en koek. Tijdens het drinken worden de presentielijst bijgehouden. Dit is tegelijkertijd het moment om de kinderen te laten vertellen over hun belevenissen en te spreken over het Bijbels verhaal.

  • Suggesties presentielijst

• Lees de namen voor en als ze hun naam horen, mogen ze één ding vertellen van wat ze die week meegemaakt hebben.
• Lees de namen voor en als ze hun naam horen, mogen ze vertellen hoe ze het verhaal vonden, waarom en of ze er iets mee kunnen in hun leven.
• Lees de namen voor en als ze hun naam horen, mogen ze vertellen hoeveel broers en zussen ze hebben en of ze het leuk vinden thuis.
• Lees de namen voor en als ze hun naam horen, mogen ze vertellen welk bijbelverhaal ze het mooist vinden en waarom.
• Lees de namen voor en als ze hun naam horen, mogen ze vertellen met welk aspect van de Bijbel ze bezig zijn, thuis of op school/ en wat ze daarin niet begrijpen of moeilijk vinden.

Vervolgens vindt er een creatieve onderwijsverwerking plaats in de kleine groep. De vorm is mede afhankelijk van de leeftijdgroep. Er wordt bij dit onderdeel gelet op een goed evenwicht tussen het gesprek met de kinderen en de verwerking. De kleine groep wordt afgesloten met gebed. Hiervoor zijn verschillende manieren.

  • Suggesties bidden in de kleine groep

• Sluit af met een dankgebed en bid voor de dingen die in de groep zijn besproken.
• Vraag de kinderen om te bidden voor de gebedspunten die ze zelf aandragen.
• Het kringgebed. Ga de kring rond, zodat iedereen een beurt krijgt en sluit zelf met gebed af. De kinderen schrijven hun gebed op een papiertje en lezen dat voor of de kinderen bidden zelf voor een onderwerp, als ze dat willen (als ze liever niet bidden, mogen ze alleen ‘amen’ zeggen).
• Laat de kinderen elkaars handen vasthouden en sluit zelf af met gebed of laat de kinderen in de kring bidden (de kinderen geven een kneepje in de hand als de volgende aan de beurt is).
• Sluit af met een lied (bijvoorbeeld het ‘Onze Vader’).
• Sluit af met het opzeggen van een gebed (bijvoorbeeld het ‘Onze Vader’).

  • De kleine groep is de ‘huiskring’ in het kinderwerk

Kinderen leren op een spontane manier hun leven te delen en samen te bidden. Hiermee wordt een belangrijke basis gelegd voor hun persoonlijke ontwikkeling en het ontvangen van het geloof in de Here Jezus. Wat een geweldige taak voor de gemeente!

De taak van de kinderwerker en het omgaan met problemen

Persoonlijke aandacht vinden we in het kinderwerk erg belangrijk. In de kleine groep kan dit ten volle uitgebuit worden. Maar medewerkers weten niet altijd hoe ze zoiets het beste kunnen aanpakken. Hier volgen enkele suggesties uit de ‘Handleiding voor de Kleine Groep Medewerker’ (verkrijgbaar via www.bethel.nl)

  • Het adopteren van een ‘aantal’ kinderen

De kinderwerker heeft vijf tot zes kinderen onder zijn hoede. Deze kinderen ziet hij regelmatig in de kleine groepjes, maar hij zorgt er ook voor dat hij buiten de zondagen om contact zoekt door middel van een kaartje, telefoontje of bezoekje bij speciale gelegenheden. Een hulpmiddel hierbij zijn de gebedskaarten met de namen of foto’s van ‘zijn’ kinderen.

  • Het observeren van de kinderen

Voor en tijdens de kinderdienst neemt de kinderwerker een plaats in waar hij de kinderen goed kan overzien en een aantal rijen in de gaten kan houden. De kinderwerker wordt gestimuleerd om met name de kinderen van zijn kleine groep te observeren als ze zingen, naar het verhaal luisteren, enzovoort. Op deze wijze komt hij veel over ‘zijn’ kinderen te weten. Hoe zitten ze erbij, hebben ze contact met leeftijdgenoten, is er iemand baldadig? Dit levert bruikbare informatie op die hij later kan gebruiken in het leiden van de kleine groep (bijvoorbeeld: ik signaleer een druk kind, straks moet ik naast hem gaan zitten; ik signaleer een kind dat niet meedoet, ik ga straks een praatje met haar maken).

  • Zorg dragen voor een rustige en gezellige sfeer

De kinderwerker moet er voor zorgen dat hij goed is voorbereid. Als hij met de kinderen in de kleine groep komt, moet hij alle tijd en aandacht voor het kind hebben. Hij heeft alles in het lokaal klaar staan wat hij nodig heeft. De kinderwerker zorgt voor structuur en orde. Hij ziet er op toe dat er geen loopje wordt genomen met regels. De kinderwerker zorgt er voor dat het lokaal gezellig is aangekleed en dat het netjes is. Hij is ontspannen, ontvangt de kinderen vriendelijk en zoekt oogcontact om ieder kind met een knipoog, een knikje of een ‘hartelijk welkom’ te begroeten. De kinderwerker deelt (oprechte) complimentjes uit en laat merken dat hij blij is de kinderen te zien. Hij besteedt aandacht aan bijzondere gelegenheden (verjaardagen, diploma’s, enz.).
Kortom, bij de kinderwerker gaat het in de eerste plaats niet om wat hij zegt, maar wat hij doet. Wat je aan de liefde van God uitstraalt, hoe je de kinderen benaderd en de belangstelling die je voor ze hebt, zal bepalen of ze ook zullen gaan luisteren naar wat je zegt.

