Sla links over

Hoofdinhoud

Diaconale noodhulp met een sociaal fonds

diaconaal fonds.jpgwoensdag 21 september 2011 09:00

Omdat hulp van de overheid niet altijd afdoende is, is het belangrijk dat de kerk haar eigen rol vervult in de sociale hulpverlening. Een van de mogelijkheden is het opzetten van een diaconaal fonds.

Een diaconaal fonds voor sociale hulpverlening richt zich op individuele situaties en verzoeken om hulp van gezinnen. In de eerste plaats van gemeenteleden, maar daarnaast ook van anderen die op de weg van de gemeente en haar leden komen. Bijvoorbeeld via persoonlijke contacten, evangelisatiewerk en kinder- en jongerenwerk. Daarnaast kunnen gemeenten er ook diaconale acties uit bekostigen die de gemeente zelf uitvoert, bijvoorbeeld rond de kerstdagen of acties gericht op daklozen of asielzoekers. Het fonds richt zich dus niet op het ondersteunen van (externe) diaconale instellingen, projecten, noodhulpacties en dergelijke. Uiteraard is het van belang om ook daarvoor een fonds in te richten en hiervoor regelmatig geld in te zamelen.

Motivatie

Waarom een fonds voor sociale hulpverlening? Wat is de motivatie daarachter? We noemen twee hoofdmotieven: de broederliefde en de naastenliefde.
De Bijbel leert ons dat het een opdracht van God is om onze broeder en zuster met liefde en mildheid te geven, voldoende voor wat hem ontbreekt (Deut. 15:7-11; Matt. 25:40; 1 Tim. 6:17-19; 1 Joh. 3:16-17). In de eerste gemeente werd dit gepraktiseerd (Hand. 2:45, 6:1-6). Daarnaast blijkt dat christelijke naastenliefde zich ook tot anderen uitstrekt die in zorg en nood zijn en door God op onze weg worden gebracht (Matt. 5:14-16; Matt. 5:43-47; Luc. 10:25-37; Luc. 14:12-14; Gal. 6:10).

Organisatie

Wanneer de vroege kerk toeneemt in omvang blijkt dat het spontane zorgen voor elkaar gebaat is bij enige aanvullende organisatie, taakverdeling en fondsvorming. We zien dit ontstaan in Handelingen 6, waar de apostelen de zorg voor de weduwen delegeren aan een zevental diakenen. In 2 Korintiërs 8 en 9 dringt Paulus aan op fondsvorming voor hulp aan arme gemeenteleden in Jeruzalem. Het is goed mogelijk dat dit geld via de eerder aangestelde diakenen werd uitgedeeld in de gemeente in Jeruzalem aan de hand van duidelijke criteria. Paulus geeft zelf dit soort criteria voor de hulp aan weduwen in de gemeente (1 Tim. 5: 9-16).

Doel

Het doel van het fonds zouden we als volgt kunnen omschrijven:
“Het bieden van tijdelijke financiële en materiële ondersteuning vanuit de gemeente aan hen die over onvoldoende middelen beschikken om hun problemen op diaconaal en pastoraal gebied zelfstandig op te lossen.”

Voorbeelden van doeleinden van een sociaal fonds zijn:

  • Incidentele financiële steun, bijvoorbeeld voor het vervangen van duurzame gebruiksgoederen als een TV, wasmachine of PC (tegenwoordig een ‘verplichting’ voor leerlingen in het voortgezet onderwijs)
  • Schuldhulpverlening, bij voorkeur via het inschakelen van een erkende instantie
  • Het kosteloos of met korting kunnen deelnemen aan christelijke kampen en conferenties
  • Aanvullende bijdragen in de opvang van vluchtelingen (denk bijvoorbeeld aan vervoer, verstrekken van bijbels, liedboeken en christelijke literatuur, het volgen van een geloofsopbouwende cursus) 
  • Bekostiging van pastorale hulp (begeleiding of opname) voor niet-gesubsidieerde christelijke hulpverleners of instellingen
  • Bekostiging van diaconale acties om mensen binnen en/of buiten de gemeente die financieel krap zitten te ondersteunen of te bemoedigen (bijvoorbeeld rond kerst en vakantie)
  • Bijdragen aan lokale of regionale diaconale projecten met een vergelijkbare doelstelling.

Uitgangspunten

Om de doelstelling verantwoord te kunnen nastreven kunnen kerken de volgende uitgangspunten hanteren bij het verstrekken van hulp :

