Veranderde zending, veranderende taal

27 oktober 2017
  • Profile picture of Gert Noort
    Door: Gert Noort

De term ‘zending’ is onlosmakelijk verbonden met het koloniale tijdvak, toen Europese hoogwaardigheidsbekleders met macht en missie hun invloed buiten de eigen landsgrenzen wilden vergroten. Daar staan we niet vaak bij stil en we doen dat misschien ook niet graag. Maar het speelt tot de dag van vandaag een rol in beeldvorming over zending.

Verovering, handel en zending raakten immers op een merkwaardige manier met elkaar verweven. Dat gold niet alleen voor de missie (‘opdracht’) die in de zestiende eeuw aan Jezuïeten werd toevertrouwd, maar ook voor de uitzending van de ruim 900 Nederlandse predikanten die in de 17e en 18e eeuw als bezoldigde werknemers van het VOC naar de Oost vertrokken.

Deze periode in onze geschiedenis is reeds lang voorbij en zendingswerk is sindsdien ingrijpend veranderd. Maar sporen van vervlogen tijden zijn in ons missionair taalgebruik nog zichtbaar. Over veranderde zending en veranderende missionaire taal belegden MissieNederland en de Nederlandse Zendingsraad op 26 oktober een bijeenkomst. Zo’n veertig vertegenwoordigers van zendingsorganisaties en -commissies waren daarbij aanwezig. Wat kwam tijdens deze bijeenkomst aan de orde?  Ik schets in het hiernavolgende drie ontwikkelingen: van uitzending naar lokale zending, van eenrichtingsverkeer naar leren ontvangen, van verkondiging naar integrale zending.

Van uitzending naar lokale zending

Zending ontwikkelde zich van ‘mensen met een missie’ die als evangelieverkondigers naar verre streken trokken, naar inzet van wereldwijd ontstane kerken die lokaal gestalte geven aan de missionaire roeping. Jonge zendingskerken werden zelfstandig, namen zelf verantwoording voor bestuur en financiering, én werden ook zelf missionair actief. Daardoor hadden ze onze zendingswerkers steeds minder nodig. Die ontwikkeling liep vaak parallel aan opkomend nationalisme en dekolonisatie. Zo riep Indonesië in 1945 de onafhankelijkheid uit, terwijl de meeste zendingskerken daar tussen 1930 en 1950 zelfstandig werden. Ondanks deze ontwikkeling naar lokale verantwoordelijkheid voor missionair werk bleef in onze kerken de term ‘zending’ sterk verbonden met het idee van uitzending en grensoverschrijdende missionaire inzet. 

Van eenrichtingsverkeer naar leren ontvangen

Het ontstaan van kerken op alle continenten betekent dat we over zending niet langer kunnen spreken als een beweging vanuit een christelijk westen naar een ongekerstende wereld. Dat beeld past bij een koloniale visie op de wereld. Het westen kunnen we niet zomaar christelijk meer noemen, en buiten de grenzen van Europa leven veel meer christenen dan hier.

We hoeven niets af te doen aan de zendingsopdracht in Matteüs 28, maar we moeten dit tekstgedeelte wel verstaan in de context van de huidige wereldwijde kerk. Jezus sprak zijn woorden immers toen de kerk nog niet groter was dan een handjevol in Judea en Galilea rondtrekkende discipelen. Er was nog een wereld te winnen voor het Koninkrijk. De Armeense (?) bisschop Servaas, de Fries-Belgische zendeling Liudger en de Angelsaksische Willibrord gaven ooit gehoor aan de opdracht om uit te gaan en verhaalden van Jezus in onze barre Nederlandse streken. Sommigen werkers van het eerste uur lieten het leven door hun verkozen missionair vreemdelingschap, maar een kerk ontstond. En na enkele eeuwen waarin wij mensen naar elders uitzonden, komen nu opnieuw mensen naar Nederland om het evangelie te verkondigen. Zending is meer-richtingsverkeer geworden. Wij zenden mensen uit en omgekeerd komen met de migratiestroom zendingswerkers mee, die in deze heidense streken mensen terug willen brengen bij hun Heer. We spreken in dit verband van ‘mission in reverse,’ omgekeerde zending.

Dit schept een nieuwe situatie. We zullen hen moeten leren ontvangen. Christenmigranten hebben immers een bijdrage te leveren aan het missionaire werk hier. En aan ons geloofsverstaan in het algemeen. Dat vergt omdenken en ook nieuwe taal. Bij zending denken we nog steeds vooral aan verre streken.

Dat vergt omdenken en ook nieuwe taal. Bij zending denken we nog steeds vooral aan verre streken.

Van verkondiging naar integrale zending

Terwijl het van oudsher in zending vooral ging om de verkondiging van het Woord, kwam allengs de vraag op of we zending niet breder zouden moeten definiëren. Zou diaconaat geen onderdeel van zending moeten zijn? Moest het niet ook gaan om ontwikkeling en bevordering van welzijn? Heftige discussies vonden in zendingskringen plaats over de verhouding van de bekerings- en beschavingsopdracht.

In oecumenische zending was een brede invulling van zending halverwege de twintigste eeuw uitgangspunt voor het werk. In evangelische kring bestond daartegen echter verzet. Het moest gaan om de redding van de ziel. Maar de evangelische zendingspraktijk, zo stelt Evert van de Poll in zijn boek Door de wereld gaat het Woord, maakt duidelijk dat een groot deel van dit werk bestaat uit sociaal werk. Bij velen blijft echter het beeld bestaan – soms ook bevorderd door de wijze waarop zendingsorganisaties over hun werk schrijven – dat zending gaat over de oproep tot bekering. Het overige komt daar ergens achteraan of wordt beschouwd als een hulpmiddel in de bekeringsarbeid. Het eenzijdige beeld van zending als oproep tot bekering begint de laatste jaren echter te kantelen. Met name door de invloed van missioloog Chris Wright spreken ook evangelische organisaties steeds meer over zending als een integrale opdracht, waarin het gaat om zowel verkondiging als dienst.  

Naar veranderde taal

De ervaring leert dat verouderde beelden over zending taai zijn, zowel binnen als buiten de kerk. Sommigen doen daarom pogingen het woord zending te vervangen door andere begrippen. Dan heet een zendingswerker bijvoorbeeld ‘mission partner’ of ‘fraternal worker’. Zending wordt dan ‘getuigenis’ of ‘interkerkelijke hulpverlening’. Het woord zending zal nog wel even bij ons blijven, vermoed ik, ook al is het geen bijbels begrip. Misschien moeten we maar beginnen met een herijking van zending vanuit de Bijbelse begrippen getuigenis, dienst, gemeenschap en eredienst. Dan moeten we een heel eind komen.

IDEAZ

Dit artikel werd geschreven voor IDEAZ 4 van 2017, het praktijkblad over missionair kerk-zijn in wijk en wereld. Wil je dit exemplaar helemaal lezen? Bestel 'm dan via de webshop. 

Verder lezen?

Zendelingen en pioniers moeten samenwerken

Ook in 2016 zullen weer een heel aantal nieuwe gemeentestichtingsprojecten van start gaan. Een bemoedigende ontwikkeling…
Lees verder

Zending in onzekere tijden

We koesteren het beeld van een vredige en vriendelijke wereld. Inmiddels weten we beter. Het is onrustig aan de randen v…
Lees verder

We hebben iets uit te delen!

De wereld is een dorp geworden. Afstanden zijn relatief steeds kleiner. Zo moeilijk hoeft het niet meer te zijn om oog t…
Lees verder