  • Het logboek

Aan het eind van de dienst, als alles opgeruimd is en de kinderen weg zijn, is er tijd om het logboek in te vullen. Het logboek verzamelt informatie over bijzonderheden bij kinderen en de sfeer in de groep en vraagt naar ervaringen rondom de kinderdienst en de creatieve verwerking.
Het logboek is heel waardevol, want op deze wijze ontstaat er een goed overzicht van het functioneren van de verschillende groepen. De resultaten worden besproken tijdens de teamvergaderingen van de kleine groep medewerkers. Zorgelijke situaties kunnen onmiddellijk worden doorgesproken met de teamleider. De teamleider heeft de mogelijkheid om contact op te nemen met het team kinderpastoraat.

Veelgestelde vragen

Is het wel goed om de kinderen uit de diensten van volwassenen weg te trekken en hen een eigen samenkomst te geven?

Het is niet goed om de volwassen samenkomsten en de kinderdiensten tegen elkaar uit te spelen. Toen we als Bethelgemeente deze stap maakten, vroegen we ons af hoe de kinderen hier op zouden reageren. We kunnen nu na enkele jaren zeggen dat de meeste kinderen niet anders zouden willen. Dit is wat hen aanspreekt! Zondag in de kerk moet voor hen het leukste uurtje van de week worden. In de oude situatie gingen de kinderen voor de preek naar de zondagschool. Er was nauwelijks tijd over om een verhaal te vertellen, samen te zingen en een werkje te doen, laat staan om met elkaar een gesprek te hebben. Door deze nieuwe opzet komen al deze elementen (viering, onderwijs, verwerking en gesprek) tot hun recht en kan er kwalitatief en kwantitatief voldoende aandacht gegeven worden. Uiteraard is het belangrijk om oog te hebben voor het contact tussen kinderdiensten en de volwassen samenkomsten. Iedere gemeente kan daarin eigen (creatieve) keuzen maken.

Bereik je de kinderen niet veel minder als je als kinderwerker geen liedjes meer met ze zingt, het verhaal vertelt en de verwerking doet?

Je bent wel minder samen met de kinderen, maar je kunt nu echt bezig zijn met datgene waar je goed in bent. Sommige kinderwerkers zien er ontzettend tegenop om een verhaal te vertellen, of anderen zijn niet creatief ingesteld en weten niet hoe ze dat op een leuke en speciale manier kunnen aanpakken. Dit systeem biedt juist de mogelijkheid om datgene te doen waar je goed in bent. Om heel gavengericht bezig te zijn. En in de praktijk blijkt dat het de medewerkers heel goed bevalt. Er zijn maar weinig mensen die goed zijn in alle onderdelen, dus hiermee worden ze ontlast van taken die hun niet zo goed liggen.

Is het voor de kinderwerkers niet erg veel om een keer per twee weken een dienst te draaien?

Voor sommigen misschien wel, maar het doel van de kleine groep is dat je meer zorg kan bieden aan de kinderen. Doordat de groep kleiner is, heb je meer tijd en oog voor de kinderen die er zijn. Daardoor kun je veel persoonlijker met ze omgaan. Als je maar één keer in de maand de kinderen ziet, dan is dat effect weer helemaal weg. Juist doordat je ze om de week ziet, kan je iets met ze opbouwen en iets voor ze betekenen! Als je visie hebt voor deze aanpak dan zal je het offer willen brengen om minstens één keer per twee weken dienst te draaien.

Wat moet je doen als je denkt dat er iets met een kind aan de hand is?

Bespreek het eerst in je team. Kijk of er meerdere zijn die iets opgemerkt hebben (hiervoor is het logboek heel geschikt). Kijk dan hoe serieus je denkt dat het gedrag is. Soms kun je het bespreken met de ouders, maar daar is veel wijsheid voor nodig. Het is goed om het door te geven aan het kinderpastoraat dat kan bekijken of er al zorg wordt geboden aan de ouders van het kind. Daarmee is echter de taak van de kinderwerker niet afgelopen. Hij blijft het kind goed observeren, geeft veel liefde en positieve aandacht en laat het kind zich thuis voelen. Blijf betrokken zonder te gaan wroeten in eventuele problemen die er thuis spelen! Vertrouw op de deskundigheid van het kinderpastoraat die eventueel kan samenwerken of doorverwijzen met deskundigen.

Bart Broekman
Voormalig Coördinator Gemeentezorg Bethelgemeente, Drachten

Kernwoorden: kinderen, kinderwerk, kinderpastoraat, pastoraat, kinderdienst, kindernevendienst, zondagschool

Labels
Jeugdwerk > Jeugdpastoraat > Visie & Beleid
Jeugdwerk > Kinderen > Geloofsopvoeding

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september