  • Zowel gemeenteleden als anderen die op de weg van de gemeente komen, kunnen een beroep doen op het fonds;
  • De financiële en materiele ondersteuning gaan samen met het aanbod van voorbede en gesprekken over achterliggende geloofs- en levensvragen. Het accepteren van dit aanbod is echter geen voorwaarde voor het verkrijgen van de gevraagde ondersteuning;
  • De financiële hulp is altijd bedoeld als aanvulling op de daadwerkelijk beschikbare hulp van de eigen familie en de overheid;
  • Ook het kunnen verkrijgen van adequate psychopastorale hulp komt voor financiële steun in aanmerking;
  • Geld wordt gegeven en niet geleend, tenzij de ontvanger hier zelf de voorkeur aan geeft;
  • Bij problemen van financiële aard moet bepaald worden of deze van tijdelijke of van meer structurele aard zijn, en in hoeverre de situatie als nood ervaren wordt (de beleving van nood heeft duidelijke sociale, psychische en geestelijke aspecten en is daardoor altijd subjectief);
  • De financiële hulp gaat waar mogelijk gepaard met het herstellen van de eigen financiële redzaamheid, bijvoorbeeld via hulp bij het zoeken van werk, bij budgettering, bij het oplossen van schulden of het gebruik maken van regelingen en voorzieningen van de overheid;
  • Besluiten over het bieden van ondersteuning worden genomen met meerderheid van stemmen;
  • Alle afspraken over financiële ondersteuning worden schriftelijk vastgelegd en door twee diakenen/commissieleden/bestuursleden ondertekend;
  • De steunvrager blijft anoniem in alle financiële vastleggingen. Ook verder wordt de privacy van de betrokkene(n) zoveel mogelijk gewaarborgd.

Verbonden met de gemeente

Diaconaat is meer dan geld. In de beschreven situaties kan ook het nodige gedaan worden via praktisch meeleven, meedenken, voorbede en bijvoorbeeld het onderling beschikbaar stellen van kleding, het opzetten van een ruilcirkel (uitruil van onderlinge diensten) of het gratis uitlenen van een caravan voor een vakantie. Het fonds dient daarom een integraal onderdeel te zijn van het bredere werk binnen een gemeente of verband van gemeenten en dient hiermee nauw verbonden te zijn. Oudsten, pastorale medewerkers en kringleiders zullen goed op de hoogte moeten zijn van de mogelijkheden (en beperkingen) en kunnen betrokkenen doorverwijzen. Daarnaast kan er bekendheid aan het fonds worden gegeven via een eenvoudige folder, een regelmatige mededeling in gemeenteblad of samenkomst of een vaste vermelding achter in het gemeenteblad.

Zelfstandig

Er zijn twee redenen waarom het fonds tegelijkertijd een zelfstandige positie moet krijgen: om discreet en vertrouwelijk te kunnen werken en omdat het om geld gaat dat zorgvuldig beheerd en verantwoord dient te worden. Bestaat er in de gemeente geen diaconie of diaconale werkgroep, dan dient het fonds rechtstreeks te vallen onder de verantwoordelijkheid van het bestuur of de raad van de gemeente. Beter is het echter om een commissie aan te stellen onder leiding van een ‘diaken sociale hulpverlening’ die rapporteert aan het bestuur of de raad. Deze kan tevens optreden als contactpersoon. Dat geldt niet alleen voor hen die hulp nodig hebben, maar ook bijvoorbeeld bij het aankondigen van een collecte of in het contact met de Sociale Dienst. In regionaal of interkerkelijk verband kunnen afgevaardigden vanuit de gemeenten het fonds samen besturen.

Taken

In een instructie of reglement kunnen de taken van het fonds als volgt worden omschreven:

  1. Het beschikbaar stellen van financiële middelen voor diaconale en pastorale ondersteuning, hulp en zorg aan de hand van de door de gemeente(n) vastgestelde procedure en uitgangspunten.
  2. Het verwerven van de hiervoor benodigde middelen onder de betrokken gemeente(n) en gemeenteleden.
  3. Het op inzichtelijke en discrete wijze afleggen van rekening en verantwoording over de besteding van binnen gekomen middelen aan de betrokken gemeente(n) of haar/hun bestuur.
  4. Het geven van voorlichting over regelingen van de overheid gericht op huishoudens met een (te) krappe beurs, zoals de bijzondere bijstand, huursubsidie en de regeling voor tegemoetkoming in de studiekosten van kinderen.
  5. Het met raad en daad bijstaan van gemeenteleden bij het gebruik maken van regelingen van de overheid en hen, indien gewenst, bijstaan in hun contacten met officiële instanties.
  6. Het verzamelen van signalen over maatschappelijke knelsituaties en het doorspelen van deze signalen aan verantwoordelijke instanties en overheden.

Werkwijze

De commissie die het fonds beheert dient van start te gaan met een duidelijke instructie (reglement) die wordt vastgesteld door het bestuur van de betrokken gemeente(n) of een speciaal in het leven geroepen stichting. Een commissie van vijf leden voldoet; minimaal drie in verband met onderling overleg en toezicht. Voorwaarde is dat hierin zowel pastorale als praktische en financiële deskundigen samenwerken. Te groot verloop moet zoveel mogelijk worden voorkomen om de benodigde specifieke kennis en ervaring te garanderen. Een diaken sociale hulpverlening kan namens het bestuur of de raad leiding geven. De commissie moet beschikken over actuele informatie en documentatie en een persoonlijk netwerk met betrekking tot bijvoorbeeld: financiële regelingen, met name van de lokale overheid (goed contact sociale dienst); aanvullende mogelijkheden voor schuldhulpverlening (zoals Modus Vivendi); hulpmateriaal bij het leren budgetteren (NIBUD); pastorale begeleiding en mogelijkheden voor hulp en opvang (bijv. via de website van Viteria).

De procedure van het fonds moet in ieder geval voorzien in:

  • Afspraken over het aanvragen van ondersteuning (intakegesprek, formulier en dergelijke);
  • Afspraken over het omgaan met persoonlijke gegevens (waarborgen privacy);
  • Uitgangspunten die helpen besluiten bij het wel of niet toekennen van gelden; een besluitvormingsprocedure (hoe, wie, eventueel wanneer);
  • De maximale omvang van de hulp (geven en lenen, hoeveel en hoelang);
  • De wijze waarop de gelden beheerd, verantwoord en gecontroleerd worden;
  • De medewerkers van het fonds dienen hun werk zo persoonlijk mogelijk te doen. Bezoeken, indien mogelijk, heeft de voorkeur boven bijvoorbeeld bellen of mailen.

Inkomsten

Het fonds kan gevuld worden uit collecten (primaire inkomstenbron, betrokkenheid van de hele gemeente), extra giften en vaste bijdragen van gemeenteleden en anderen die het fonds willen steunen en legaten van gemeenteleden.
De vraag is hoe groot de financiële buffer moet zijn om het fonds draaiende te kunnen houden. De juiste omvang van de buffer hangt vanzelfsprekend nauw samen met de criteria (welke aanvragen mogelijk), het gebruik en de omvang van de maximale bedragen die beschikbaar worden gesteld.
Bij de start dient er rekening gehouden te worden met twee à drie aanvragen per honderd gemeenteleden per jaar. Op basis daarvan kan een bedrag worden geraamd. Mocht dit te laag zijn dan kan de gemeente bijvoorbeeld een extra collecte houden. Na enkele jaren ontstaat er een duidelijk beeld en kan men bijvoorbeeld het gemiddelde van de laatste drie jaar als buffer aanhouden.

Overheid

De Nederlandse overheid helpt burgers met financiële problemen. Het fonds is aanvullend op deze voorzieningen en regelingen. De overheidshulp komt namelijk niet altijd op tijd en is soms niet afdoende. Ook komt het voor dat sociale hulpverleners niet in staat of bevoegd zijn om in te gaan op de psychische en pastorale vragen die een rol spelen. Vanwege al dit soort redenen is het belangrijk dat de plaatselijke kerk of gemeente haar eigen rol vervult in de sociale hulpverlening. Natuurlijk wel in goed samenspel met de overheid. Voorwaarden daarvoor zijn goed contact met de overheid en gerichte voorlichting aan gemeenteleden.

Lokale overheid

Goed contact met de lokale overheid is beslist noodzakelijk, bijvoorbeeld via de verantwoordelijke wethouder of de sociale dienst. De betrokken ambtenaren kunnen exacte uitleg geven over de bestaande regelingen en de ‘gaten’ die hier soms in vallen. Ook kunnen ze aangeven wat de valkuilen zijn en wanneer financiële hulp ongewenst is of tot problemen kan leiden met uitkeringen.
In veel gemeenten heeft de overheid een cliëntenraad ingesteld of een adviesgroep minimabeleid. Het is belangrijk om ook daarmee contact te onderhouden. Zij vertegenwoordigen de doelgroep waar het fonds zich op richt en kunnen vanuit de praktijk van alledag aangeven waar de overheid tekort schiet. Ook kunnen ze tips geven voor de communicatie met de betrokkenen; het is zeer belangrijk om de juiste toon te treffen. Omgekeerd kunnen door het fonds signalen worden doorgegeven aan de politiek, het ambtelijke apparaat en de cliëntenraad.

Contact onderhouden

Via goede algemene voorlichting en via persoonlijke adviezen kan de kerk of gemeente al het nodige doen. Denk bijvoorbeeld aan artikelen in het gemeenteblad, het opnemen van contactadressen of het verspreiden van foldermateriaal via de informatietafel. In het pastoraat kunnen signalen worden opgepikt en doorgegeven aan de verantwoordelijke diaken voor sociale hulpverlening. Deze kan vervolgens informatie afgeven, mensen de weg wijzen, naar het juiste loket of helpen bij het invullen van formulieren. Onderhoud contact met (groepen) mensen waarvan verondersteld kan worden dat zij op of onder het minimum leven. Wijs hen bijvoorbeeld op de mogelijkheden van subsidie, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen of bijzondere bijstand.

Bert Roor
Voormalig coördinator Diaconaat van de Evangelische Alliantie (nu MissieNederland).

Dit artikel verscheen eerder in IDEA (nu IDEAZ), magazine van MissieNederland over missionaire gemeenteopbouw. Kijk voor een abonnement op www.missienederland.nl/ideaz

Kernwoorden: diaconie, diaconaat, diaken, geld, collecte, hulpverlening, sociaal fonds

Labels
Kerk naar buiten > Diaconaat > Kerk en zorg
Kerk naar buiten > Diaconaat > Schuldhulpverlening

« Terug naar Home

Archief > 2011 > september